Vrijdag 09 juni, we gaan naar Belgrado
We gaan weer op pad, dit keer met de eigen auto naar Griekenland. We zijn nu 3x gevlogen maar de afstand naar Thessaloniki is 2.350 kilometer vanaf Groningen en dat lijkt ons goed te doen. Ook willen we onderweg een paar dagen bij Belgrado stoppen om die stad, die we nog niet kennen, eens te bekijken. Onze auto rijdt op gas en kunnen circa 400 kilometer ver met een tank, dus we hebben een lijstje gemaakt van benzinestations waar we onderweg kunnen tanken en zo hebben we ook ons pauzes.
Tijdens onze eerste stop word ik door een dikke, besnorde man in een dure BMW met Duits kenteken in het Nederlands aangesproken. Hij is al zijn bankpassen vergeten en heeft geen contant geld bij zich waardoor hij niet kan tanken. Of ik iets wil voorschieten, ik krijg het dubbele later terug. Tuurlijk... en wanneer hij dan met zijn gouden kettingen gaat zwaaien die ik dan maar als onderpand moet meenemen is het wel helemaal duidelijk, een rasechte oplichter. Hij scheldt me nog eens flink uit wanneer ik bij de auto vandaan loop en door een mevrouw wordt aangesproken in gebrekkig Nederlands. Lies is wel nieuwsgierig wat er allemaal gebeurd en komt erbij staan. Dit is Vera, een Tsjechische die jarenlang in Nederland gewoond heeft en op doorreis is naar Italië waar ze een huis heeft, we moeten zeker eens langs komen. Ze hoeft verder niets van ons maar het is toch wel verwonderlijk dat een wildvreemde je zo'n uitnodiging doet. Als we richting Italië gegaan waren, hadden we het waarschijnlijk ook nog gedaan, dit zijn van die vreemde ontmoetingen die soms tot leuke situaties en ervaringen kunnen leiden.
Tijdens onze eerste stop word ik door een dikke, besnorde man in een dure BMW met Duits kenteken in het Nederlands aangesproken. Hij is al zijn bankpassen vergeten en heeft geen contant geld bij zich waardoor hij niet kan tanken. Of ik iets wil voorschieten, ik krijg het dubbele later terug. Tuurlijk... en wanneer hij dan met zijn gouden kettingen gaat zwaaien die ik dan maar als onderpand moet meenemen is het wel helemaal duidelijk, een rasechte oplichter. Hij scheldt me nog eens flink uit wanneer ik bij de auto vandaan loop en door een mevrouw wordt aangesproken in gebrekkig Nederlands. Lies is wel nieuwsgierig wat er allemaal gebeurd en komt erbij staan. Dit is Vera, een Tsjechische die jarenlang in Nederland gewoond heeft en op doorreis is naar Italië waar ze een huis heeft, we moeten zeker eens langs komen. Ze hoeft verder niets van ons maar het is toch wel verwonderlijk dat een wildvreemde je zo'n uitnodiging doet. Als we richting Italië gegaan waren, hadden we het waarschijnlijk ook nog gedaan, dit zijn van die vreemde ontmoetingen die soms tot leuke situaties en ervaringen kunnen leiden.
Maar wij gaan een andere richting op en hebben de eerste nacht een hotel iets voorbij Praag gereserveerd in een klein dorp, Zlenice. Het is even zoeken maar we komen in een soort schoolgebouw terecht uit de communistische tijd en we lijken de enige gasten te zijn. We kunnen niet met creditcard betalen dus moeten Tsjechische kronen wisselen. Van het geld dat we overhouden kan ik een biertje drinken in een cafë iets verderop. Lies blijft bij het hotel want ze is een week geleden gevallen en heeft nog veel last van haar gekneusde ribben.
We hoeven alleen de grens naar Servië nog even over, maar we komen in een lange rij te staan en ze voelt zich nu heel erg beroerd. Honderd meter voorbij de grens zien we een bordje met toiletten erop maar we zullen echt eerst die grens over moeten. En dat duurt zeker een half uur, wat eigenlijk helemaal niet zo lang is bij de Servische grens, maar wel als je je hondsberoerd voelt.
Als we dan eindelijk de grens over zijn, wil de toiletjuffrouw ook nog eens Servisch geld. Alsjeblieft, een euro, en nu niet meer zeuren. En nog geen 10 minuten later zijn we bij ons hotel, Vinski Dvor, een verzameling sprookjesachtige gebouwen maar daar heeft Lies pas de volgende dag een beetje oog voor. Het hotel met restaurant en mooie tuinen staat midden in een wijngaard dat door de hele familie verzorgd wordt. De gebouwen zijn turkoois blauw geverfd (meer groen volgens Lies) met rode daken. We hebben een hele grote kamer maar veel plezier heeft Lies er niet van, die ligt voornamelijk op bed.
De leden van de familie spreken alleen Duits maar het menu van het restaurant is alleen in het Tsjechisch. Ik heb best wel trek en laat de ober voor me kiezen, Lies probeert toch maar een soepje en gaat dan weer naar de kamer. En ik moet zeggen, het eten is fantastisch. En helemaal niet duur, zo blijkt als ik aan het einde van de avond afreken, nog geen € 50 voor de overnachting plus eten en drinken. Geen wonder dat het zo druk was in het restaurant, waarschijnlijk allemaal mensen uit de omgeving.Morgen rijden we verder naar Belgrado maar ik besluit nu al dat we op de terugweg zeker ook hier moeten overnachten. Tegen die tijd voelt Lies zich hopelijk een stuk beter en kan ze wat meer van de ambiance genieten. We slapen in ieder geval prima in de mooie kamer.
Zondag 11 juni 2017, Belgrado
De volgende ochtend voelt Lies zich gelukkig iets beter, de misselijkheid is over, en kan ze de goed onderhouden tuinen en gebouwen van het hotel bewonderen, gisteren heeft ze er niets van meegekregen. Het is echt een prettige plek om te verblijven. Eén van de familieleden vertelt ons over de geschiedenis van de familie op deze plek en wil ons ook nog wel door de wijngaarden leiden maar dat aanbod slaan we af, we willen nog meer zien vandaag. Bij het ontbijt is er wat verwarring want het meisje dat ons bedient spreekt geen buitenlandse talen maar uiteindelijk krijgen we ongeveer wat we willen hebben.
Dan rijden we naar Belgrado, een ritje van ongeveer 2 uur. Belgrado is de hoofdstad van Servië en daarvoor van Joegoslavië. Er wonen bijna twee miljoen mensen en als we in de buitenwijken aankomen, wordt de skyline vooral gedomineerd door de fantasieloze flats die in de communistische tijd werden neergezet om zo goedkoop mogelijk zoveel mensen te huisvesten. Je ziet dit in bijna alle steden van de voormalige Oostbloklanden. Het zal ook nog wel even duren voordat al die flats vervangen zijn door een prettiger leefomgeving. In sommige landen zie je dat de flats met kleurtjes beschilderd worden om het geheel wat vrolijker te maken maar hier zien we alleen witte en grijze flats.
Er is nog maar weinig toerisme in Servië vanuit West-Europa en dat zal ondermeer te maken hebben met het feit dat de Navo in 1999 nog bombardementen uitvoerde op de stad en Servië een vijand was. Ook door de kijk van het land op de Kosovaarse kwestie maakt het land nog niet erg geliefd in het westen. Maar dat er 20 jaar geleden nog oorlog was, is nu niet meer te merken in de stad hoewel we hier en daar nog wat schade aan gebouwen zien. Maar er wordt hard aan een modern Belgrado gewerkt en uit de andere voormalige Joegoslavië landen zoals Slovenië, Kroatië maar ook uit Bosnië, komen steeds meer toeristen want Belgrado is nog steeds de grootste stad van de regio en men spreekt dezelfde taal.
Wij spreken de taal niet en weten eerlijk gezegd helemaal niets van de stad. We dwalen dus eerst maar een beetje rond en komen zo op Zeleni Venac terecht , een deels overdekte markt met groente en fruit. Zulke marktjes zijn altijd leuk om rond te lopen, al was het maar door de geuren. Gelukkig komen we onderweg ook nog een informatiepunt tegen waar we in ieder geval een plattegrond van het centrum kunnen meenemen. Maar daar staat natuurlijk niet op wat al die gebouwen in het centrum voor functie hebben, en dat wil ik altijd toch wel graag weten.
Voor hotel Moskou, een van de belangrijkste oriëntatiepunten in het centrum, ligt het Terazije plein. Aan de straten eromheen staan grote klassieke gebouwen uit het begin van de 20e eeuw maar er begint ook een groot voetgangersgebied. Het schijnt dat er meerdere riviertjes onder de grond lopen die voor problemen zorgen bij het uitvoeren van grote bouwprojecten en alleen al onder het hotel zijn nog steeds 11 actieve waterbronnen. We hebben geen idee of ze daar ook gebruik van maken in hun spa.
In de 2e wereldoorlog had het hotel wat minder prettige gasten, toen was het namelijk het hoofdkantoor van de Gestapo in Servië.
Daarna lopen we het winkelgebied binnen waar geen auto's zijn toegestaan. De winkels die we zien, zijn erg modern en de winkelstraat is (gelukkig) geen kopie van wat je steeds vaker in West-Europa ziet met steeds vaker dezelfde winkelketens. Ook de mensen op straat geven de indruk dat Belgrado weer een welvarende stad is na de Balkanoorlogen aan het einde van de vorige eeuw toen de economie het onder andere erg zwaar had door de economische sancties tegen het land.
De stad doet zijn best de oude littekens weg te werken en toeristen te trekken en, hoewel het geen Parijs of Barcelona is qua schoonheid, zijn er wel leuke plekken. Zo komen we vanaf de winkelstraat in een zijstraat met het hippe restaurant Manufakture terecht, rode parapluutjes hangen boven de straat om te zorgen dat het terras niet nat wordt bij regen en nu voor schaduw zorgt. We lopen nu in de richting van de rivier de Sava, vlakbij de splitsing met de Donau. Mede dankzij deze twee rivieren is Belgrado een erg groene stad met veel parken. Belgrado heeft zelfs een eigen haven.We verdwalen een beetje maar de inwoners van Belgrado zijn erg gastvriendelijk en spreken redelijk Engels. We zijn op zoek naar het Kalemegdan park en worden al snel de goede richting in verwezen.
Buiten het voetgangersgebied liggen een aantal brede wegen waar heel wat verkeer rijdt en we lopen langs de Franse ambassade waar een paar soldaten de wacht houden. Een foto maken wordt niet op prijs gesteld en we lopen door tot we aan de ene kant weer het voetgangersgebied hebben en aan de andere kant de ingang tot het Kalemegdan park zien dat het grootste is in de binnenstad van Belgrado. We zijn niet de enigen die hier heen zijn gekomen, het park zit vol families, stelletjes en kinderen die wandelen, picknicken of spelletjes doen. Het is een oase van rust in deze drukke stad en relatief koel in de hitte, heerlijk om te wandelen.
Er worden in het park veel festivals georganiseerd maar vandaag zijn er alleen de bezoekers. Al snel komen we bij een standbeeld van een vrouw op een hoge sokkel. Het blijkt het monument van dankbaarheid aan Frankrijk te zijn, onder andere als herinnering aan de Franse soldaten die stierven bij de verdediging van Belgrado in de 1e wereldoorlog. Erachter staat het fort op een plek waar al meer dan 2.000 jaar versterkingen zijn gebouwd. Al in de 3e eeuw was sprake van een fort en het schijnt dat Atilla de Hun eronder is begraven. Er is onder meer een legermuseum maar dat boeit ons niet zo.
Het fort beslaat zo'n 66 hectare en er wordt nog steeds archeologisch onderzoek gedaan. Het fort staat op een 125 meter hoge heuvel en vanaf de kantelen van het fort hebben we een goed uitzicht over de Sava en de Donau, de twee rivieren die de stad doorkruisen en waarschijnlijk de reden waarom dit een uiterst geschikte plek was om in de oudheid al een nederzetting te stichten. Je had goed uitzicht over de omgeving (en dus op aanstormende vijanden) en je had via het water niet alleen een vluchtweg maar ook een belangrijke handelsroute.
We zouden vanaf hier naar de rivieren beneden kunnen lopen, maar de ribben van Lies zien dat niet zitten, daar gaan we morgen wel kijken. Een paar maand na ons bezoek wordt aangekondigd dat men van plan is een kabelbaan te maken die vanaf de Donau naar het fort gaat. Dus die kunnen we in de toekomst misschien eens proberen. Er schijnt trouwens ook een dinopark in het Kalemegdan park, net buiten het fort, te zijn maar dat komen we niet tegen, wel een gemetseld gebouwtje dat het restant van een middeleeuwsbouwwerk is. Er is nog veel meer te zien in het uitgestrekte park maar dat gaan we hier maar niet allemaal opsommen.
Wij lopen terug naar het winkelgebied en in de buurt van het Plein van de Republiek zoeken we nog een terras op om even bij te komen van de toch wel lange wandeling. Op het plein bij de Britse ambassade zien we een standbeeld voor een prins uit de 19e eeuw toen Servië nog een koninkrijk was. Nu is het een republiek maar toch is er nog steeds een prins die door monarchisten als de kroonprins wordt gezien. Tito nam hem zijn staatsburgerschap af maar dat kreeg hij in 2001 terug en woont sindsdien ook weer in het voormalige koninklijk paleis. Prins Alexander moest beloven politiek afzijdig te blijven maar hij ziet zichzelf wel als de rechtmatige koning en er schijnen veel inwoners te zijn die er hetzelfde over denken.
We hebben een prima kamer en een klein zitje onder de wijnranken. Lies kan eindelijk even liggen en ik blijf nog lang buiten zitten in de warmte.





