Donderdag 20 september, de noordelijke Hooglanden
Iain, onze hotelbaas, is me een aparte. Vorig jaar heeft hij tegen ons behoorlijk zitten klagen over toeristen die vaker komen en dan door hem rondgeleid willen worden, maar volgens ons maakt hij het er zelf na. Na het ontbijt vertelt hij wat over de geschiedenis van de buurt (waar hij hij heel veel van weet, zoals zoveel Schotten) en biedt ons aan een uurtje rond te rijden en wat dingen te laten zien.
Wij vertellen wel geïnteresseerd te zijn in oudheden en de geschiedenis en voor we het weten vertelt hij ons alles over de buurt en wat er al te zien is. Het aanbod ons een uurtje rond te rijden zullen we weten. In meer dan 2 uur tijd zien we alle historische plekken rond Beauly, krijgen de hele geschiedenis verteld waarvan we natuurlijk 90% helaas alweer vergeten zijn.
Eerst naar een weiland, iets ten zuiden van Beauly, waar zo maar in een apart hoekje naast een weiland een steencirkel staat. Geen bordjes erbij, dus vrijwel nooit zal hier iemand komen...
En vervolgens naar de tuin van een oude bekende. In de tuin die half overwoekerd is, staat ook een steencirkel, maar slechts enkele stenen zijn nog zichtbaar. Wij willen ook zo'n tuin! De mensen zijn niet thuis, dus we banjeren maar een beetje rond door de hoge begroeiing.
Al met al maken we nog een hele rondrit in de jeep van Iain. Hij laat ons alle monumenten en aandenktekens in de omgeving zien (zoals voor die soldaat die niet wilde vechten, maar moest van z'n vrouw en stierf in een slag in de Jacobitische oorlogen) en zo rijden we de hele omgeving rond.Uiteindelijk komen we bij een heuvel met een steile opgang waar vroeger ooit een fort lag. Nu liggen bovenop de laatste resten van een (nogal heerszuchtige) clan uit de buurt begraven, de Lovats.
In de buurt van Golspie rijden we even langs Dunrobin Castle, maar we vinden dat we genoeg kastelen van binnen hebben gezien, dus we nemen genoegen met een plaatje van de buitenkant.
Bij Helmsdale slaan we van de A9 af naar de Strath of Kildonan, de A897 op. Kleine kronkelende weggetjes waar je zelden tegemoet komend verkeer tegenkomt. De lucht wordt steeds donkerder en op het laatst rijden we in een dichte mist.
Het land wordt dan werkelijk verlaten en eenzaam. Het is nog een behoorlijk lange rit naar de noordkust en we genieten van de somberheid van het landschap. Het wordt steeds vlakker en ook de weg loopt ineens eindeloos recht. Verkeer is er al helemaal niet meer.
Vlak voor de kust wordt de weg weer breder en buigt af naar Thurso in het oosten en Tongue in het westen. Wij rijden via Thurso, waar we het kasteeltje hiernaast passeren, naar Dunnethead.Dit is de noordelijkste punt van het Britse vasteland. Eerlijk gezegd vinden we het er maar saai en niet de moeite waard om nog eens heen te gaan. Hetzelfde geldt voor John O'Groats dat op de oostelijke punt ligt. Een winderig plein waaromheen wat gebouwen staan. We hebben niet eens een foto genomen.





