Zondag 14 september, naar Asni in de Hoge Atlas
Al om half 9 zitten we aan het ontbijt. De meeste toeristen die we de afgelopen dagen hebben gezien zijn al weer verder getrokken en nu zit er een grote groep Franse toeristen. Hoe de reisleider met ze omgaat doet me denken aan m'n eigen tijd als reisorganisator en begeleider.Aangezien Lies vroeger niet veel heeft gereisd en alles wel wil zien, neem ik haar vaak mee naar plekken waar ikzelf al ben geweest en waar nog een stukje nostalgie ligt. Zo ook Marokko. Eind jaren 80 heb ik hier een reis uitgezet voor een Nederlandse reisorganisatie en heb ruim een half jaar in Marokko gezeten. Een groot deel van die tijd heb ik doorgebracht in de Hoge Atlas, in het dorpje Asni en daar wil ik vandaag weer even naar toe.
Normaal wacht een Grand Taxi tot de taxi vol is, dat wil zeggen met 6 mensen, exclusief chauffeur. Er is nog helemaal niemand anders die alleen maar tot Asni wil, dus we betalen met z'n tweeën voor een volle taxi, want we willen wel weg: 120 dirham, oftewel € 12. Tijdens de eerste 30 kilometer over vlak terrein stoppen we al een paar keer om de banden op te pompen die blijkbaar steeds leeglopen.
Wanneer we de bergen ingaan zien we prachtige valleien waarin de rivierbeddingen er opgedroogd bijliggen en mooie vergezichten. We maken wat foto's door het raam, maar ineens stopt de chauffeur met de opmerking: mooie plek om foto's te maken.
We stappen uit maar ik heb de temperatuurmeter ook wel gezien: de motor is aan de kook. De motorkap gaat open en een voorbijkomende taxi stopt om onze chauffeur extra water te geven. Wij doen alsof we nergens iets van merken en lopen wat rond om foto's te maken.
Ik wil graag even naar het Grand Hotel du Toubkal waar ik in 1990 bijna 4 weken heb gezeten, maar het blijkt al 6 jaar gesloten, hoewel er nog wel mensen zitten die ons dat kunnen vertellen. Jammer, ik heb hier destijds een fantastische tijd gehad waar ik graag nog even aan had willen denken, zittend op het terras met uitzicht op de besneeuwde top van de Toubkal, de hoogste berg van Marokko en de op 2 na hoogste van Afrika met z'n 4167 meter hoogte.
Het is hier en stuk koeler dan op de vlakte maar nog warm genoeg en we rusten even uit tegen een muurtje. Voorbijgangers groeten ons en zijn niet vervelend. De bevolking hier is Berbers en behoorlijk anders dan de Arabieren: meer gesloten, maar wel vriendelijk. Er is slechts een klein groepje, vooral jongelui, die probeert aggressief iets aan de toeristen te verdienen.
Dit gebied is zo anders dan de omgeving van de stad Marrakesh. Hier heersen de woestijn en de bergen en de huizen vallen een beetje in het niet in het overweldigende landschap.
Voor nog geen 2 euro drinken we een aantal bakken koffie weg en we zitten zo een uurtje of twee te kletsen met allerlei mensen, wonderbaarlijk genoeg vooral in het Engels en niet in het Frans. Ik kan nog uren doorgaan over deze plek en het Toubkal-gebergte omdat ik hier zulke goede herinneringen aan heb, maar het is wel weer genoeg geweest, we willen weg.
Er staan al 2 taxi's klaar voor de rit naar Marrakesh wanneer we ineens toch weer belaagd worden door souvenirsverkopers. Wanneer na een half uur de taxi nog niet vol is en een jochie begint te klagen dat we geen respekt voor hem hebben omdat we niets van hem kopen is voor mij de maat vol. Hij blijft maar aandringen en al honderd keer hebben we vriendelijk maar resoluut nee gezegd. Ik spring uit de taxi en betaal voor 2 extra mensen (€ 4) zodat we direkt weg kunnen. En zo zitten Lies en ik ruim op de achterbank terwijl de voorste stoel wordt ingenomen door 2 mensen zoals te zien op deze wat vage foto.
Terwijl de heren op de passagiersstoel geanimeerd babbelen, proberen wij wat foto's te maken van het voorbijschietende landschap. We komen door typische woestijndorpjes waarvan de huizen dicht bij elkaar staan om voor zoveel mogelijk schaduw te zorgen.
Ook staat er af en toe een eenzaam gebouwtje langs de kant van de weg. Hoe dichter we bij Marrakesh komen, des te meer begroeiïng zien we verschijnen. Grote cactusstruiken en hoge palmbomen, en heel veel plantages met olijfbomen. Er komt veel olijfolie uit deze streek.
Na drie kwartier naderen we de rode stadsmuren van Marrakesh en op de foto zie je één van de poorten, Bab Aguenaou. Vanaf de taxistandplaats nemen we een kleine taxi naar het Jemaa el Fna plein. Het is hier echt beduidend warmer dan in de bergen en onze wandelingen blijven beperkt tot rond het plein en dan een dakterras op. Er staat een stevige wind, maar die is bijna nog warmer dan de lucht zelf, een echte föhn.
We zien regelmatig huizen of muren waar kleurige tapijten overheen gehangen zijn zoals ook hier naast de Kharbouch moskee aan het plein. Zo somber als de vrouwen zijn gekleed in zwarte gewaden, zo kleurrijk is de rest van de stad. En net als bij de huizen overheerst de kleur rood.
De wind wordt zo heftig dat we het dak verlaten en een terrasje opzoeken in de buurt van de Koutoubia moskee, ook een plek vanwaar we een mooi uitzicht hebben over het chaotische stadsverkeer. We hoeven maar een paar honderd meter te lopen maar we zweten alweer behoorlijk wanneer we gaan zitten. Dit is echt een klimaat om alles rustig aan te doen en je vooral niet te druk te maken. Dat doen de meeste inwoners dan ook, behalve in het verkeer.
Dit is de 'stamkroeg' waar we iedere avond wel een uurtje zitten en soms wat eten. Ook vanavond doen we dat weer. Iedere keer onderweg erheen lopen we langs een winkeltje waar ik door de eigenaar als Ali Baba wordt aangesproken en Lies als de Gazelle. Dit keer vraag ik hem nu toch maar eens wat hij ermee bedoelt. Hij komt met een heel verhaal over de schurk Ali Baba (waarschijnlijk ook met lang haar) die later een moedige held werd en de Gazelle als het lieftallige dier dat een goede invloed op hem had.





