Woensdag 10 september, de Palmeraie en de tuin van Majorelle
Eigenlijk hoort Lies deze dag te beschrijven want vandaag is het palmendag...Na het ontbijt lopen we eerst een heel eind naar het zuiden van de stad richting vliegveld omdat daar de dichtsbijzijnde fietsverhuurbedrijven zouden zitten. Het lijkt mij ideaal om met de fiets naar wat verdergelegen plekken te gaan hoewel Lies het nog niet echt ziet zitten tussen al dat drukke verkeer. Zij is er dan ook niet rouwig om wanneer we niets kunnen vinden. Iedere Marokkaan die we aanspreken weet dat het ergens in de buurt is, maar niemand weet precies waar. Dorstig en verhit stappen we dan eerst maar het luxe Atlas hotel binnen. Deze hele wijk is trouwens erg luxe met brede boulevards en tuinmannen die overal het groen verzorgen. We komen zelfs in een straat waar een paleis van de nieuwe koning moet staan, maar we krijgen er niets van te zien.
De eerste taxichauffeur die stopt wil 100 Dirham om ons naar de Palmeraie te brengen; verontwaardigd gooi ik de deur weer dicht. Een tweede, erg vriendelijke, taxichauffeur neemt ons mee voor 50 Dirham. Dat is de prijs voor een retourtje maar waarschijnlijk krijgt hij niemand mee terug dus dat vinden we een redelijke prijs. De Palmeraie is een gebied van 12.000 hectare vol palmbomen, ten noordoosten van de stad. Vroeger mocht een gebouw niet hoger zijn dan een palmboom en ze mochten ook niet omgehakt worden. Daarom zie je nog steeds palmbomen groeien langs de straten en door het plaveisel heen.
We laten ons afzetten in de buurt van een cafeetje en spreken met de chauffeur af dat hij ons na 3 uur komt ophalen. Zo kunnen wij even de palmenwoestijn intrekken en bijkomen in het café terwijl we ervan verzekerd zijn dat we vervoer terug hebben.
Marrakesh is één grote oase tussen het Midden-Atlas en het Hoge-Atlas gebergte. De bergen worden omringd door woestijn, noordelijke voorlopers van de Sahara. Ik heb altijd een zwak gehad voor woestijnen: het lijkt zo leeg en stil, maar het krioelt er van het leven. Kamelen zijn wel de grootste dieren die er kunnen leven. Eigenlijk zijn het dromedarissen, kamelen met maar 1 bult, maar in het engels worden beide soorten 'camel' genoemd. Typisch Nederlands om zo'n onderscheid te maken...
De grond is hier duidelijk woestijngrond en toch groeien er tienduizenden palmen. Sommigen zijn zo groot en oud dat meerdere bomen uit 1 stam ontspruiten. Er is hier water ondergronds, maar het zit heel diep zodat lage gewassen niet kunnen overleven.
We hebben nog een uurtje tot onze taxichauffeur (taxi nummer 121) ons weer op komt halen. We zitten heerlijk in de schaduw onder de palmbomen en we genieten allebei volop van de rust. Dit is heel wat anders dan het hectische Marrakesh. We horen geen auto's, geen brommertjes en weinig mensen, een echte oase.
Wat de taxi's betreft leren we het volgende: er zijn 1600 kleine taxi's (petit taxi, die alleen in de stad rijden) in Marrakesh; vrijwel alle chauffeurs huren de taxi's wat zo'n 200 Dirham (€ 20) per dag kost. Brandstof, reparaties en herstel van schade moeten de chauffeurs zelf betalen. Een ritje van 3 kilometer tussen Gueliz en de Medina kost volgens de meter ca. 5 Dirham, voor een toerist 10 Dirham oftewel 1 Euro. Taxichauffeurs werken dan ook meestal 12 uur per dag om 200 tot 400 Dirham winst te maken per dag.
Hij brengt ons naar de tuin Majorelle en daar nemen we afscheid van hem. De komende dagen blijven we wel uitkijken naar zijn taxinummer, 121, maar we zien hem niet meer terug deze reis terwijl we toch nog duizenden keren taxi's aan ons voorbij zien rijden. Dan stappen we de tuin in en betreden weer een nieuwe wereld, de tuin van Majorelle en het Islamitisch kunstmuseum.
Tussen de honderden bijzondere plantensoorten, waarbij cactussen en palmen overheersen, slingeren rode paadjes. Een echt paradijselijke tuin, een kalme oase in de drukke stad.
We hebben nog nooit zoveel verschillende soorten palmbomen bij elkaar gezien, maar geen zaadjes. We hebben nog even de hoop dat die in het winkeltje worden verkocht, maar helaas. De tuinen zien er goed verzorgd uit, het resultaat van de tientallen tuinmannen die rondlopen.
De Jardin Majorelle, ook wel Bou Saf-Saf tuin genoemd, is tussen de wereldoorlogen aangelegd door de Franse kunstenaar Louis Majorelle. Hij was een art-deco schilder die vooral de kleuren rood, kobaltblauw en Veronees groen gebruikte. Dat Veronees kenden we niet, maar zo wordt de kleur omschreven.
Prieeltjes en vijvers maken een waar lustoord van de tuin en het is heerlijk om wat rond te wandelen en te rusten op een bankje terwijl talloze vogels om ons heen kwetteren. Een plek die je absoluut niet mag missen wanneer je in Marrakesh bent!
Een scooter midden op straat? Ja, de berijder kwam een bekende tegen dus stalde zijn scooter gewoon ter plekke. Het overige verkeer rijdt er wel omheen.
Eén van de raadselen die we hebben opgemerkt wordt opgelost: er lopen steeds jongemannen heen en weer met rinkelend kleingeld in de hand. Eerst denken we nog dat ze geld wisselen, biljetten voor kleingeld, maar uiteindelijk blijkt dat ze losse sigaretten verkopen. Ze kopen sloffen vol bij een kraamje en verkopen ze per één of twee met een beetje winst.





