Woensdag 19 mei, via Reutte in Oostenrijk, door de Alpen en de Dolomieten naar Venetië
We gaan naar Italië! Tja, waarom Italië?
Eigenlijk ligt het niet zo voor de hand want we hebben geen van beide veel affiniteit met het land. Maar het is het enige grote West-Europese land dat we nog niet echt bezocht hebben en het moet er toch wel erg mooi zijn en dat gaan we deze reis dus ontdekken. En in eerste instantie waren we uitgenodigd door een adverteerder voor een weekje op een camping. Maar de camping zelf weet van niets wanneer we ze bellen. Achteraf blijkt het allemaal een misverstand en hadden we daar gewoon heen kunnen gaan.
Eigenlijk ligt het niet zo voor de hand want we hebben geen van beide veel affiniteit met het land. Maar het is het enige grote West-Europese land dat we nog niet echt bezocht hebben en het moet er toch wel erg mooi zijn en dat gaan we deze reis dus ontdekken. En in eerste instantie waren we uitgenodigd door een adverteerder voor een weekje op een camping. Maar de camping zelf weet van niets wanneer we ze bellen. Achteraf blijkt het allemaal een misverstand en hadden we daar gewoon heen kunnen gaan.
Om 10 uur zijn we weg en al gauw razen we over de Duitse Autobahn. We zijn bij Nieuweschans de grens overgegaan en rijden via Osnabrück naar Kassel en vandaar verder naar het zuiden. Na 600 kilometer hebben we wel behoefte aan een wat langere pauze, die we hier dan ook nemen.
Hetzelfde overkomt ons wanneer we na 900 kilometer ineens weer op langzame tweebaanswegen gaan rijden. Alsof we uit 'warp' gaan en weer in de gewone wereld terechtkomen. Een wereld die wel heel erg mooi is, zo vinden wij wanneer we de Alpen weer voor ons zien liggen!
We hadden geen idee hoe ver we zouden komen vandaag maar tegen 7 uur rijden we Oostenrijk binnen en in het eerste dorpje zoeken we een hotel en we rijden bijna recht op de Zwarte Adelaar af. We worden naar de kamer gebracht door een stokoud, gekromd vrouwtje en we vragen niet eens naar de prijs. Dat zien we morgen wel.Het uitzicht vanaf ons balkon is in ieder geval geweldig en het is nog lekker weer ook. Morgen rijden we door naar Italië, maar nu gaan we eerst nog even dit Alpendorp in.
We zijn alweer helemaal in vakantiestemming, zeker nu we ook bergen om ons heen hebben. Het geeft ons een heerlijk gevoel dat je na 1 dag rijden al zo helemaal in een andere sfeer dan de Nederlandse kunt zijn.
Donderdag 20 mei 2004, door de Alpen en de Dolomieten naar Venetië
Met een heerlijk zonnetje staan we op en we zijn mooi op tijd alweer op pad, voor een tochtje door de Alpen. Niet met de olifant zoals Hannibal dat ooit deed, maar comfortabel met de auto.Wij zijn dol op bergen, we kunnen er niet genoeg van krijgen. Met heuvels zijn we ook tevreden maar bergen als hier zijn net even beter. Veel mensen schijnen iets met bergen te hebben. Ze getuigen van een natuur die zich niets of weinig aantrekt van mensen. We kunnen ons wel voorstellen dat er mensen zijn die ze willen bedwingen, ze als het ware willen overwinnen, maar wij houden het bij bewondering voor deze majestueze reuzen.
Er ligt nog veel sneeuw op de bergen en dus is er veel smeltwater nu het zo'n 25 graden is, zelfs op bijna 2 kilometer hoogte. De meren krijgen van dit water een prachtig groen-blauwe tint zoals bij de Fernsteinsee links.
We rijden Oostenrijk deze keer uit via de Brennerpas (€ 8 tol), maar om de een of andere manier hadden we verwacht door een hele lange tunnel te moeten. Dat valt wel mee, de Brennertunnel blijkt maar een paar honderd meter lang te zijn, we komen vandaag door wel veel langere.In Italië rijden we over twee passen langs binnenwegen die zich steil naar boven kronkelen. De eerste is de Passo Pennes, 2217 meter hoog. Kilometers lang kruipen we met ons autootje omhoog terwijl de motoren voorbij razen.
Na een korte stop met een heerlijke kop cappucino (ze kunnen ze hier toch echt het lekkerst maken!) rijden we verder de Dolomieten in. Tenminste, wanneer we eindelijk een uitweg uit Bolzano hebben gevonden. We vinden het maar druk in de steden hier, daar rijdt je niet voor je lol door heen. Ook de bewegwijzering kon wel wat duidelijker.
Uiteindelijk vinden we echter de route die we willen nemen, langs het massief van de Pale di San Martino, 3192 meter hoog. Een indrukwekkende berg die ver uitsteekt boven zijn buurbergen en de streek domineert.Na deze pas gaan we verder richting Venetië, of eigenlijk het schiereiland tegenover de plaats zodat we morgen met de boot kunnen oversteken. Het is nog hooguit 100 km. maar eerst staan we lang in een file. Uiteindelijk kunnen we verder en passeren politie, brandweer en ambulances naast een halve motor. De voorste helft is kompleet verpulverd.
Onze tent staat al snel, maar nog sneller maken we kennis met de vele muggen die hier zitten. Dat wordt weer krabben de komende dagen. Lies heeft nog zin in een kopje soep en rechts zie je het resultaat van de bestelling: ongeveer een hele pan met soep. Het geeft niet, we hebben eten en een slaapplaats, wat heeft een mens nog meer nodig?





