Lies & Teije's reis website

Informatie over Portugal


Je bent hier: Home -> Europa -> Portugal - > Informatie Portugal

Informatie over Portugal

Feiten over Portugal

De (nationale) vlag
Officiële naam Officiële naam: Republica Portuguesa (Republiek Portugal)
Oppervlakte 92.391 km², ca. 2x zo groot als Nederland
Aantal inwoners 10,8 miljoen (2016)
Bevolkingsdichtheid 117 mensen per km²
Hoofdstad Lisboa (Lisbon)
Munteenheid De Euro vanaf 2002, 1 € is ca. $ 1,17 (2017)
Wegennet Met behulp van EU-gelden worden de wegen in snel tempo verbeterd. In het binnenland zijn nog wel veel slechte wegen.
Brandstofprijzen Zie de website van de ANWB
Code auto kentekenplaat P
Telefoon landcode 351
Internet landcode .pt
Tijdsverschil GMT; 1 uur eerder dan in Nederland

Geografische gegevens

Het vasteland bestaat uit de westrand van het Spaanse tafelland, dat gebied gaat in Portugal naar het westen toe in brede kustvlakten over. Hierdoor heeft het land een opvallend gevarieerd landschap, dat sterk afwijkt van Spanje, de rivier de Taag (Tejo) vormt de belangrijke scheidslijn in het landschap. Ongeveer de helft van het gebied ten noorden van de Taag ligt boven de 400 m. Het land ten zuiden van de rivier bereikt op slechts zeer weinig plaatsen die hoogte. Het noorden is heuvelachtig en bergachtig en ligt gemiddeld op 500-800 m hoogte. De hoogste toppen komen voor in de centrale Serra da Estrela, een van noordoost naar zuidwest lopende bergketen die tot een hoogte van bijna 2000m reikt en uitloopt tot bij de monding van de Taag. De vallei van de Taag is een vlak gebied. De 800km lange kustlijn is voor het grootste deel vlak en zanderig en vaak omzoomd met duinen die lagunes omsluiten. In de buurt van Lissabon met bij Cabo de Roca het meest westelijke punt van Europa en bij Cabo de São Vicente bevinden zich rotsachtige stukken.
De grootste rivieren de Minho, de Douro, de Taag en de Guadiana vinden hun oorsprong in Spanje. De Mondego en de Sado zijn de voornaamste rivieren die geheel binnen de landsgrenzen stromen.

BevolkingNaar boven

Portugal heeft ongeveer 10,8 miljoen inwoners(2016). Veel Portugezen wonen, meestal om economische redenen, in het buitenland. Na de dekolonisatie van Angola en Mozambique zijn honderdduizenden zgn. retornado naar het moederland teruggekeerd. Een deel van hen is na enige tijd naar Brazilië geëmigreerd. De jaarlijkse bevolkingsgroei is negatief (1985 tot 1994 -0,1%). Het geboortecijfer was in 1993 10‰, het sterftecijfer 11‰. De bevolkingsdichtheid verschilt van streek tot streek sterk. Grote bevolkingsconcentraties bevinden zich in en om Lissabon en Porto en op Madeira. Toch is Portugal een relatief dunbevolkt land.

TalenNaar boven

De officiële taal is het Portugees. Het Portugees is een Romaanse taal en nauw verwant met het Spaans. Wel is de uitspraak heel anders. Het Portugees heeft een unieke klank en is direct herkenbaar. Wie wel eens naar Fado-muziek geluisterd heeft herkent zowel het rauwe als melancholische van deze taal. Portugees is een wereldtaal en wordt door meer dan 160 miljoen mensen gesproken.

GeschiedenisNaar boven

Oudheid

De oudste sporen van mens en beschaving zijn uit 8000 voor Christus. Kelten en Lusitaniers zijn de eerste belangrijke bewoners geweest voor Portugal. De Romeinen kwamen aan het begin van de tweede eeuw voor Christus in Portugal en bleven er meer dan 600 jaar. Aanvankelijk ontmoetten ze veel tegenstand, vooral van de zijde van de weerbare Lusitani. In 27 voor Christus verdeelde Augustus het Iberisch Schiereiland in drie provincies. Tarraconensis (oosten en noorden), Baetica (zuiden) en Lusitania (westen). De laatstgenoemde provincie viel niet helemaal samen met het grondgebied van het huidige Portugal. Sporen van de Romeinen zijn er nog in de vorm van wegen en bruggen en plaatsen als Evora en Conimbriga. Ook de Portugese taal stamt af van het Latijn.

De Moren

Na een korte overheersing van de Germanen kwam de volgende inval van betekenis, die van de Moren. Gebruik makend van de verdeeldheid van de Germaanse overheersers stak de Moorse veldheer Tarik in 711 naar Spanje over en even later ook het huidige Portugal. Binnen tien jaar waren de Moren meesters van het schiereiland, op enige onherbergzame streken van het bergachtige Asturië na. De heerschappij van de Moren heeft eeuwenlang geduurd en is in Portugal van grote betekenis geweest. Vooral in zuid- en midden-Portugal was de Moorse invloed groot. Algarve is een Moors woord wat het westen betekent. De Moren brachten de Islamitische cultuur met zich mee. Voedsel en bouwkunst vertonen nog steeds Moorse trekken.
Het Bourgondische Huis: Na veel strijd werd en met behulp van de kruisvaarders viel Lissabon in 1147 in handen van Alfonso I Henriques (1139-1185). Hij nam de koningstitel aan, die na veel strubbelingen door Castilië en Rome erkend werd. Zijn opvolgers, beurtelings Sancho en Alfons geheten, breidden het gebied uit en wisten zich als soevereine vorsten te handhaven. Alfons III veroverde in 1249 de laatste bolwerken van de Moren in de Algarve. Hiermee kreeg Portugal zijn huidige landsgrenzen. Het huis sterft uiteindelijk uit door een gebrek aan mannelijke troonopvolgers.

Het Huis van Avis

Tijdens de verwikkelingen na het uitsterven van het huis van Bourgondie lieten een aantal buren hun begerig oog vallen op Portugal. Maar zowel de burgerij als de adel lieten dit niet gebeuren. Veldheer Nuno Alvares Pereira zorgde er voor dat in 1385 een bastaard op de troon kwam, Joao I. Met de nieuwe koning ontstond het huis van Avis.
Zijn zoon Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) heeft de grondslag gelegd voor het Portugese imperium. Bij zijn dood waren Madeira en de Azoren al ontdekt en waren de Portugezen in Afrika al tot Siërra Leone doorgedrongen. Portugal was de voornaamste maritieme mogendheid van Europa geworden. De belangrijkste ontdekkingsreizigers waren Vasco da Gama (hij ontdekte de zeeweg naar India, waar hij in 1498 voet aan wal zette) en Pedro Alvares Cabral (hij ontdekte Brazilië in 1500. Dit vond plaats onder het bewind van Manuel I (1495-1521) Hierna raakte Portugal langzaam in verval. Na een mislukte veldtocht tegen de Moren in Marokko in 1578 namen de Spanjaarden in 1580 de macht over.

Spaanse overheersing

Filips II was vrij loyaal in de erkenning van de Portugese autonomie, maar de vijanden van Spanje, vooral de Republiek, gingen ertoe over Portugal eveneens als vijand te beschouwen. De Oost-Indische Compagnie veroverde grote delen van het Portugese imperium in het oosten, de West-Indische Compagnie nestelde zich in Noordoost-Brazilië. Ook was het noodlottig voor Portugal dat het betrokken werd in de talrijke oorlogen van Spanje met andere Europese mogendheden. Economisch en sociaal raakte het land steeds meer uitgeput, vooral onder Filips III en IV, die Portugal eenvoudig als een provincie van Spanje beschouwden. Maar het Portugese nationalisme kwam steeds meer in verzet tegen de onderdrukking en uitbuiting. Eind 1640 maakte een kleine groep van samenzweerders een eind aan de Spaanse overheersing. Dit werd door het overgrote deel van de bevolking geestdriftig toegejuicht. De hertog van Braganca werd tot koning Joao IV uitgeroepen.

Het Huis van Braganca

In 1662 werden de banden met Engeland aangetrokken door het huwelijk van Catharina Braganca met Karel II. Dit kostte Portugal wel het bezit van Bombay. Van het Portugese imperium in het oosten waren slechts restanten overgebleven, maar de onafhankelijkheid van het land was verzekerd. Toch slaagde Portugal er niet in zich tot een moderne mogendheid op te werken. Het Braziliaanse goud, dat in de 18de eeuw naar Portugal begon te stromen, werd door de prachtlievende barokvorst Joao V (1707-1750) aan pompeuze bouwwerken besteed. Zijn opvolger liet de regering over aan zijn minister Pombal, een typische vertegenwoordiger van het verlicht despotisme. Hij liet Lissabon na de aardbeving in 1755 planmatig herbouwen.
Portugal was in de 19de eeuw een constitutioneel monarchie met een vrij liberale grondwet. Van de uitwerking kwam in de praktijk weinig terecht. De bevolking op het platteland leefde in vrijwel feodale omstandigheden en in grote onwetendheid. Financiële schandalen van regeringsleiders, onwil en onmacht van de leidende kringen om de situatie te verbeteren, en politieke wantoestanden in Afrika brachten de monarchie in diskrediet. Portugal bouwde in de tweede helft van de 19de eeuw een groot koloniaal rijk op in Afrika. Maar in conflicten met machtiger mogendheden trok het land steeds aan het kortste eind. In 1878 werd de Republikeinse Partij opgericht. In 1908 werden koning Carlos I (1889-1908) en de troonopvolger gedood na een aanslag van republikeinen. De jonge Emanuel II moest na een militaire rebellie en volksopstand in 1910 de wijk nemen naar Engeland. Dezelfde dag werd de republiek uitgeroepen en Teófilo Braga werd de eerste president.

De Republiek

Het nieuwe regime bracht geen politieke stabiliteit. De financiële problemen, het analfabetisme, de economische en sociale vraagstukken bleven bestaan. Van 1910 tot 1926 telde Portugal niet minder dan 44 regeringen, maakte het land twintig staatsgrepen mee en wisselde het twaalf maal van president.
Onder zware Britse druk nam Portugal in 1916 aan de Eerste Wereldoorlog deel. Het leed aanzienlijke verliezen in Frankrijk, nederlagen in Mozambique en kwam financieel nog verder ontredderd uit de oorlog te voorschijn. Regeringscrises, internationale leningen op vernederende voorwaarden, stakingen en onlusten bepaalden het naoorlogse beeld. In 1926 brak een rechtse nationalistische revolutie uit. Generaal Carmona, president van 1926 tot 1951, haalde in 1928 de econoom António de Oliveira de Salazar naar het ministerie van Financiën. Salazar had absolute volmachten bedongen en saneerde de financiën met drastische maatregelen dankzij de generaalsdictatuur. De staatstekorten veranderden in overschotten.

Salazar

In 1932 werd Salazar minister-president en een jaar later gaf hij het land met een nieuwe grondwet een corporatieve politiek-sociale grondslag (Estado Novo). Veertig jaar zou Salazar de Portugese politiek beheersen. In feite ging het om een mengeling van katholiek corporatisme en fascisme. De ideeënwereld van liberalisme en socialisme, van democratie met politieke vrijheidsrechten en de arbeidersbeweging werden als subversief onderdrukt. In de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) verleende Portugal velerlei diensten aan Franco. Na Franco's overwinning werd met hen een Iberisch Pact gesloten.
Portugal bleef buiten de Tweede Wereldoorlog Na de oorlog trad Portugal toe tot de Verenigde Naties en de NATO (1949) zonder dat het regime gewijzigd werd. Oppositie werd monddood gemaakt.
In 1951 kregen de koloniën de status van overzeese gebiedsdelen, maar zij bleven buiten het dekolonisatieproces dat zich in Azië en Afrika voltrok. India annexeerde na een militaire actie in 1961 de enclaves Goa, Daman en Diu. In Afrika begonnen bevrijdingsbewegingen een gewapende strijd (Angola 1961, Guinea 1963, Mozambique 1964). Portugal verzeilde in een drievoudige koloniale oorlog, waarin een leger van 100.000 dienstplichtigen betrokken was. Het regime raakte in een internationaal isolement en hoewel honderdduizenden Portugezen in West-Europa werkten, stagneerde de economie. Het verzet verdiepte en verbreedde zich. Een oppositiebeweging binnen de strijdkrachten, de Beweging der Strijdkrachten (MFA), greep tenslotte in.

De Anjerrevolutie en de democratie

De Anjerrevolutie van 25 april 1974, die zonder bloedvergieten verliep, deed de 'Nieuwe Staat' als een kaartenhuis uiteenvallen en bracht een revolutionaire ontwikkeling op gang in de Portugese samenleving. Deze ontwikkeling ging de opzet van de MFA verre te buiten. Oude en nieuwe partijen organiseerden zich. In de loop van enkele jaren zou de (sociaal)revolutionaire vloedgolf worden ingedamd en er ontstond, voor het eerst in de Portugese geschiedenis, een politieke democratie.
De verkiezingen voor de grondwetgevende vergaderingen op 25 april brachten een grote overwinning voor de gematigde partijen, de socialisten (SP) onder Mario Soares (38%) en de Volkspartij (PPD) van Sá Carneiro (26%). De communisten (PCP) onder Cunhal behaalden 12,5% en de rechtse cdS 7,7%. De politieke spanningen stegen verder en op 25 november greep een 'groep van negen' militairen in. Het werd een keerpunt, de revolutionaire structuren verloren snel terrein, formele machtsstructuren werden hersteld. In 1976 werd de nieuwe grondwet van kracht. Soares werd premier en hield de PCP die getracht had zoveel mogelijk sleutelposities in handen te krijgen, buiten de nieuwe machtsstructuren.
Soares richtte zich sterk op Europa, met name op de Duitse zusterpartij en trachtte het land, dat in grote economische moeilijkheden was, aan te passen aan zowel de nieuwe Portugese als de Europese verhoudingen In 1979 werd Sá Carneiro premier van een coalitieregering van PSD en rechts. Hij en zijn opvolgers Francisco Pinto Balsemão en sinds 1985 Anibal Cavaço Silva volgden de ingeslagen weg naar meer kapitalistische verhoudingen waarbij de populaire Cavaço Silva electorale successen behaalde. In 1987 kwam de liberale PSD aan het bewind. Ook de grondwet werd aangepast (1982 en 1989). Eanes werd in 1986 opgevolgd door de socialist Mario Soares, die in 1991 werd herkozen. In oktober 1992 behaalde de PSD bij verkiezingen de meerderheid in het parlement. Portugal, dat in 1977 het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap had aangevraagd, werd in 1986 volwaardig lid.
De ontevredenheid over de slechte economische toestand kwam duidelijk aan het licht bij de gemeenteraadsverkiezingen van dec. 1993. De linkse oppositiepartijen, de socialisten en de communisten boekten grote winst ten koste van de centrumrechtse regeringspartij. Deze uitslag bleek een vingerwijzing te zijn voor de parlementsverkiezingen van okt. 1995, die een grote overwinning opleverden voor de socialisten, wier voorman Guterres een regering vormde met de onafhankelijken. De presidentsverkiezingen eindigden in een zege voor de socialistische kandidaat Jorge Sampaio, de voormalige burgemeester van Lissabon, die zijn partijgenoot Soares opvolgde. Portugal, dat jarenlang de laagste levensstandaard had in democratisch Europa, liep in de jaren negentig deze achterstand geleidelijk in, dankzij een snelle economische groei.

KlimaatNaar boven

Ondanks de invloeden van de betrekkelijk koude Atlantische Oceaan is het overheersende klimaattype mediterraan. Tegenover koele, regenachtige winters staan hete, droge zomers, met een duidelijk verschil tussen het noorden en het zuiden. In het noorden, waar de naar de wind gekeerde berghellingen jaarlijks 2540 mm regen ontvangen, heerst een duidelijk regenschaduweffect. In geheel Portugal ten zuiden van de Taag valt minder dan 813 mm, en in het oosten van Algarve minder dan 406 mm. De winden zijn over het algemeen westelijk en langs de kust van de noordelijke provincie Minho komt vaak zeemist voor. De tegenstelling in temperatuur tussen de kust en het binnenland is groot. Langs de kust liggen de wintertemperaturen tussen 10 en 12 °C (in het zuiden hoger) en in het binnenland tussen 4 en 7 °C. Aan de kust bedragen de zomertemperaturen gemiddeld 20-24 °C en in het noordelijke binnenland 18 °C. De warmste maand is augustus in het binnenland kunnen de temperaturen dan oplopen tot boven de 40 graden.
De winters in Portugal zijn zeer mild. In de Algarve bijvoorbeeld ligt de gemiddelde temperatuur in de winter zo rond de 15 tot 18 graden.

Flora en faunaNaar boven

Grondsoort, klimaat en hoogte zijn van grote invloed op de plantengroei. Hierdoor is de plantengroei zeer divers. In de bergen en op de hoge plateaus in het noorden zijn de berk, kastanje, eik en esdoorn de meest voorkomende bomen. De plantengroei bestaat voornamelijk uit doornstruiken, heide en varens.
In het zuiden vinden we kurkeiken, eucalyptus en olijfbomen. Portugal is de grootste producent van kurk en kurkproducten. In Portugal staan 30% van alle kurkeiken van de gehele wereld. Kruiden zijn onder andere rozemarijn, tijm en lavendel. De dierenwereld van Portugal sluit aan bij die van Spanje, maar heeft ook een aantal Afrikaanse elementen. Zo zijn er o.a. de kameleon, genetkat en mangoeste. Van de zoogdieren komen o.a. het wilde zwijn en wilde kat nog voor. Ontbossing, erosie en onvoldoende geregelde jacht hebben talloze grote dieren gedecimeerd (wolf, lynx, damhert, edelhert, ree) of doen uitsterven (bruine beer, monniksrob ). Natuur- en milieubescherming staan nog in de kinderschoenen. De visrijke zeeën rond Portugal zijn al eeuwenlang met succes geëxploiteerd (sardine, ansjovis, kabeljauw). Portugal is een belangrijk tussenstation voor de vogeltrek. Steltlopers, kluten, wulpen en grutto's zijn de belangrijkste trekvogels. Verder zijn er arenden, uilen, buizerds en zeekoeten.

EconomieNaar boven

Na de omwenteling van 1974 werd een groot aantal industriële bedrijven en banken genationaliseerd, maar aan het eind van de jaren zeventig zijn veel van deze nationalisaties weer ongedaan gemaakt. De nieuwe grondwet van 1982 opende de weg naar een verdere liberalisering van de economie. Een aantal sectoren werd opengesteld voor het bedrijfsleven. Vanaf 1985 was er, na twee jaar van recessie, sprake van enig herstel. Vooral de toetreding tot de Europese Gemeenschap (EG) in 1986 heeft het land goed gedaan. Sinds dat jaar lag de gemiddelde jaarlijkse groei van de economie rond 4,6%. Portugal heeft daarmee de snelst groeiende economie van de Europese Unie. De in het verleden hoge werkloosheid daalde tot 7,2% in 1995. Schaduwzijde van het economisch herstel zijn de hoge inflatie en het toenemende tekort op de handelsbalans.

Landbouw, bosbouw en visserij
De landbouw draagt 5% bij aan het bruto nationaal product en levert aan 12% van de beroepsbevolking werk. Portugal krijgt financiële steun van de Europese Unie om de landbouwsector te moderniseren. De nadruk wordt gelegd op het verhogen van de productiviteit. Boeren worden aangespoord weer coöperaties te vormen. De akkerbouw wordt in het noorden bedreven op kleine landbouwbedrijven. In het zuiden komt veel grootgrondbezit voor. Hoewel met name het zuiden zeer vruchtbaar is, voorziet de landbouw door de achtergebleven technologie en de slechte infrastructuur niet in de eigen behoefte. Er moeten veel voedingsmiddelen ingevoerd worden. De voornaamste producten van de akkerbouw zijn graan, maïs, bonen, rogge, rijst, aardappelen, olijfolie en wijn. De wijnbouw is vooral geconcentreerd in de dalen van de rivieren Minho (bekend om de Vinho Verde), de Douro (port!) en de Taag. De veehouderij wordt voornamelijk in het noorden bedreven. Aan de kust in de provincies ten zuiden van de Taag wordt aan schapen- en varkensteelt gedaan. Ongeveer 40% van het grondoppervlak is met bos bedekt. Portugal dekt de helft van de wereldbehoefte aan kurk. De visserij is van groot belang, zowel voor de voedselvoorziening als voor de uitvoer. De kustvisserij vist vooral op sardines, tonijn en schaaldieren. Portugezen vissen ook verder van huis, kabeljauw (Bacalhau) is het volksvoedsel bij uitstek.

Mijnbouw
Portugal heeft wel delfstoffenvoorraden, maar de winning is niet erg rendabel. Van belang zijn alleen de productie van wolframiet, koper, tin, lood, steenkool en ijzererts (ijzergehalte 50%).

Industrie
De industrie draagt voor 39% bij aan het BNP en verschaft aan 33% van de beroepsbevolking werk. In vergelijking met andere West-Europese landen is de industrie nog vrij slecht ontwikkeld. Kleinschalige bedrijven overheersen het beeld. Lissabon, Porto, Setubal en Sines zijn de belangrijkste centra voor de industrie. Van belang zijn de textiel- en visconservenindustrie, de met de wijnbouw verbonden industrie, de scheepsbouw (Lissabon), de petrochemische industrie en de auto-assemblage.

Energie
De waterkrachtcentrales in het noorden en midden van Portugal zijn van groot belang voor de energievoorziening. Maar Portugal moet veel aardolie importeren om in haar energiebehoefte te kunnen voorzien.

Handel
De export bestaat voornamelijk uit kleding en textiel, wijn, visconserven, kurk, hout en papier. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten, Spanje, Duitsland en de rest van de Europese Unie.
Aardolie, aardolieproducten, machines, ijzer en staal zijn de belangrijkste producten die moeten worden ingevoerd. Ook hier zijn de Verenigde Staten en de Europese Unie de belangrijkste handelspartners.
Bijna alle handel gaat over zee. Portugal is van oudsher een zeevarende natie. Lissabon en Porto zijn de belangrijkste havens.

Verkeer
Het wegennet van ruim 70.000 kilometer is goed onderhouden, maar toch is de infrastructuur onvoldoende. Portugal kent geen uitgebreid spoorwegnet het beslaat ongeveer 3.500 kilometer. De scheepvaart is van groot belang. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air Portugal. De belangrijkste luchthavens zijn Lissabon, Porto en Faro.

ToerismeNaar boven

Van steeds groter belang voor de Portugese economie is het toerisme. Tussen de 10 en 20 miljoen mensen bezoeken Portugal jaarlijks. Uiteraard is dit heel goed voor de economie, maar het maakt Portugal wel afhankelijk van deze sector.
Het milde klimaat, de historische monumenten en het geheel eigen karakter van het land maken Portugal tot een aantrekkelijk toeristenland. Portugal is ook een van goedkoopste landen van Europa. Het prijsniveau ligt ver onder het niveau van de Europese Unie. Portugal heeft verschillende soorten accommodatie, van campings en eenvoudige onderkomens tot 'pousada's' (meestal door de staat beheerde oude kastelen of paleizen). Veel bezocht worden vooral de Algarve, Lissabon en Porto. De Algarve is de meest bezochte streek. Het massatoerisme heeft deze provincie niet onberoerd gelaten. Toch is hier ook veel te genieten en is er een mooi en rustig achterland. Lissabon is het uitgangspunt voor tochten naar de kustplaatsen (met goede stranden) rond de monding van de Taag, onder andere Cascais en Estoril. Tussen Porto, schitterend gelegen aan de steile oevers van de Douro en Lissabon ligt een aantal bezienswaardige plaatsen. Coimbra (oude universiteitsstad), Nazare en Fatima (bedevaart) zijn de bekendste plaatsen. Ten noorden van Porto liggen badplaatsen als Póvoa de Varzim en Viana do Castelo. Meer landinwaarts liggen Braga en Guimarães, waar in 1109 de eerste koning van Portugal, Alfons I de Veroveraar, werd geboren.

Het actuele weer


© Teije & Elisabeth 2000 - 2017 Naar boven