Lies & Teije's reis website

De Palmeraie en de tuin van Majorelle


Je bent hier: Home -> Afrika -> Marokko -> Reisverslag Marokko -> 10 september

Marokko, september 2003, de Palmeraie en de tuin van Majorelle

Eigenlijk hoort Lies deze dag te beschrijven want vandaag is het palmendag...Na het ontbijt lopen we eerst een heel eind naar het zuiden van de stad richting vliegveld omdat daar de dichtsbijzijnde fietsverhuurbedrijven zouden zitten. Het lijkt mij ideaal om met de fiets naar wat verdergelegen plekken te gaan hoewel Lies het nog niet echt ziet zitten tussen al dat drukke verkeer. Zij is er dan ook niet rouwig om wanneer we niets kunnen vinden. Iedere Marokkaan die we aanspreken weet dat het ergens in de buurt is, maar niemand weet precies waar. Dorstig en verhit stappen we dan eerst maar het luxe Atlas hotel binnen. Deze hele wijk is trouwens erg luxe met brede boulevards en tuinmannen die overal het groen verzorgen. We komen zelfs in een straat waar een paleis van de nieuwe koning moet staan, maar we krijgen er niets van te zien.
Op het terras van het Atlashotel zitten we in een geïdealiseerde Marokkaanse wereld. Als echte kolonialisten zitten we bij het luxe zwembad waar een zogenaamde autochtone sfeer wordt verbeeldt. Er zullen genoeg toeristen zijn die dat leuk vinden: alle westerse luxe bij de hand en je voor de gek laten houden dat je in het 'echte' Marokko bent. Of welk ander land dan ook. Gelukkig zijn wij niet van die verwende toeristen, maar we genieten wel even van het lekkere bakje koffie. Ik krijg een beetje de neiging om hier een verhaal te gaan houden over verwende toeristen (ik ben 4 jaar reisleider geweest, waaronder een half jaar in Marokko), maar ik zal m'n mond dicht houden. Wij houden ook af en toe wel van wat luxe, maar de vieze stoffige straten, het lawaai en de mensen horen er gewoon bij. Wil je een land echt proeven dan moet je de straat op en dat doen we dan ook weer.
De PalmeraieDe eerste taxichauffeur die stopt wil 100 Dirham om ons naar de Palmeraie te brengen; verontwaardigd gooi ik de deur weer dicht. Een tweede, erg vriendelijke, taxichauffeur neemt ons mee voor 50 Dirham. Dat is de prijs voor een retourtje maar waarschijnlijk krijgt hij niemand mee terug dus dat vinden we een redelijke prijs. De Palmeraie is een gebied van 12.000 hectare vol palmbomen, ten noordoosten van de stad. Vroeger mocht een gebouw niet hoger zijn dan een palmboom en ze mochten ook niet omgehakt worden. Daarom zie je nog steeds palmbomen groeien langs de straten en door het plaveisel heen.
De Palmeraie De PalmeraieWe laten ons afzetten in de buurt van een cafeetje en spreken met de chauffeur af dat hij ons na 3 uur komt ophalen. Zo kunnen wij even de palmenwoestijn intrekken en bijkomen in het café terwijl we ervan verzekerd zijn dat we vervoer terug hebben.
Kamelen in de PalmeraieMarrakesh is één grote oase tussen het Midden-Atlas en het Hoge-Atlas gebergte. De bergen worden omringd door woestijn, noordelijke voorlopers van de Sahara. Ik heb altijd een zwak gehad voor woestijnen: het lijkt zo leeg en stil, maar het krioelt er van het leven. Kamelen zijn wel de grootste dieren die er kunnen leven. Eigenlijk zijn het dromedarissen, kamelen met maar 1 bult, maar in het engels worden beide soorten 'camel' genoemd. Typisch Nederlands om zo'n onderscheid te maken...
De Palmeraie De PalmeraieDe grond is hier duidelijk woestijngrond en toch groeien er tienduizenden palmen. Sommigen zijn zo groot en oud dat meerdere bomen uit 1 stam ontspruiten. Er is hier water ondergronds, maar het zit heel diep zodat lage gewassen niet kunnen overleven.
Uren dolen we rond en we zijn verbaasd dat we hier en daar dorpjes aantreffen. Langs de weg staan een paar luxueuze villa's maar de dorpjes zijn armoedig en al gauw hebben we een schare bedelende kinderen achter ons aan. Het is bloedheet, maar nog steeds is dit niet de echte woestijn die ik Lies graag zou willen laten zien. Het roept wel heel veel herinneringen op uit mijn verleden toen ik veel tijd doorbracht in woestijnen... Zo poëtisch als toen ben ik echter niet meer en daarom lopen we na een tijdje naar het restaurant om wat verkoeling te zoeken en houden op met afzien.
Even bijkomen in de PalmeraieWe hebben nog een uurtje tot onze taxichauffeur (taxi nummer 121) ons weer op komt halen. We zitten heerlijk in de schaduw onder de palmbomen en we genieten allebei volop van de rust. Dit is heel wat anders dan het hectische Marrakesh. We horen geen auto's, geen brommertjes en weinig mensen, een echte oase.
De tijd staat even stil, maar tenslotte lopen we toch weer naar de weg en onze taxi komt precies op tijd aan. Stipter dan we hadden verwacht. Lies moet in haar werk regelmatig taxi's regelen voor ouderen en die komen standaard een half uur tot 2 uur te laat. Arabieren zijn meestal vrij flexibel in hun afspraken (en terecht, er kan nou eenmaal van alles tussenkomen), dus we zijn echt verrast. Deze taxichauffeur is ook duidelijk anders dan degenen die we tot nu toe zijn tegengekomen want hij probeert geen slaatje te slaan uit het feit dat we toeristen zijn en dus wel meer kunnen betalen. Net als tijdens de heenreis hebben we ook nu weer een hele levendige en prettige diskussie met hem en vertelt hij ons heel veel over zichzelf, Marrakesh en de omgeving.
Wat de taxi's betreft leren we het volgende: er zijn 1600 kleine taxi's (petit taxi, die alleen in de stad rijden) in Marrakesh; vrijwel alle chauffeurs huren de taxi's wat zo'n 200 Dirham (€ 20) per dag kost. Brandstof, reparaties en herstel van schade moeten de chauffeurs zelf betalen. Een ritje van 3 kilometer tussen Gueliz en de Medina kost volgens de meter ca. 5 Dirham, voor een toerist 10 Dirham oftewel 1 Euro. Taxichauffeurs werken dan ook meestal 12 uur per dag om 200 tot 400 Dirham winst te maken per dag.
Jardin MajorelleHij brengt ons naar de tuin Majorelle en daar nemen we afscheid van hem. De komende dagen blijven we wel uitkijken naar zijn taxinummer, 121, maar we zien hem niet meer terug deze reis terwijl we toch nog duizenden keren taxi's aan ons voorbij zien rijden. Dan stappen we de tuin in en betreden weer een nieuwe wereld, de tuin van Majorelle en het Islamitisch kunstmuseum.
Jardin Majorelle Jardin MajorelleTussen de honderden bijzondere plantensoorten, waarbij cactussen en palmen overheersen, slingeren rode paadjes. Een echt paradijselijke tuin, een kalme oase in de drukke stad.
Jardin Majorelle Jardin MajorelleWe hebben nog nooit zoveel verschillende soorten palmbomen bij elkaar gezien, maar geen zaadjes. We hebben nog even de hoop dat die in het winkeltje worden verkocht, maar helaas. De tuinen zien er goed verzorgd uit, het resultaat van de tientallen tuinmannen die rondlopen.
Jardin Majorelle Jardin MajorelleDe Jardin Majorelle, ook wel Bou Saf-Saf tuin genoemd, is tussen de wereldoorlogen aangelegd door de Franse kunstenaar Louis Majorelle. Hij was een art-deco schilder die vooral de kleuren rood, kobaltblauw en Veronees groen gebruikte. Dat Veronees kenden we niet, maar zo wordt de kleur omschreven.
Jardin Majorelle Jardin MajorellePrieeltjes en vijvers maken een waar lustoord van de tuin en het is heerlijk om wat rond te wandelen en te rusten op een bankje terwijl talloze vogels om ons heen kwetteren. Een plek die je absoluut niet mag missen wanneer je in Marrakesh bent!
Wanneer we de straat weer oplopen merken we hoe rustig en koel het in de tuin eigenlijk was. We worden nu weer omringd door het lawaai van het verkeer en verzengd door de brandende zon. We stappen na een eindje lopen weer een luxe hotel binnen voor een drankpauze. We drinken al gauw een liter per uur aan koffie, thee en frisdrank op de heetste uren van de dag.
Scooter op straatEen scooter midden op straat? Ja, de berijder kwam een bekende tegen dus stalde zijn scooter gewoon ter plekke. Het overige verkeer rijdt er wel omheen.
Na een rustpauze in het hotel beginnen we aan onze avondroutine: wat lopen door de wijk Gueliz, een terrasje pakken bij een van de drukke kruispunten, eten bij Charly's Cabana waar we nu al enthousiast worden ontvangen als vaste klanten met een vast plekje en vervolgens weer naar een volgend terras om te kijken naar de onophoudelijke verkeerschaos van de stad.
Eén van de raadselen die we hebben opgemerkt wordt opgelost: er lopen steeds jongemannen heen en weer met rinkelend kleingeld in de hand. Eerst denken we nog dat ze geld wisselen, biljetten voor kleingeld, maar uiteindelijk blijkt dat ze losse sigaretten verkopen. Ze kopen sloffen vol bij een kraamje en verkopen ze per één of twee met een beetje winst.

 

© Teije & Elisabeth 2000 - 2017Naar boven