Lies & Teije's reis website

Informatie over Cyprus


Je bent hier: Home -> Europa -> Cyprus - > Informatie Cyprus

Informatie over Cyprus


Feiten over Cyprus

De (nationale) vlag
Officiële naam Officiële naam: Kypriaki Dimokratia: Republiek Cyprus;
Het noordelijke Turkse deel noemt zichzelf Kuzey Kibris Türk Cumhuriyeti (Turkse republiek van Noord-Cyprus)
Oppervlakte 9.250 vierkante km (3.355 km2 beslaat Turks Cypriotisch gebied)
Aantal inwoners 1,14 miljoen (2013)
Bevolkingsdichtheid 123 mensen per km²
Hoofdstad Nicosia (of Lefkosia)
Munteenheid De Euro sinds 2008 op het Griekse deel. Op Turks gebied: Turkse lira (TRL)
Wegennet De meeste wegen zijn goed maar in het binnenland moet je uitkijken voor gaten, sten op de weg en gevaarlijke bermen. We hebben er 1 huurauto total-loss gereden
Brandstofprijzen Zie de website van de ANWB
Code auto kentekenplaat CY
Telefoon landcode 357
Internet landcode .cy
Tijdsverschil GMT +2; 1 uur later dan in Nederland

Geografische gegevens

Cyprus ligt in het oostelijke deel van de Middellandse Zee, ongeveer 70 km. ten zuiden van Turkije, 100 km ten westen van Syrië, 772 km ten zuidoosten van het vasteland van Griekenland en 350 km. ten noorden van Egypte. De grootste breedte van het eiland is 225 kilometer (Kaap Arnauti in het westen tot Kaap Apostolos Andres in het noordoosten). De maximale 'hoogte' is 97 kilometer. De totale oppervlakte bedraagt 9.250 vierkante kilometer, ongeveer net zo groot als Friesland, Groningen en Drenthe samen. Na Sicilië en Sardinië is Cyprus het grootste eiland in de Middellandse Zee. In het noorden ligt het voornamelijk uit kalksteen bestaande Kyreniagebergte. De grootste hoogte bedraagt ongeveer 1000 meter en het gebergte valt op door de kartelige randen en de scherpe toppen. Behalve die van Kyrenia, komen hier verder geen havens voor.
In het zuidwesten ligt het Troödosgebergte met de Olympus (1953m.) als hoogste top van het eiland. Dit gebergte glooit veel meer en klimt geleidelijk naar bijna 2000 meter hoogte. Tussen deze twee bergmassieven ligt de Mesaoria, een zeer vruchtbare vlakte. De zuid- en oostkust hebben brede baaien en hier zijn dan ook verschillende havens te vinden: Famagusta, Paphos, Larnaka en Limassol. Echte rivieren kent Cyprus niet. Het zijn merendeels bergbeken die ook nog alleen in het voorjaar water hebben. Cyprus was in de oudheid dicht bebost, maar begin deze eeuw waren de berghellingen bijna kaal door o.a. ontbossing en bosbranden. Herbebossing heeft er voor gezorgd dat op dit moment bijna één vijfde van het eiland weer bebost is. Cyprus heeft zijn naam te danken aan de handel in koper in de oudheid. Kypros is namelijk koper in het Grieks.

BevolkingNaar boven

De bevolking van Cyprus bestond in juli 2001 uit 762,887 inwoners, waarvan 78% Gieks-Cyprioten en 18% Turks-Cyprioten (± 175.000). Tot de overige 4% behoren o.a. de Armeniërs en Maronieten, ten dele vluchtelingen afkomstig uit Libanon. Na 1974 kwamen deze naar Cyprus toe. Het noorden werd extra bevolkt door tussen de 20.000 en 40.000 boeren uit Klein-Azië. 53% van de bevolking woont in de steden. De hoofdstad Nicosia is de grootste stad van Cyprus met bijna 190.000 inwoners. Andere grote steden zijn Limassol (145.000), Larnaka (64.000), en Paphos (34.000). De bevolkingsdichtheid in het noorden is ruim 40 inwoners per km2, in het zuiden ongeveer 90 inwoners per km2

TalenNaar boven

Officiële talen in beide landsdelen zijn Grieks en Turks. Het Engels geldt als handelstaal. In het zuidelijke gedeelte van Cyprus wordt Nieuwgrieks gesproken, geschreven en onderwezen. De spreektaal wijkt iets af van de moedertaal in Griekenland. De meeste Cyprioten spreken ook nog Engels. In het noordelijke deel van Cyprus is de voertaal Turks. Ook hier spreekt men Engels, alhoewel minder dan in het zuiden.

GeschiedenisNaar boven

Deze beknopte beschrijving van de geschiedenis is ontleend aan landenweb.

Prehistorie tot aan de Romeinse tijd

De eerste Cyprioten, boeren en jagers, bewoonden Cyprus al in de jonge steentijd (Neolithicum), ca. 7000 jaar voor Christus. De werktuigen die ze gebruikten waren van een soort vulkanisch glas of van vuursteen. De best bewaarde neolithische nederzetting is Khirokita. Rond 4500 v. Chr. komt er een nieuwe groep kolonisten aan op Cyprus.
Het koperen tijdperk (ca. 3500-2500 v. Chr.) is van groot belang voor Cyprus. Grote hoeveelheden koper worden ontgonnen en er wordt handel mee gedreven, o.a. met Kreta en Egypte. Een belangrijke vondst uit deze tijd is het kalkstenen beeldje uit Lemba.
De vroege bronstijd (ca. 2500-1900 v. Chr.) brengt alweer nieuwe kolonisten naar Cyprus, dit keer uit Anatolië. De midden-bronstijd (ca. 1900-1600 v Chr.) kenmerkt zich door het ommuren van steden en het bouwen van versterkingen. Bovendien vindt men veel wapens en graven. Dit alles duidt op een onrustige tijd voor de bevolking en het doorbreken van het isolement waar Cyprus eeuwenlang in verkeerde. Ook werd er veel aardewerk geëxporteerd naar Syrië en Palestina. Door die export werden er veel plaatsen gesticht aan de zuidoostkust.
In deze tijd is er al kontakt tussen Egypte en Cyprus en aangezien ik mij nogal voor Egypte interesseer zal ik hierover later misschien nog wel eens uitweiden. In de late bronstijd (ca. 1600-1050 v. Chr.) wordt de internationale politiek en handel steeds belangrijker voor Cyprus en zorgen zelfs voor het bijna geheel verdwijnen van de eigen Cypriotische cultuur. Met name aan de oostkust ontstaan havensteden als Enkomi en Kition. In de 14e en 13e eeuw voor Christus ontwikkelt Cyprus zich voorspoedig. De groei van de bevolking is groot en luxe en rijkdom valt Cyprus ten deel. Er ontstaat zelfs een eigen schrift, het Cypro-Minoïsche, dat o.a. staat op kleitabletten gevonden in Enkomi. Vanaf 1250 v. Chr. stort de bronstijdbeschaving in het oostelijke deel van het Middellandse-Zeegebied ineen. Ook Cyprus lijdt hieronder en Enkomi en Kition worden rond 1220 v. Chr. totaal verwoest door onbekende aanvallers. Hierna volgt een zeer korte bloeiperiode door kolonisten uit Mycene en oosterse landen. Vanaf 1190 voor Christus komen diverse golven Aechaeïsche immigranten het land binnen.
De welvaart verdween in deze periode en veel bewoners verlieten Cyprus. Uit de Cypro-geometrische tijd (ca. 1050-750 v. Chr.) is met name uit de begintijd niet veel bekend. In de 9e eeuw voor Christus stichtte het handelsvolk van de Phoeniciërs een kolonie in Kition. De welvaart nam weer toe, de bevolking groeit weer, de handel met de Egeïsche en de Klein-Aziatische wereld bloeit weer op. In het Cypro-Archaïsche tijdperk (750-475 v. Chr.) staat Cyprus onder druk van de Assyriërs, maar blijven autonoom. Van 569 tot 545 voor Christus wordt Cyprus gedeeltelijk bezet door de Egyptische farao Amasis. Hierna onderwerpen de Cypriotische koninkrijkjes zich min of meer vrijwillig aan het Perzische Rijk van o.a. de legendarische koning Darius. Cyprus bleef echter min of meer onafhankelijk, men slaat zelfs de eerste munten.
In deze tijd worden ook uitingen van religieuze aard steeds duidelijker en belangrijker door de veelvuldige handelscontacten met Egypte, Griekenland en oosterse volken. Gedurende de 5e eeuw v. Chr. waren er wat pogingen van Grieks verzet tegen de Perzische overheersing. In de Cypro-klassieke periode (475-330 v. Chr.) lukt het de Grieken om de Perzen te overwinnen. De nationale held Euagoras bevocht in 411 de onafhankelijkheid. In 380 v. Chr. wordt Athene echter weer verslagen door de Perzen. Het is uiteindelijk Alexander de Grote die in 333 v. Chr. Cyprus bevrijdt van de Perzische overheersing. Deze wisselende heerschappij over Cyprus veroorzaakte een politiek zeer onzekere situatie omdat tussen alle conflicten door, nog steeds handel gedreven werd tussen Cyprus, Griekenland en het Perzische Rijk. Na de dood van Alexander de Grote in 323 v. Chr. werd er door zijn generaals o.a. gestreden over de heerschappij over Cyprus. Ptolemaeus uit Egypte won uiteindelijk en tot aan de overheersing van de Romeinen bleef Cyprus onderdeel van het Egyptische Rijk der Ptolemaeën. De kleine stadstaatjes met hun koningen verdwenen en Cyprus werd bestuurd als een militaire provincie.

Romeinse tijd tot aan de middeleeuwen

In 58 v. Chr. wordt Cyprus ingelijfd door Rome en een rustige, voorspoedige periode breekt aan. Wel werd Cyprus in die tijd getroffen door enkele zware aardbevingen en een grote opstand onder de joden die echter in 117 door de Romeinen hardhandig onderdrukt werd. In deze periode kreeg ook het christendom vaste voet op Cyprus. In de vierde eeuw valt het Romeinse Rijk uiteen en wordt in 364 in tweeën verdeeld. Cyprus komt bij het oostelijke, Byzantijnse Rijk, met Constantinopel als hoofdstad. In de 5e eeuw wordt de Orthodoxe Kerk van Cyprus na vele conflicten autonoom en de macht van de Cypriotische bisschoppen wordt steeds groter. In 647, 654 en 692 wordt Cyprus aangevallen door de Arabieren en ook in 8e en 9e eeuw is Cyprus het toneel van de strijd tussen de Arabieren en de Byzantijnen. Met name de oude steden aan de kust worden verwoest en de bevolking vlucht landinwaarts.
Hierdoor is de opkomst van de latere hoofdstad Nicosia een feit. In 964 wordt Cyprus bevrijd van de Arabieren en de islam. In 1094 breekt de oosterse orthodoxe kerk officieel met de westerse, Latijnse kerk. In de tijd van de kruistochten werd het Byzantijnse rijk steeds zwakker en de kruisvaarders hadden al snel in de gaten dat Cyprus van grote strategische waarde zou kunnen zijn voor hun missie.
Het is koning Richard Leeuwenhart van Engeland die in 1191 Cyprus voor het eerst onder toezicht stelt van een westerse mogendheid. Hierna besluit Richard Leeuwenhart om Cyprus te verkopen aan de tempeliers, een rijke militaire en geestelijke ridderorde. De tempeliers ondervonden veel weerstand van de Cypriotische bevolking en gaven Cyprus terug aan Leeuwenhart. Deze gaf Cyprus aan Guy De Lusignan, de ex-koning van het Franse rijk van Jeruzalem en Cyprus werd door hem verdeeld onder een aantal Franse edelen. De orde van de tempeliers werd in 1312 door de paus opgeheven en alle landerijen kwamen in het bezit van een andere orde, de johannieters ofwel hospitaalridders. Voor de Cypriotische bevolking is de De Lusignans-periode niet zo gunstig; de heersende klasse profiteert voornamelijk. Ook de positie van de orthodoxe kerk komt onder druk te staan en raakt ondergeschikt aan de Latijnse kerk. De 14e eeuw was verder een "gouden" tijd door de bloeiende handel met de moslims.
Bovendien vestigden Europese mogendheden als Pisa, Genua en Venetië zich in de stad Famagusta. In 1372 komt het tot gevechten tussen het Huis De Lusignan en de Genuesen en Venetianen. De gevechten eindigden met de overgave van Famagusta aan de Genuesen. In 1426 vielen de Egyptische Mamelukken Cyprus binnen en verwoestten o.a. Nicosia. Dit betekende tevens het einde van de toch al tanende macht van het geslacht De Lusignan. Eind 15e eeuw komen alle belangrijke functies op Cyprus in handen van de Venetianen, die in die tijd een supermacht vormden. Door nieuw ontdekte scheepvaartwegen en het oprukkende Osmaanse (Turkse) rijk brokkelt de macht van de Venetianen snel af. Met name het gewone volk leed hier erg onder. Het is dan ook niet vreemd dat de Cyprioten geen vinger uitsteken als de Turken in 1570 Cyprus binnenvallen. Toch worden de Turken in de beroemde zeeslag bij Lepanto verslagen. In 1573 doet Venetië afstand van al haar aanspraken op Cyprus. De Turken werden door de Cyprioten als bevrijders verwelkomd.

1573 - 1948

Zij herstelden bovendien de Grieks-orthodoxe kerk in ere. Verder kregen tienduizenden Cyprioten voor het eerst eigen land. Ook 20.000-30.000 Turkse kolonisten kregen, vaak beter, land toegewezen. Hoewel de Turken zich over het eiland verspreidden, bleven beide bevolkingsgroepen toch streng gescheiden. Dit heeft tot de dag van vandaag nog grote invloed op het eiland. Door hongersnood, onderdrukking, epidemieën en verwaarlozing van de infrastructuur bleven er van de 150.000 belastbare inwoners nog maar 25.000 over. Istanbul begreep de precaire situatie goed en in 1660 volgde een belangrijke maatregel: de aartsbisschop van Cyprus werd weer belangrijk gemaakt door de Turkse sultan. In 1754 werd de toenmalige aartsbisschop officieel erkend als de leider van het Grieks-Cypriotische deel van Cyprus. Zo bleef de macht van de aartsbisschop toenemen, ook al omdat de aartsbisschop belasting mocht gaan innen. In 1818 leidde de Griekse Vrijheidsoorlog tot de Griekse onafhankelijkheid van het Osmaanse regime. Door deze vrijheidsoorlog en de Russisch-Turkse oorlog van 1828-1829 werd het Osmaanse rijk flink in het nauw gedreven, en vroeg de Engelsen om hulp. Dit leidde in 1871 uiteindelijk tot de overname van Cyprus van de Turken door de Engelsen. In 1878 (Congres van Berlijn) kreeg Engeland het bestuur over het eiland dat officieel onder Turkse soevereiniteit bleef. Het enige wat van Engeland verlangd werd was een jaarlijkse vergoeding. De Britten gaven meteen behoorlijk wat geld uit voor handel, cultuur, bebossing en landbouw. Ook kwam er nieuwe wetgeving en de bevolking nam weer snel toe. Toch richtte het Grieks-Cypriotische deel van de bevolking zich nog steeds op Griekenland en men koos bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog dan ook de zijde van Duitsland. Hierop annexeerde Engeland Cyprus en in 1925 werd Cyprus een Britse kroonkolonie, uiteraard onder protest van de Grieks-Cyprioten.

1948 - nu

In 1948 verwierp de Cypriotische Assemblee de Britse voorstellen voor een grondwet. In 1950 hield men een volkstelling waarbij 96% van de bevolking vóór "enosis" (eenwording met Griekenland) stemde. De uitslag werd echter genegeerd door de Britse gouverneur. In 1950 stierf aartsbisschop Makarios II, en werd opgevolgd door Makarios van Kitium, ofwel Makarios III. Met deze zéér sterke figuur begint een rigoureuze wending in de Cypriotische geschiedenis. In 1955 zijn er gewelddadige acties door guerillabeweging EOKA o.l.v. de Griekse kolonel Grivas. Er vallen vele doden en Makarios wordt in 1956 verbannen naar de Seychellen. De onderhandelingen gingen ondertussen gewoon door en leidden in 1959 tot het Verdrag van Zü rich tussen Griekenland, Engeland en Turkije. Het verdrag voorzag in een Grieks-Cypriotische president en een Turks-Cypriotische vice-president en volksvertegenwoordigingen op verschillend niveaus. Dit alles gebaseerd op de grootte van de Griekse en Turkse bevolkingsgroepen. Bovendien beloofden Engeland, Griekenland en Turkije de onafhankelijkheid van Cyprus te garanderen. Enosis werd uitgesloten, want Cyprus mocht met geen enkel land een gehele of gedeeltelijke politieke of economische unie aangaan. Dit alles werd door Makarios met grote tegenzin geaccepteerd.
Op 16 augustus 1960 werd de Republiek Cyprus uitgeroepen, met Makarios als eerste president. De Turk Fadil Kü çü k werd vice-president. De politieke samenwerking tussen de twee partijen verliep echter zeer moeizaam en in 1963 laaiden de vijandelijkheden weer op. In 1964 stuurden de Verenigde Naties een vredesmacht en een bemiddelaar naar Cyprus; tevergeefs. Er volgden economische blokkades en in Nicosia ontstonden demarcatielijnen tussen de Griekse en Turkse volkswijken.
Kü çü k werd in 1973 als vice-president opgevolgd door Rauf Denktasj. In 1974 probeerden de Griekse militaire leiders een staatsgreep te plegen door een aanslag op Makarios.
Dit leidde weer tot het binnenvallen en bezetten door de Turkse regering van het noordelijk deel van het eiland. Op 1 november 1974 werd in de Verenigde Naties een motie aangenomen waarin de status van Cyprus als soevereine en onzijdige staat werd bevestigd en op 16 november keerde Makarios, tegen de wens van de Turken, op het eiland terug als president. Makarios sprak zich uit voor het verlenen van federale rechten aan de Turks-Cypriotische minderheid. De onderhandelingen hierover verliepen echter moeizaam, waarna Denktasj op 13 februari 1975 een Turks-Cypriotische federale staat uitriep, waarvan hijzelf president werd. In juni verklaarden de Turks-Cyprioten zich per referendum akkoord met de nieuwe staat. Op 15 november 1983 riep het Turks-Cypriotische parlement eenzijdig de Turkse Republiek van Noord-Cyprus uit. De onafhankelijkheidsverklaring werd door de VN-Veiligheidsraad ongeldig verklaard en alleen door Turkije erkend. Een nieuwe onderhandelingsronde tussen de Turks- en Grieks-Cypriotische leiders in januari 1985 liep op niets uit. Door de verbeterde verstandhouding tussen Griekenland en Turkije en de persoonlijke bemoeienissen van VN-secretaris generaal Pérez de Cuéllar werd vanaf 1988 overlegd over de toekomst van Cyprus.
Deze situatie duurt tot nu toe voort en wordt steeds gecompliceerder. Zo is Cyprus een van de kandidaten om toe te treden tot de Europese Unie. De Europese Unie vindt echter dat de bezetting van het noordelijke deel van Cyprus ongedaan moet worden gemaakt en dat Cyprus dus alleen ongedeeld lid mag worden van de Europese Unie. Het Navo-lidmaatschap van Turkije is ook een complicerende factor. De in februari 1993 gehouden presidentsverkiezingen werden met een zeer kleine meerderheid gewonnen door de leider van het rechtse Democratisch Verbond (DISY), Clerides. In 1995 kreeg Nicosía de Oud-Griekse benaming Lefkosía. Vijf juli 1995 bepaalde het Europese Hof van justitie dat voor alle export van Cyprus toestemming nodig was van de officiële (Grieks-Cypriotische) regering. Alle rechtstreekse handel tussen de Turkse Republiek Noord-Cyprus werd verboden. De assemblée van de Turkse Republiek Noord-Cyprus nam op 28-29 augustus 1995 twee omstreden resoluties aan waar besloten werd op het gebied van defensie en buitenlandse politiek samen te werken met Turkije; en om geen federale oplossing voor de kwestie Cyprus te zoeken, maar in plaats daarvan politieke gelijkheid met Grieks-Cyprus en souvereiniteit te eisen.
Van 21-26 september 1995 werden er gezamenlijke Griekse en Grieks-Cypriotische legeroefeningen gehouden. Denktash noemde dat een "nieuw teken van vijandschap". Na vijf informele gesprekken in oktober tussen Clerides en Denktash om het geblokkeerde vredesproces weer op gang te brengen, werd duidelijk dat de standpunten alleen nog maar verhard waren.
Bij verkiezingen in 1995 werd Rauf Denktash voor een derde termijn van vijf jaar gekozen tot president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. Na de parlementsverkiezingen van 26 mei 1996 op Grieks-Cyprus behield de coalitie van president Clerides een grote meerderheid. De vredesonderhandelingen rusen Turks en Grieks-Cypriotische leiders werden op 25 juni 1996 hervat. En vervolgens in 1999 opnieuw Ondertussen blijft de situatie gespannen en lijkt er vooralsnog geen uitzicht op een oplossing waar alle partijen mee kunnen leven. Voor de Cyprioten beheerst het nog steeds hun dagelijks leven. Zie voor meer nieuws over het konflikt beneden op deze pagina: Het grieks-turkse konflikt.

KlimaatNaar boven

Cyprus is het droogste en warmste eiland in de Middellandse Zee. Het eiland heeft een mediterraan klimaat met lange, droge zomers en zachte winters. Het warmst is het in juli en augustus, met maximumtemperaturen tot boven de 40°C. De gemiddelde temperatuur in de zomer ligt tussen de 25 en 30°C. De periodes maart-begin juni en september-oktober zijn de beste maanden qua temperatuur. December tot en met februari zijn de koudste maanden op Cyprus. Zo is het in de bergen gemiddeld maar tussen de 3 en 12°C. Op de besneeuwde hellingen van het Troödosgebergte kan men tussen januari en maart zelfs skieën. Gemiddeld valt er in de periode oktober-november tot en met maart-april gemiddeld 300-400 mm regen. In de westelijke gebieden kan dit oplopen tot 1100 mm. De rest van het jaar is het droog. Doordat de kalkrijke bodem het water lang vasthoudt blijven in de zomer veel bronnen vloeien maar drogen bijna alle riviertjes uit.

Flora en faunaNaar boven

In de bergen komt de Aleppo-pijnboom veel voor. Verder een soort steeneik en een speciale cedersoort. Op de west- en zuidhellingen van het Troödosgebergte liggen uitgestrekte wijngaarden. Wat lager op de berghellingen vinden we o.a. acacia's, cipressen, olijfbomen en johannesbroodbomen. In de dalen staan populieren en eucalyptussen. In de dalen verder veel boomgaarden met fruitbomen. Aan de kust staan palmen en agaven. Van februari tot mei is Cyprus één grote bloemenzee. Er bloeien dan o.a. narcissen, cyclamen, irissen, wilde orchideeën, anemonen, klaprozen, ranonkel, wilde pioen en de asphodel, die in de Cypriotische oudheid een grote symbolische betekenis had.
De zoogdierenpopulatie op Cyprus is zeer beperkt. Meest opvallende verschijning is de moeflon, een soort schaap. Verder leven er op Cyprus nog vossen, konijnen, wezels en hazen. Onder de inheemse zoogdieren horen ook verschillende soorten vleermuizen. Andere dieren die frequent voorkomen zijn slangen, hagedissen, waterschildpadden, kikkers en kameleons. Op Cyprus komen ongeveer 55 soorten vlinders voor, waaronder de zeldzame slakrupsvlinder en de charaxus jasius. Vogels zijn door het jaar heen vertegenwoordigd met ongeveer 300 soorten, waarvan veel wintergasten. Trekvogels als ooievaars, buizerds, wouwen, valken, kraanvogels en vele zang- en watervogels strijken vanaf eind augustus neer op Cypriotische bodem. Bijzonder zijn de ongeveer 10.000 flamingo's die in de zoutmeren overwinteren. Zeer bijzonder is de zwartborstgrasmus die alleen op Cyprus broedt. Inheemse soorten zijn o.a. de houtduif, torenvalk en kerkuil. De meest voorkomende roofvogel is de havikarend. Wat zeldzamer is de vale gier. Cyprus kent geen inheemse zoetwatervissen. Wel leven in de riviertjes van het Troödos-gebergte volop zoetwaterkrabben. De zee rond Cyprus heeft niet zoveel te bieden. De meeste zeedieren vinden we pas op een diepte van ongeveer 30 meter. De meest voorkomende vissen zijn de papegaaivis, de slijmvis, de grondel en de regenboogvis. De monniksrob en de dolfijn behoren tot de beschermde dieren. 's-Zomers broeden op de zandstranden karetschildpadden. Ook deze dieren zijn beschermd.
De laatste jaren werden er diverse nationale parken en natuurreservaten gesticht. Enkele voorbeelden daarvan zijn het Athalasapark en Tripylos in het Troödosgebergte.

EconomieNaar boven

Na de onafhankelijkheid in 1960 heeft de economie van Cyprus zich goed ontwikkeld, o.a. door deskundig gebruik te maken van de ontvangen ontwikkelingshulp. Werkloosheid en emigratie namen af, maar de toenemende welvaart kwam grotendeels het Griekse bevolkingsdeel ten goede. Nadat in 1974 Cyprus in een Grieks en een Turks deel was gesplitst, zijn de twee delen economisch nog verder uit elkaar gegroeid. Na de economische terugval in 1974 heeft de economie van het Griekse deel van Cyprus zich opvallend hersteld. Na een snelle groei in de tweede helft van de jaren zeventig, stabiliseerde de economische groei zich medio 1985 rond 3,8% bij een werkloosheidspercentage van 3,4%. De inflatie bedroeg in 1985 5%. Deze kerncijfers bleven de tien erop volgende jaren vrijwel ongewijzigd. Het aandeel van de beroepsbevolking in de landbouw (32% in het Turkse en 13% in het Griekse deel) is teruggelopen door de groei van industrie, bouwnijverheid, handel en toerisme. Het tekort op de handelsbalans wordt ten dele goedgemaakt door de inkomsten uit het verblijf van de Britse en VN-troepen op het eiland en de overmakingen door emigranten. Toch is sinds 1980 de buitenlandse schuld sterk toegenomen. De economie van het Turkse deel oriënteerde zich bijna uitsluitend op Turkije. Afgesneden van veel internationale hulp (behalve die uit Turkije) en van veel exportmogelijkheden (sinds 1983 importeert de EG alleen maar via Grieks Cyprus), bleef de groei sterk achter bij die van het Griekse deel van het Cyprus. Noord-Cyprus is hoofdzakelijk een landbouwgebied. De export bestaat voor 80% uit agrarische producten die vrijwel uitsluitend naar Turkije worden geëxporteerd.

Landbouw, veeteelt, visserij
Van het eilandoppervlak is 46% akkerland en wordt graan het meeste verbouwd. Daarna volgen aardappelen, zuidvruchten, johannesbroodbomen en voedergewassen. Van het fruit en de groente wordt veel uitgevoerd: o.a. amandelen, vijgen, tabak, wortelen en katoen. De boeren hebben vaak kleine familiebedrijfjes. Door o.a. ruilverkaveling probeert men moderner en efficiënter te produceren. Ongeveer 30% van het beschikbare akkerland wordt bevloeid. Het belangrijkste gebied is de vlakte van Messaoria, ten oosten van Nicosía.
Veeteelt wordt steeds belangrijker, hoewel de runderteelt weer wat terugloopt doordat de weilanden steeds meer in akkerland worden omgezet. Hield men vroeger schapen en geiten voor eigen gebruik; nu gaat men steeds meer over tot het fokken van koeien en schapen voor melk- en vleesproductie. Hetzelfde geldt voor varkens en pluimvee.
Ook met de visserij gaat het steeds beter. Per jaar wordt er ongeveer 2700 ton verwerkt. Vooral door betere technieken wordt er zelfs weer vis geëxporteerd. Ongeveer 1750 km2 van de oppervlakte van Cyprus is met bos bedekt.
Mijnbouw en energie
De mijnbouw en grondstoffenvoorziening zijn grotendeels geconcentreerd in het Griekse deel. Men delft voornamelijk koper, ijzer, chroomertsen, asbest, marmer en gips. Voor zijn energievoorziening is het eiland vrijwel geheel afhankelijk van olie-import uit het Midden-Oosten.
Handel en industrie
Textiel is het belangrijkste exportproduct, gevolgd door aardappelen, schoenen, cement en grondstoffen. Verder wordt er nog ingeblikt fruit, wijn, groenten en olijfolie geëxporteerd. Belangrijke exportlanden zijn vooral Griekenland, Engeland en de Arabische landen. In 1998 werd er voor 1,1 miljard dollar geëxporteerd.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort omdat Cyprus zeer veel producten moet importeren. In 1998 werd er voor 3,5 miljard dollar geïmporteerd. De belangrijkste importproducten zijn voedingsmiddelen, aardolie en aardolieproducten, machines en chemische producten. De belangrijkste importeurs zijn Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland, Griekenland en Italië. Een associatie-overeenkomst in 1973 en een protocol in 1988 vergemakkelijkten de export van groenten en fruit naar de EG-landen. De handel van het Turkse deel is hoofdzakelijk op Turkije gericht. In 1998 werd er voor 63,9 miljoen dollar geëxporteerd en voor 374 miljoen dollar geïmporteerd.
De industrie werd een ernstige slag toegebracht door de gebeurtenissen van 1974. Het Griekse deel, dat 70% van zijn productiecapaciteit had verloren, herstelde zich echter snel en beleeft nu weer een bloeiperiode. Vooral de bouwnijverheidsector groeide aanzienlijk als gevolg van de bloei van de toeristische sector. Appartementen, vakantiebungalows en hotels schoten als paddestoelen uit de grond. Zware industrie komt nog bijna niet voor. Kleine bedrijven met hooguit vijf werknemers overwegen en er worden voornamelijk landbouwproducten verwerkt; de belangrijkste takken zijn de voedingsmiddelen-, schoen-, textiel-, papier- en tabaksindustrie. In de steden komen nog veel eenmansbedrijfjes voor. Vlakbij Larnaka is door buitenlandse oliemaatschappijen een aardolieraffinaderij gesticht. Verder zijn aan grote bedrijven te melden een cementfabriek, twee ijzergieterijen en een kunststoffenfabriek. Ook zijn er nog vier grote bottelarijen en distilleerbedrijven. Het grootste deel van de verwerkende industrie is geconcentreerd in het gebied rond Nicosía en Limassol.

ToerismeNaar boven

Het toerisme, dat door de overheid sterk bevorderd wordt, was vóór 1974 vooral geconcentreerd rond Famagusta en Kyrenia. Daarna is het grotendeels verplaatst naar de zuid- en de zuidwestkust rond Páphos. In 1974 kwam ongeveer 90% van de toeristenhotels onder Turkse controle. Onder andere door nieuwbouw heeft de toeristische sector zich in het Griekse deel echter weer aanzienlijk kunnen uitbreiden. Het aantal toeristen verzesvoudigde tussen 1980 en 1995 tot ongeveer 2,1 miljoen per jaar, wat goed is voor 12% van het bruto nationaal product. Het aantal Nederlanders dat in 1996 vakantie vierde op Cyprus bedroeg 49.000. In het Turkse deel blijft het bezoek uit het buitenland voornamelijk beperkt tot Turken van het vasteland.
Sinds de uitschakeling van het vliegveld van Nicosía in 1974 fungeert op Grieks Cyprus de nieuwe internationale luchthaven Lanarka. Verder is er nog een vliegveld nabij Páphos; het Turkse deel van Cyprus beschikt over het vliegveld Ercan. De luchtvaartmaatschappij Cyprus Airways onderhoudt diensten op Europa en op de meeste landen in het Midden-Oosten. Limassol en Larnaca hebben na 1974 de rol van Famagusta, dat officieel gesloten is voor internationaal scheepvaartverkeer, als belangrijkste haven overgenomen. Sinds 1952 heeft Cyprus geen spoorwegen meer, maar het wegennet is goed. Van de ruim 10.000 km (1991) is meer dan de helft verhard. De beide delen van het eiland hebben een gescheiden transportsysteem. Snelwegen verbinden de hoofdstad Nicosía met Kyrenia en Limassol.

Het Grieks-Turkse conflict

Er valt veel te zeggen over het konflikt op Cyprus dat nu al enkele decennia duurt.
Maar sinds november 2001 gloort er weer wat hoop, hoewel de situatie in eerste instantie leek te verslechteren toen er sprake was van eventuele aansluiting van Cyprus bij de Europese Unie. Turkije dreigde met ingrijpen wanneer het zover zou komen. Nu lijkt er echter een doorbraak te zijn, op in ieder geval een kans daarop. De president van het griekse deel, Clerides, had begin december een ontmoeting in het turkse deel met zijn turkse ambtgenoot Denktash onder toeziend oog van Alvaro de Soto, de speciale adviseur van de VN over Cyprus.
Ondertussen is er een referendum gehouden waarin het Turkse deel zich uitsprak voor hereniging, het Griekse deel echter tegen, terwijl juist de Turks-Cyprioten veel concessies moesten doen. Sinds april 2005 is er echter een nieuwe president die meer toenadering to het Griekse deel wil zoeken.
Onder leiding van de VN zijn in 2016 en 2017 nieuwe gesprekken gevoerd maar die hebben uiteindelijk tot niets geleid. Voor meer informatie verwijzen we naar de volgende websites:
Peace-Cyprus.org: Een organisatie die niet alleen vrede op Cyprus zoekt maar op de hele wereld
HRI.org: Cyprus en het Cyprus probleem

Het actuele weer

© Teije & Elisabeth 2000 - 2017Naar boven