| Berlijn is de hoofdstad en tevens grootste stad van Duitsland.
Gelegen in het noordoosten van het land is de stad door rivieren en waterwegen
verbonden met de Oostzee. Berlijn is ook een belangrijk industrieel en cultureel
centrum. De belangrijkste straat van oudsher is Unter den Linden waaraan
tal van historisch belangwekkende gebouwen liggen en die tot aan de Duitse
hereniging op DDR-grondgebied lag. Berlijn heeft meer water en bruggen dan
Venetië. |
| Het stadswapen |
 |
| Officiële naam |
Berlin |
| Oppervlakte |
Ongeveer 890 vierkante km |
| Aantal inwoners |
Ongeveer 3,5 miljoen |
| Bevolkingsdichtheid |
Bijna 4000 per km2 |
| Hoofdstad |
Berlijn is de nieuwe hoofdstad van het verenigde Duitsland (vroeger was
Bonn de hoofdstad van West-Duitsland, Berlijn de hoofdstad van de DDR) |
| Munteenheid |
Euro |
| Wegennet |
De wegen naar en in Berlijn zijn in het algemeen erg goed. De meeste slechtere
wegen in voormalig Oost-Duitsland worden in snel tempo verbeterd. |
| Brandstofprijzen |
Gas: € 1.05 to € 1.20; Diesel: € 0.85; LPG: € 0.60 |
| Code auto kentekenplaat |
D (en als eerste letter van het kenteken een B voor Berlin) |
| Telefoon landcode |
49 |
| Internet landcode |
.de |
| Prijzen |
We hebben het gemeten aan onze gebruikelijke verkwikking op terrasjes
en restaurants: 1 koffie en 1 bier: van € 2,90 (koffie met groot biertje)
in Potsdam tot € 16,50 (koffie met klein biertje) bij een hotel tegenover
de Brandenburger Tor. |
| Tijdsverschil |
GMT +1 (dezelfde tijd als in Nederland) |
| Het mooist |
Tja, eigenlijk vinden wij Berlijn meer imposant en indrukwekkend dan mooi.
Het ritje in de lift van de Fernsehturm, dat was misschien wel het mooist
(€ 6 per persoon). |
| Het allerbelangrijkste... |
Het openbaar vervoer: koop een dagkaart of meerdagenkaart en reis naar
alle uithoeken van Berlijn. Op deze manier kom je vrij goedkoop op allerlei
afgelegen en mooie plekken waar je lopend niet snel zou komen in deze grote
wereldstad. |
| Het vooroorlogse Berlijn kon worden onderscheiden in drie
gebieden: de Altstadt of Kurfürstenstadt, die in de 17de en 18de eeuw
door de bouw van Dorotheen- en Friedrichstadt naar het westen tot aan de
Tiergarten werd uitgebreid. Deze Altstadt werd in de 19de eeuw omgeven door
de Wilhelminische Grossstadgürtel, waarin allengs oude stedelijke kernen
en dorpen (NeuCölln, Tempelhof, Charlottenburg e.a.) werden opgenomen.
Dit gebied wordt gekenmerkt door gesloten bebouwing. In de tweede helft
van de 19de eeuw zijn hier als gevolg van grondspeculatie huurkazernes gebouwd
met binnenhoven en een minimum aan woonruimte en -comfort. In de Aussenstadt,
die als een brede ring rond de Wilhelminische ligt, overheerst een min of
meer verspreide bebouwing. De in het stadsgebied opgenomen stadjes en dorpen
zijn door hun aanleg nog duidelijk herkenbaar. De wederopbouw en herstel
van het oostelijk deel van de stad, waar het grootste deel van de vooroorlogse
representatieve gebouwen lag, vorderde onder het Oost-Duitse regime zeer
langzaam. Pas na de eenwording van Duitsland en het besluit dat Berlijn
de facto hoofdstad van de vergrote Bondsrepubliek zou worden, zijn in hoog
tempo bouwactiviteiten ontwikkeld. |
| Unter den Linden |
Het oude centrum wordt doorsneden door de pronkallee Unter den Linden,
aan het einde afgesloten door de Brandenburger Tor (1791). Hieraan liggen
de barokke Alte Bibliothek (1780), de Staatsoper (1740-1743; na brand in
1843 gereconstrueerd) van Georg Wenzeslaus von Knobelsdorff en de Humboldt-universiteit
(1753) die sinds 1810 in dit gebouw is gehuisvest. Het Zeughaus (1695-1706)
is het belangrijkste barokgebouw van Berlijn; in de zgn. Schlüterhof
de beroemde Schlütermaskers van stervende krijgers. De classicistische
Neue Wache (1818) van Karl Friedrich Schinkel, in 1966 gewijd aan de slachtoffers
van fascisme en militarisme, is sinds 1993 officieel het eerste monument
in Duitsland ter nagedachtenis aan de slachtoffers van oorlog en geweld;
in het interieur een sculptuur van Käthe Kollwitz: Moeder met dode
zoon. Aan de Gendarmenmarkt wordt het Deutsche Schauspielhaus (1821) van
Schinkel, aan weerszijden geflankeerd door de Deutsche en Französische
Dome (beide 1780-1785). De Friedrichswerdersche Kirche (1824-1830) van Schinkel,
bevat een aan diens werk gewijd museum. De St. Hedwigskathedraal (1747-1773)
werd in 1963 in gewijzigde vorm herbouwd. In de Berliner Dom (1894-1905),
in Italiaanse renaissancestijl, bevindt zich de crypte waarin meer dan 90
leden van de familie Hohenzollern zijn bijgezet. De musea op het hierachter
gelegen Museuminsel (ingericht in het begin van de 19de eeuw) zijn o.a.
het Pergamon-Museum (voltooid 1930), de Alte Nationalgalerie (1867-1876),
het Alte Museum (1824-1830) van Schinkel in het Bode-Museum. En zo kan de
lijst van gebouwen nog wel voortgezet worden... |
| Alexanderplatz en omgeving |
De Alexanderplatz is van belang als commercieel centrum en verkeersknooppunt
in het oostelijk deel van Berlijn. In de herstelde Marienkirche (14de eeuw)
bevindt zich de oudste Dodendans (1485) van Duitsland. Uit de tweede helft
van de 19de eeuw dateert het 'rode raadhuis' (1861-1870), in rode baksteen.
In het gerestaureerde Nikolaiviertel staat de Nikolaikirche, de oudste kerk
van Berlijn, een van oorsprong romaanse basilica, na een stadsbrand in 1380
als gotische hallenkerk hersteld (na oorlogsschade gerestaureerd). Geschiedde
de wederopbouw van het vroegere Oost-Berlijn aanvankelijk in een sterk op
de Russische architectuur gelijkende pronkstijl (de Karl-Marx-Allee is hiervan
een voorbeeld), later brak een meer functionele architectuur door: Kongresshalle
(1958-1962; Henselmann), Haus des Lehrers (1964; Henselmann), Hotel Stadt
Berlin, alle gelegen aan de beroemde Alexanderplatz. De -inclusief de antenne-
365 m hoge Fernsehturm werd tussen 1965 en 1969 gebouwd. In de voormalige
sectoren van de geallieerden in het westelijk deel van Berlijn is de oorlogsschade
in snel tempo hersteld. West-Berlijn had in belangrijke mate de functie
van etalage naar het oosten te zijn. |
| Kurfürstendamm |
Bekendste verkeersader is de 3, 5 km lange, prestigieuze Kurfürstendamm,
met theaters, bioscopen, galeries, restaurants een centrum van het Berlijnse
sociale leven. Aan het begin staat de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche
(1891-1895), door F. Schwechten gebouwd, die zwaar werd beschadigd, maar
waarvan de ruïne (een 63 m hoge toren) bewaard bleef; E. Eiermann nam
in 1961 de ruïne op in het nieuwe kerkcomplex, bestaande uit een achthoekige
laagbouw en een 53 m hoge zeshoekige toren. Vlak ernaast staat het 20 verdiepingen
hoge Europa-Center (1965). |
| Tiergarten |
In de Tiergarten, bij de Branderburger Tor ligt het voormalige Rijksdaggebouw
(1884-1894), gebouwd in neorenaissancestijl; het brandde in 1933 uit en
werd in 1945 zwaar beschadigd. Na herstel (voltooid 1970), waarbij de koepel
niet werd herbouwd, bood het op 4 oktober 1990 ruimte aan de eerste parlementaire
bijeenkomst van het herenigde Duitsland. In 1995 werd het gebouw 'ingepakt'
door Christo; na afloop van deze kunstmanifestatie is begonnen met verbouwingen,
die de vml. Rijksdag geschikt moeten maken als permanente zetel van de Bundestag.
De verbouwing is in handen van architect Norman Robert Foster, die het gebouw
o.a. van een 30 m hoge glazen koepel zal voorzien. |
| Berlijn is een relatief jonge stad in Europa en ontstaan uit
twee stadjes - het ene, Cölln, op het Spree-eiland, en het andere,
Berlin, ten noorden daarvan op de rechteroever gelegen - die in 1237 en
1244 het eerst in oorkonden genoemd worden. In 1432 kwamen beide onder één
bestuur. De stichtings-statuten zijn verloren gegaan. Hieronder een aantal
belangrijke data: |
| ca. 720 |
Twee Slavische stammen vestigen zich in de buurt van het hedendaagse
Berlijn. |
| 1237 |
Cölln wordt voor het eerst vermeld in oorkonden (op 28 oktober) en
deze datum wordt aangehouden als de officiële stichtingsdatum van Berlijn. |
| 1307 |
Cölln en Berlijn stellen een gemeenschappelijke raad in, maar blijven
zelfstandig. |
| 1432 |
De steden komen onder één bestuur. |
| 1448 |
Na onlusten moet de stad haar lidmaatschap van de Hanze opgeven en werd
aan de stedelijke autonomie vrijwel een einde gemaakt. |
| 1470 |
Berlijn wordt regeringszetel van de Brandenburgse keurvorsten. |
| 1539 |
Keurvorst Joachim II bekeert zich tot de leer van Luther en Berlijn wordt
een protestants bolwerk. |
| 1617 |
Het eerste weekblad verschijnt in Berlijn. |
| 1618-1648 |
De Dertigjarige Oorlog is zwaar voor Berlijn: slechts weinig Berlijners
overleven het (6000 volgens de annalen). |
| 1685 |
Immigratie van hugenoten (vervolgde protestanten) uit Frankrijk. |
| 1701 |
Keurvorst Frederik III wordt als Frederik I koning van Pruisen en maakt
Berlijn tot hoofdstad van zijn koninkrijk. |
| 1719 |
Volgens een volkstelling heeft Berlijn 64.000 inwoners waarvan ca. 20%
hugenoten. |
| 18e eeuw |
Pruisen groeit uit tot een wereldmacht na meerdere oorlogen en Berlijn
wordt een wereldstad. |
| ca. 1800 |
Berlijn telt nu ca. 170.000 inwoners. |
| 1808 |
Berlijn krijgt door de gemeentewet van Vom Stein zijn stedelijk zelfbestuur
na 360 jaar terug. |
| 1871 |
Stichting van het Duitse Rijk. Berlijn wordt de rijkshoofdstad. Een tijdperk
van industriële expansie en stedelijke ontwikkeling begint en het inwonertal
goeit tot bijna twee miljoen in 1900. |
| 1918-1920 |
Op 9 nov. 1918 breekt revolutie uit. De gematigde meerderheidssocialisten
hebben de leiding en roepen de Deutsche Republik uit, maar Karl Liebknecht
roept de Freie Sozialistische Republik uit. In de winter van 1918-1919 breken
straatgevechten uit en de regering gebruikt het leger om de revolutie te
onderdrukken. In jan. 1919 worden Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg verslagen.
Op 13 maart 1920 volgt de Kapp-Putsch om de Constitutie van Weimar weer
omver te werpen, maar dit mislukt. In 1920 wordt Berlijn uit de provincie
Brandenburg gelicht en wordt als Groot-Berlijn een zelfstandige bestuurseenheid.
7 omliggende steden, 59 plattelandsgemeenten en 27 landgoederen worden toegevoegd
aan Gross-Berlin. |
| 1933 - 1945 |
Hitler wordt benoemd als rijkskanselier en de Joodse gemeenschap in Berlijn
wordt gedecimeerd. Luchtaanvallen door de geallieerden maken ook veel slachtoffers.
Wanneer Berlijn in 1945 kapituleert is het inwoneraantal geslonken van 4,8
tot 2,3 miljoen. |
| 1945 |
Aan het einde van de tweede wereldoorlog is Berlijn een ruïne en
wordt bezet door de vier geallieerde legermachten: Amerika, Groot-Britannië
en Frankrijk in het Westen, het Sovjet leger in het Oosten. |
| 1948/1949 |
De toenemende onenigheid tussen de drie westerse machten enerzijds en
de Russen anderzijds maken een gemeenschappelijk stadsbestuur op den duur
onmogelijk. Wanneer de westerse grote drie begin 1948 besluiten in hun sectoren
de geldsanering door te voeren, leidt dit aan Sovjetzijde tot een heftige
reactie. De toevoerwegen naar West-Berlijn worden afgesneden en geblokkeerd.
De westerse mogendheden stellen dan een luchtbrug in (april 1948) om de
inwoners van het eiland West-Berlijn van brandstof en voedsel te voorzien.
Na één jaar wordt de blokkade opgeheven. |
| 1949/1950 |
Met de instelling van de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR wordt een
reorganisatie van het Berlijnse stadsbestuur noodzakelijk. Onder Reuter
wordt West-Berlijn in 1950 tegelijkertijd als een Land van de bondsrepubliek
en als een stad geconstitueerd. Het oostelijk deel van de stad onder burgemeester
Ebert jr. kan daarentegen geheel in de DDR worden geïntegreerd en wordt
formeel en feitelijk haar hoofdstad. De geringe beperkingen van het goederen-
en reizigersverkeer maken de stad in de jaren vijftig tot een unieke ontmoetingsplaats
tussen West en Oost. Talrijke Oost-Duitsers kunnen via Berlijn naar het
Westen uitwijken. |
| 16/17 juni 1953 |
Volksopstand in de DDR en in Oost-Berlijn. Tanks van het Sovjetleger onderdrukken
de Oost-Berlijnse arbeidersopstand. |
| 13 aug. 1961 |
Begin van de bouw van de Berlijnse Muur om de vluchtelingenstroom van
Oost naar West te stoppen. |
| 3 sept. 1971 |
Ondertekening van het Viermachtenstatuut waarin de status van Berlijn
wordt vastgelegd. Hierop volgen ook nieuwe verdragen tussen de Bondsrepubliek
en de DDR met betrekking tot Berlijn. |
| 9 nov. 1989 |
De ineenstorting van het oostblok leidt tot geweldloze massademonstraties
en een massale uittocht naar de socialistische broederlanden. Op 9 november
wordt de muur opengesteld voor Oost-Duitsers. |
| 3 okt. 1990 |
Duitsland wordt officieel herenigd. De Bondsdag besluit met een krappe
meerderheid tot de verhuizing van de Bondsdag en de regering naar Berlijn
dat weer hoofdstad wordt van Duitsland. |
| dec. 1990 |
De eerste vrije verkiezingen voor heel Berlijn vinden plaats. |
| 1994 |
De geallieerden vertrekken definitief uit Berlijn. In april 1994 kwamen
de regeringen van Berlijn en Brandenburg tot een overeenkomst die voorziet
in het samengaan van beide deelstaten. |
| 1995 |
Christo pakt het Rijksdaggebouw in. |
| Mei 1996 |
In een referendum over het samengaan van Berlijn en Brandenburg stemt
Berlijn met een kleine meerderheid voor, maar Brandenburg stemt tegen en
de fusie gaat niet door. Brandenburg is een rijke deelstaat en Berlijn een
geldverslindende staat (mede door alle bouwprojekten). |
| 2000 |
De regering is in Berlijn aangekomen. De Bundestag houdt zijn eerste zittingen
in de Reichstag. Berlijn wordt het favoriete reisdoel in Duitsland. |
| Voor websites met meer info
over de geschiedenis van Berlijn kun je kijken op onze linkpagina
Berlijn. |
|
Tijdens de splitsing van Berlijn in Oost en West was West-Berlijn afhankelijk
van subsidies vand de Bondsrepubliek omdat de meeste bedrijven de stad
verlieten in de jaren 50 en 60. Oost-Berlijn daarentegen was de grootste
industriestad van de DDR. Na de hereniging werden de subsidies langzamerhand
verminderd. De DDR-bedrijven bleken niet rendabel genoeg te zijn en raakten
hun afzetgebied in de voormalige oostbloklanden kwijt. De werkloosheid
in het oosten van de stad is extreem hoog, bijna 15% in 1998. De verhuizing
van de regering en de Bondsdag geven echter een stimulans in verband met
alle bouwaktiviteiten en de dienstverlenende sektor.
|
Industrie en verkeer
Voor de eenwording in 1990 was Oost-Berlijn de grootste industriestad
van de Duitse Democratische Republiek. West-Berlijn behoorde, samen met
Hamburg en München, tot de drie grootste industriële centra
van de Bondsrepubliek. Meer dan een derde van de beroepsbevolking is werkzaam
in de elektronica-industrie. Voorts voedings- en genotsmiddelen industrie,
machine bouw, fabricage van vervoermiddelen en chemische industrie. Tot
de traditionele Berlijnse indrustrieën behoren o.a. porseleinfabricage
(sinds 1764), grafische en filmindustrie. Ten opzichte van de jaren zeventig
is de werkgelegenheid in de industriële sector drastisch verminderd
ten gunste van de dienstensector. Berlijn heeft twee vliegvelden, in het
noordwesten het in 1975 geopende vliegveld Tegel, dat het verkeer van
de oude luchthaven Tempelhof heeft overgenomen; in het zuiden Schönefeld.
Veel goederenvervoer geschiedt via de waterwegen (Oder-Spree-Kanal, Teltowkanal,
Oder-Havel-Kanal). Het ondergrondse U-bahnnet heeft een lengte van meer
dan 200 km.
Diensten en recreatieve functies
Bijna de helft van de beroepsbevolking is werkzaam in de tertiaire sector.
Hoewel Berlijn zijn vroegere leidende positie op het gebied van vakbeurzen
moest afstaan aan andere steden (Frankfurt a.M., Hannover, Keulen, Düsseldorf,
Leipzig), worden er jaarlijks belangrijke beurzen gehouden. Er zijn vier
congresgebouwen w.o. de Kongresshalle (1957), het congrescentrum ICC (1979)
en het gebouw dat voor de vergaderingen van de Oost-Duitse Volkskammer
diende. Jaarlijks vinden diverse festivals plaats, zoals de Berliner Festwochen
(1951; concert, opera, toneel, beeldende kunst), het internationale filmfestival
(Gouden en Zilveren Beer) en de Berliner Jazztage. De Zoologischer Garten
(29 ha; aangelegd in 1841) geldt als een van de beste dierentuinen ter
wereld. Er is een botanische tuin. Voorts een sterrenwacht en een planetarium.
De stad beschikt over tal van radio- en televisiestudio's; vóór
de eenwording waren in West-Berlijn vooral bekend de SFB (Sender Freies
Berlin) en RIAS (Rundfunk im Amerikanischen Sektor). Er zijn vele sport-
en recreatiemogelijkheden: het Olympiastadion (naar plannen van W. March)
werd voor de Olympische Spelen van 1936 gebouwd. Van veel belang voor
de recreatie zijn de bosgebieden aan de stadsranden: stadsbossen Grunewald,
Spandau, Köpenick en Friedrichshain, alsmede de Berlijnse meren:
Wannsee, Havel, Tegeler See, Grosser Müggelsee, Langer See en Seddin
See.
|