Na een erg laat ontbijt kletsen we eerst even bij met
Iain en Cathy. Dat gaat persoonlijk toch gemakkelijker dan per email.
Vandaag moeten we toch echt een beetje invulling gaan geven aan deze
Schotlandreis. We hebben al bedacht dat we een paar dagen naar het echte
hoge noorden willen, zo rond Wick en Thurso, maar we hebben nog niets
geregeld. Iain belooft wat telefoontjes te plegen en zelf gaan we ook
op pad, eerst maar eens naar het TIC (tourist information center) in
Inverness, de grootste van de Hooglanden om te kijken of we daar wat
kunnen regelen.
We kennen Inverness ondertussen redelijk en parkeren in
de parkeergarage vlakbij het station en lopen eerst wat door het centrum.
Het is alweer vrij kil en al snel beginnen de eerste druppels te vallen.
Snel lopen we richting VVV en passeren daarbij dit bord in een etalage,
'we accept euros'. We hebben vorig jaar eens gelezen dat de Schotten,
in tegenstelling tot de Engelsen, graag de euro zouden willen invoeren,
maar dat kan niet zolang ze tot het Verenigd Koninkrijk behoren. Er
gaan echter steeds meer stemmen op om Schotland weer onafhankelijk te
maken (vooral de Engelsen vinden dit in meerderheid omdat er zoveel
belastinggeld naar het noorden zou gaan), dus wie weet...
Bij de VVV worden we niet veel wijzer. In eerste instantie
wilden we ergens een huisje huren voor een hele week, maar dat valt
niet meer te regelen. Ook de prijzen van hotels zijn weer behoorlijk
omhoog gegaan en we besluiten zelf maar een eind noordwaarts te gaan
rijden om iets te regelen. Misschien ergens rond Helmsdale.
Onderweg begint het water nu met bakken uit de lucht te
vallen en blijkbaar is dat de afgelopen dagen ook al gebeurd want de
kleine beekjes zijn gezwollen tot snelstromende en brede rivieren. Schotland
staat bekend als 'regen-land', maar op de afgelopen 2 jaar na hebben
wij wat dat betreft behoorlijk geluk gehad. Zoals het nu regent hebben
we nog niet vaak eerder meegemaakt, op zich dus ook een nieuwe ervaring.
Na 8 jaar vakanties in Schotland maken we eindelijk eens mee hoe de
meeste mensen denken dat het weer in Schotland altijd is!
Onze speurtocht in Helmsdale naar accommodatie is nogal
onsuccesvol, vooral omdat de VVV ter plaatse dicht is. We besluiten
dan maar te genieten van een rondrit door het onherbergzame gebied rond
Helmsdale en een eindje de Strath of Kildonan in te rijden langs de
rivier die vast spectaculair moet zijn met deze regen.
Al snel komen we ons eerste wild tegen: herten. Ieder jaar
lijkt het wel of we er steeds meer te zien krijgen. We weten niet of
er steeds meer herten bij komen, dat er misschien minder afgeschoten
worden of dat ze zich juist steeds meer durven vertonen langs dit soort
afgelegen weggetjes. Of misschien zijn wij het wel die steeds vaker
op weggetjs rijden waar veel herten wonen. Maar hetzelfde geldt voor
konijnen en fazanten, ook die zien we steeds vaker.
Bij Bail an Or stoppen we voor een mooi uitzicht op de rivier
Helmsdale bij een plek waar een caravan naast een auto staat. Hier vond
aan het einde van de 19e eeuw een ware goldrush plaats en er werden
in 1869 twee complete nederzettingen neergezet met bijna 600 goudzoekers.
Goud wordt er nog steeds gevonden, in hele kleine hoeveelheden, maar
de huizen zijn allang verdwenen en de regels voor goudzoeken die op
het bord staan zijn erg streng. Een vergunning ervoor kun je wel gratis
afhalen in Helmsdale.
Het begint steeds harder te regenen, maar ik stap toch
uit voor een foto en al snel komt er een man uit de caravan tevoorschijn.
Hij ziet aan ons nummerbord dat we Nederlanders zijn en vraagt ons of
we 'the Dutch golddiggers zijn'. Nee hoor, vertel ik hem, we stoppen
alleen voor een foto. Gelukkig, antwoordt Douglas, de afgelopen jaren
zijn er een paar Nederlandse goudzoekers die berucht zijn omdat ze vaak
meer vinden dan anderen. Hij stapt zijn caravan weer binnen en haalt
een potje met allemaal miniscule goudklompjes. We raken in gesprek en
het gesprek wordt steeds fantastischer. Hij beweert de enige goudzoeker
te zijn die alle (meer dan 600!) vindplaatsen in Groot-Britannië
kent en hij komt overal. Dit is één van zijn favoriete
plekken, als die 2 rothollanders maar niet steeds weer kwamen.
Als ik hem vraag of ik een foto mag maken komen de verhalen pas echt
los. Nee, dat mag ik niet en hij gaat me precies vertellen waarom. Ooit
is hij zo vriendelijk geweest onderdak te verschaffen aan een andere
Nederlander en die heeft een website waar hij als fantast wordt omschreven,
met een foto erbij. Dat wil hij niet weer hebben. Of ik ene Ramon kende?
Nee, die ken ik niet. Terwijl hij erover vertelt krijg ik door dat het
over de jongen gaat die met de website letmestayforaday probeerde de
hele wereld gratis over te reizen. Het kwartje valt en ik besluit na
terugkomst snel op die site te kijken. Daar lees ik later hetzelfde
verhaal dat Douglas mij ook vertelt, over zijn verleden als geheim agent,
inlichtingenofficier voor de geheimste instanties en hoe hij tenslotte
permanent goudzoeker is geworden. Hij was al achterdochtig als spion,
maar na wat Ramon op internet heeft vertelt is hij pas echt paranoïde
geworden! Hij is schatrijk, maar dat mogen we niemand vertellen, uiteraard.
Ik wilde dat ik het gesprek had kunnen opnemen als een echte undercoveragent,
maar helaas... Aan de ene kant weet je natuurlijk dat je met een fantast
te maken hebt, maar toch mag ik zo iemand wel. Hij gelooft duidelijk
in zijn eigen verhaal en hij zorgt voor zichzelf en zijn 2 honden. Ik
heb altijd een zwak gehad voor dat soort mensen; er is een gedrevenheid
en bezieling die zoveel 'normale' mensen missen en hij duikt niet weg
als een zielig hoopje na de ellende die hij mogelijk heeft meegemaakt,
maar maakt zichzelf tot een koning van zijn eigen rijk, zijn goudrijk
en loopt gewoon vrij door de wereld rond, dat al een gesticht op zich
is. Ik lach hem niet uit, luister naar zijn verhaal en ben blij dat
ik dit meemaak in de regen; z'n honden roept hij af en toe de caravan
weer in en hij blijft herhalen dat hij zo blij is dat wij niet die 'Dutch
golddiggers' zijn. Het liefst had ik onze hele conversatie hier verteld,
maar die duurt wel een half uur en dan krijgt Douglas ineens haast omdat
hij weer op pad moest, naar een nieuw plekje dat hij omlangs heeft ontdekt.
Alleen is het zo moeilijk er te komen met deze regen. Voor mij is het
een wonderbaarlijk half uur en ik vertel verder niets, want ik weet
nu heel wat geheimen van de FBI, CIA, MI5 en MI6 en de NSA. En waar
het goud ligt, natuurlijk...
Maar ondanks al zijn fantastische verhalen (waar ik van genoten heb)
heb ik ook respect voor zijn manier van leven, je moet het maar kunnen;
alles beter dan wegkwijnen!
Ik stap weer in de auto en begin Lies het hele, ongelooflijke
verhaal te vertellen. Een paar honderd meter verder stappen we weer
uit voor de volgende waterval in de aanzwellende rivier (op aanraden
van Douglas). Ondertussen is het wat droger geworden, maar je ziet de
rivier gewoon groter worden terwijl we erbij staan.
Omdat ik geen foto's van Douglas en zijn plekje heb kunnen
maken en na het verhaal dat ik aan Lies vertel, moet ze toch even van
afstand een foto ervan maken. Voor ons is dit nu een plekje met een
eigen verhaal: ik heb wel even de beroemdste goudzoeker van Groot-Britannië
ontmoet! Ok, ik ben kletsnat geworden in de regen terwijl hij op de
rand van z'n caravan bleef staan, maar zo'n belevenis had ik nooit willen
missen.
Bij Kildonan Lodge gaan we weer naar het zuiden, Glen Loth
in en daar komen we zomaar een treinoverweg tegen. Om geologische redenen
gaat de spoorlijn naar het noorden hier het binnenland in, in plaats
van de kustlijn te volgen.Een ritje per trein van Inverness naar Wick
gaat dus door een heel mooi gebied, vooral als het flink geregend heeft
want we komen nu de ene na de andere stroomversnelling tegen.
Zo halverwege stoppen we nog even voor een waterval, maar
het regent nu echt pijpestelen en het is behoorlijk fris. Op een mooie
dag is dit een heerlijk plekje om te picknicken en even te zitten, maar
dan is de waterval en de rivier vast lang niet zo mooi. En zo genieten
we ook van een regendag in Schotland.
We hebben al snel door dat Glen Loth een prachtige vallei
is waar maar heel weinig mensen komen. We zien overal grote kuddes herten,
mist die zich aan ons opdringt en wat verdwaalde prehistorische 'standing
stones', uit de tijd dat het hier vruchtbaar en leefbaar gebied was.
Af en toe moeten we voorzichtig rijden in verband met de vele regenval,
maar het is een prachtige rit. Overal zijn stroompjes die zich samenvoegen
en zich verbreden tot beken en rivieren.
Soms is de weg ook overstroomd en hopen we maar dat er
geen diepe gaten in de weg zitten, maar over het algemeen zijn de wegen
hier redelijk goed. In al die jaren dat we in Schotland zijn geweest
hebben we nog nooit zoveel water uit de lucht zien vallen als vandaag
over de hele dag, maar water hoort natuurlijk helemaal bij Schotland.
'Uisge beatha' is het keltisch woord voor levenswater en daar is later
het woord whisky van afgeleid. Water is een levensbehoefte, levenswater
voorziet je in alles. Dat is een beetje de waarheid over whisky in een
notendop. Er zal vast wel een mop bestaan over Schotten die whisky als
water drinken, maar wij kennen die in ieder geval niet.
Nadat we eindelijk Glen Loth weer uitkomen is het al laat
in de middag en besluiten we direct door te rijden naar Beauly, dat
kost ons toch minstens nog twee uur. We houden best van mooi weer, maar
vandaag hebben we Schotland op zijn best gezien in de regen. Voor ons
gevoel hadden we nergens anders een rit als deze kunnen maken en er
toch zo van genieten.
Vandaag is gewoon een echte waterdag! Eén van de
weinige dagen die we in Schotland hebben doorgebracht zonder een zonnestraaltje.
Als we de laatste twee uur naar Beauly terug rijden gaat het nog harder
regenen en we zijn best wel blij als we het warme en droge hotel binnenstappen.
Maar ondertussen hebben we nog niets voor de komende dagen geregeld.
Gelukkig heeft Iain meer geluk gehad met zijn contacten. Hij heeft wat
tips gekregen en belt nu samen met ons diverse hotels op en uiteindelijk
is er een hotel in Thurso waar we vanaf zaterdag terecht kunnen voor
50 pond per nacht, een speciaal prijsje. Pas later komen we erachter
dat het normale tarief van het hotel 85 pond per nacht is voor een 2-persoonskamer,
dus dat is een hele mooie besparing!
We zitten de hele avond in de bar en de 'locals' die voorbijkomen
begroeten ons hartelijk en wij hen, want tenslotte horen we na al die
jaren er een klein beetje bij. We hebben al heel wat verschillende mensen
gezien in de afgelopen jaren in de bar en sommigen komen nog steeds;
anderen zijn gebanned of zijn gestopt met drinken wat vrij uniek is
in Schotland. Maar die komen we in het dorp op straat wel weer tegen.
Wij hebben in ieder geval een hele gezellige avond met heerlijk avondeten
en leuke gesprekken.