Na de mooie zonnige dag van gisteren hebben we vandaag
weer wisselvallig weer met af en toe een buitje en heel wat graden minder
op de thermometer. Het hotel zit ondertussen afgeladen vol met een grote
groep ouderen die tegelijk met ons ontbijten en het duurt even voor
we onze gebruikelijke vakantie-ontbijtjes krijgen: fried eggs on toast
voor Lies en scrambled eggs voor mij. Thuis ontbijten we zelden, maar
in de vakanties maken we dat altijd meer dan goed.
Omdat we de meeste wegen in het noorden hier wel gereden
hebben, kunnen we vrij snel naar het zuiden afzakken. We gaan nog even
langs Wick om gas te tanken en nog steeds slaat de motor af en toe af
en moeten we 5 minuten wachten. Ook rijden we nu 1 op 7,5 volgens de
teller, wel heel erg onzuinig.
Maar ik zou mezelf niet zijn als ik niet goed op de kaart
zou letten! Na Lybster zijn er nog een aantal witte weggetjes op de
kaart die we niet verkend hebben, zoals naar het haventje van Latheronwheel.
Ook hier speelt op de achtergrond weer een verhaal uit de tijd van de
Clearances: het dorp is in 1835 gesticht om voormalige boeren een nieuw
leven als visser te verschaffen. We kunnen ons niet voorstellen dat
er ooit 50 haringkotters in dit haventje hebben gelegen.
In Helmsdale stoppen we om in de mineralen en fossielenwinkel
te bekijken. Het museumpje dat ernaast staat is gesloten. Tussen Brora
en Helmsdale loopt een breuklijn waar veel fossielen zijn gevonden en
ook die zijn te koop in de winkel. De prijzen zijn echter abnormaal
hoog. We kwamen vroeger regelmatig in Idar-Oberstein, zo'n beetje het
wereldhandelscentrum wat mineralen betreft, en daar zijn de prijzen
heel wat schappelijker.
Rond Brora zijn nog een groot aantal weggetjes die we (vooral
ik, ik geef het toe) willen rijden en bij een verlaten schuurtje met
een grappig klein torentje houden we onze lunch-picknick. Gelukkig is
het weer droog en niet zo heel koud meer. Jammer genoeg is er niemand
in de buurt aan wie we kunnen vragen wat de functie van het torentje
is geweest, een opslagplaats misschien?
Achter Brora rijden we langs de Clynelish Distillery,
waar een wat rokerige single malt wordt gemaakt. Zo'n 3,4 miljoen liter
per jaar en daarmee een redelijk grote distilleerderij. Ik drink heel
af en toe graag een whisky maar deze ken ik nog niet.
Langs één van de vele weggetjes achter Brora
waar fanatiek gebouwd wordt aan nieuwe en grote huizen, zie ik ineens
een weggetje dat ik herken. We rijden erin en inderdaad, dit is de weg
waar we een paar jaar geleden eens aan de andere kant van de rivier
de Brora stonden. Ook toen was de weg al ondergestroomd en men heeft
blijkbaar geen reden gezien om daar iets aan te doen. Voor fieters en
wandelaars is er een loopbrug.
We besluiten nog een klein ommetje te maken via Bonar
Bridge en een paar zijwegen mee te pikken. Voor het gehucht Whiteface
loopt een doodlopend weggetje en een bordje dat wijst naar Newton Point.
Op de kaart zien we dat het tot aan de Dornoch Firth loopt. Maar halverwege
zien we ineens dit gate lodge staan, een poortwachtershuisje dat erop
duidt dat hierachter waarschijnlijk nog een kasteel staat. Dat is weer
een goed argument voor mijn idee dat we hier echt alle weggetjes moeten
afrijden, hoe kort ze ook zijn, want je weet nooit wat voor moois je
tegenkomt. Helaas krijgen we geen glimp van het kasteel zelf te zien.
Iets verderop komen we aan het eind bij de Dornoch Firth
en op het smalle pad krijgen we ineens een auto achter ons. Aan het
einde van het pas staat nog één redelijk monumentaal pand
en waarschijnlijk is het de heer des huizes. Als we terugrijden krijgen
we alweer een auto achter ons aan, een andere met een vrouw achter het
stuur, vast de vrouw des huizes. Zo kan het op zo'n supersmal weggetje
plots heel druk worden!
Het weer verslechtert nu en vanaf Bonar Bridge rijden
we rechtstreeks naar Beauly waar we weer gastvrij onthaald worden: oh,
zouden jullie morgen niet terugkomen? Maar gelukkig is er nog een kamer
vrij voor ons en na een korte periode van rust brengen we de rest van
de avond door in de pub waar het gezellig genoeg is.