Alweer begint de dag behoorlijk zonnig, maar fris is het
nog wel. Na ons late ontbijt vertrekken we rustig naar het noorden.
We zijn blij dat we al een hotel geregeld hebben en dat we daar vanavond
niet meer naar hoeven te zoeken. En het rijdt toch heel wat relaxter
op deze weg als het droog is, eergisteren was dat wel anders.
Vlakbij Golspie zien we vanuit de verte het Sutherland-monument
op een heuvel staan. Het is 30 meter hoog en is zogenaamd opgericht
door dankbare pachters voor de rechtvaardigheid van de eerste hertog
van Sutherland. Behoorlijk overdreven want hij was verantwoordelijk
voor de ontruiming van de Hooglanden, de Clearances. De hertog wordt
ook wel eens de Stalin van Schotland genoemd omdat hij tienduizenden
gezinnen (sommige bronnen speken over een half miljoen mensen) liet
verwijderen van zijn grond om ruimte te creëren voor de schapenteelt
die meer opleverde dan de pachters.
Het feodale systeem dat tot dan toe gebruikt was, werkte
al niet zo goed meer, maar nu stortte het helemaal in en gezinnen bleven
ontredderd, zonder grond of inkomen achter. Velen trokken naar Amerika
en nu nog zijn er in de Hooglanden heel wat minder mensen dan in de
18e en 19e eeuw. Overal in Sutherland en Caithness, de twee noordelijke
gebieden van de Hooglanden, zie je vervallen huisjes waar de eigenaren
aan het einde van de 19e eeuw uitgejaagd zijn, vaak met harde hand.
Niet verwonderlijk dat er veel weerstand is tegen het monument en er
zijn zelfs actiegroepen geweest die het wilden laten verwijderen. Aan
de geschiedenis verander je echter niets door zo'n mounument af te breken
en het standbeeld is nu een wrange getuigenis van de wreedheden die
hier hebben plaatsgevonden.
Golspie is vooral bekend om het Dunrobin kasteel, maar daar
rijden we dit jaar aan voorbij. We hebben het al van binnen en buiten
gezien. Wel stoppen we nog eens bij Carn Liath, een zogenaamde broch
uit de ijzertijd die bescherming moest bieden aan de mensen uit de omringende
nederzettingen. De vorige keer waren ineens de batterijen van ons fototoestel
leeg.
Nu raak ik er aan de praat met twee Engelsen, maar al
gauw gaat de discussie een rare kant op: van hoe de mensen vroeger leefden
tot het gebrek aan natuurlijke selectie nu. Vroeger bepaalde de natuur
wel wie overleefde, nu zorgen we zomaar voor ons zwakke medemensen,
volgens deze twee Engelsen een grote fout. Hun opmerking 'misschien
had Hitler niet eens ongelijk' schiet me toch behoorlijk in het verkeerde
keelgat en ik breek het gesprek af met het antwoord dat wij echt de
natuur niet een handje hoeven te helpen door massamoorden te gaan plegen.
Volgens eigen zeggen zijn ze net vanuit Engeland naar Schotland geëmigreerd
om de drukte en overbevolking daar te ontlopen. Ik wens ze toe dat ze
hier ten tijde van de Clearances hadden geleefd, dan zouden ze wel anders
kraaien.
We komen nu in het gebied waar meer schapen wonen dan mensen.
Doordat het hier kouder is dan bijvoorbeeld in Nederland, komt het lammerseizoen
ook pas later op gang en ook al is het al juni, er lopen heel veel erg
jonge lammetjes rond. Hun moeders geven ze meestal het goede voorbeeld
als er een auto langs komt door weg te springen, maar er zijn lammetjes
bij die nieuwsgierig blijven staan in plaats van paniekerig hun moeder
te volgen.
Bij Dunbeath rijden we de vallei in die naar Berriedale
Water loopt, een eenbaansweg door een uitgestrekt gebied. Zoals overal
in Schotland staan hier en daar bewoonde huizen, maar ook veel verlaten
ruïnes, sporen van de Clearances.
Dunbeath zelf is een rustig plaatsje dat werd
gesticht voor de verdreven boeren. Al die nieuwe dorpjes werden langs
de kust geplaatst om het binnenland voor de schapenteelt te kunnen gebruiken.
Vaak begonnen de voormalige boeren met het aanleggen van een haven om
geld te verdienen in de visserij, en ook hier is een tijdje een levendige
haven geweest met een haringvloot van wel 150 schepen, maar erg lang
heeft dat niet geduurd.
In de verte zien we dan een kasteel liggen, Dunbeath Castle,
maar het is gesloten voor publiek en wordt nog steeds bewoond. De oudste
delen van het kasteel dateren uit de 14e eeuw en het ligt er wel heel
mooi bij op de rotsen boven de baai.
Voorbij Lybster slaan we af van de A9 en nemen de single
track road naar Watten die ons langs de Grijze cairns van Camster leidt,
twee indrukwekkende prehistorische grafmonumenten. Ze zijn zo'n 5000
jaar oud en goed bewaard gebleven in het nu moerassige veengebied. Ook
nu worden ze nog goed onderhouden. Vlonderpaden lopen door het gebied
zodat je ze gemakkelijk kan bereiken.
De zuidelijke cairn is cirkelvormig en de grafkamer was
bij de ontdekking nog helemaal intact. Binnen is een grote hoeveelheid
menselijke en dierlijke botten gevonden en ook sporen van een vuur.
De noordelijke Long Cairn is in meerdere perioden uitgebreid tot een
langwerpig monument met meerdere grafkamers. Metalen hekjes zorgen ervoor
dat schapen en andere dieren de graven niet binnengaan.
Maar zelf wil ik natuurlijk wel naar binnen kruipen en het
is best smal (of ik iets te breed...) en in het begin erg donker. Op
handen en voeten bereik ik de grafkamers die een goed beeld geven hoeveel
waarde de mensen destijds al aan het leven hechten, genoeg om goed voor
de doden te zorgen. Ongetwijfeld zullen alleen de belangrijkste mensen
van een stam een dergelijk graf gekregen hebben. Ik probeer me in de
tijd terug te verplaatsen en me in te beelden wat hier allemaal gebeurd
is. Persoonlijk vind ik dit soort plaatsen heel indrukwekkend omdat
ze je verbinden met andere mensen uit een ver verleden die zoveel moeite
hebben gedaan om een dergelijk monument te bouwen.
Vanaf Watten komen we in een iets saaier gebied, voornamelijk
uitgestrekte landbouwgronden, maar in Halkirk zien we dit mooie gebouw
staan. Pas later lezen we dat er ook nog 2 kastelen moeten zijn, allebei
Braal geheten. De één is een ruïne uit de tijd van
de Vikingen, de ander het moderne kasteel.
Langs de Thurso rivier rijden we naar het plaatsje Thurso.
Veel namen in dit gebied verwijzen naar de Noorse invloeden, want Thuros
is afgeleid van Thorsa, Noors voor 'rivier van de god Thor'. Vanaf een
afstand lijkt het een hele stad, maar met enkele duizenden inwoners
is het niet al te groot. Wij logeren in het Royal hotel in het centrum
en checken eerst in voordat we een wandeling door het stadje maken.
De kamer is ruim en we hebben uitzicht op het oorlogsmonument
en op de rechter foto is onze hotelkamer te zien, op de hoek van het
gebouw direct onder het torentje. We zitten aan Trail Street in het
centrum van de stad en de weg die ervoor langs loopt is de A9, de drukste
weg van het noorden. Het is een mooie avond en de jeugd van Thurso vind
het een goed plan om de halve nacht rondjes te rijden, met de geluidsinstallaties
flink hard en natuurlijk moeten ze indruk maken met het lawaai dat hun
uitlaten produceren.
Behalve de lawaaierige auto's is er ook nog een aanhangwagen
vol jongelui die een soort vrijgezellenfeest vieren. Ook zij draaien
eindeloos rondjes, maar met één smakeloos detail: 1 van
de jongeren krijgt steeds een emmer vol prut over zich heen gegoten,
we hebben geen idee wat er in de emmer zit maar het ziet er nogal vies
uit!
Wij zijn in ieder geval blij dat we een slaapplek hebben,
ook al wordt het pas na vieren rustig in de stad.