Politie achter ons, douane voor ons. En we moeten stoppen,
2 minuten nadat we ons huisje hebben verlaten op weg naar Luxemburg-stad.
Papieren, kofferbak open en of we echt geen cannabis bij ons hebben,
want we zijn tenslotte wel Nederlanders... Ons dorpje Bigonville ligt
vlak achter de grensovergang bij Martelange dus we snappen dat er wel
eens controle is. Helaas voor de douane, we kunnen nergens op gepakt
worden, en gaan daarna via België naar het zuiden om dan Luxemburg
weer in te rijden en daar is alweer douanecontrole, dit keer alleen
voor het vrachtverkeer. We moeten vandaag maar geen grenzen meer overschrijden.
In Luxemburg vinden we redelijk gemakkelijk een parkeergarage
vlakbij het centrum, maar we hebben niet helemaal door waar we zijn
en lopen in eerste instantie de verkeerde kant op.
Over de Aldofbrug gaan we eerst naar het zuiden. De brug
overspant een smalle vallei waar een heel klein riviertje, de Pétrusse,
doorheen stroomt. De hellingen zien er steil uit en even later zullen
we merken dat ze dat ook echt zijn.
Als we een eindje gelopen hebben merken we dat we aan de
verkeerde kant zitten en gaan de vallei in via kleine trappen om aan
de andere kant weer omhoog te klimmen, een behoorlijke wandeling voor
ons. Eigenlijk komen we erachter door nog eens goed op de kaart te kijken
en te ontdekken dat die kerk daar echt de Notre Dame in het oude centrum
moet zijn en die ligt even echt aan de andere kant van de vallei.
Luxemburg-stad is officieel gesticht in 963, hoofdstad
van het Groothertogdom en het oude centrum ligt op een rots, de Bock,
omringd door versterkte stadsmuren en de beroemde kazematten, een soort
bunker die in de verdedigingswerken zijn ingebouwd. Er wonen nog geen
100.000 inwoners in de stad zelf (heel wat kleiner dan 'ons' Groningen),
maar het ziet er behoorlijk groot uit en er valt heel wat te zien. Wij
beginnen bij de kathedraal en komen via wat pleintjes toch al gauw bij
een terrasje waar we eerst een bak koffie bestellen. Het is lekker in
de zon maar de trui kan nog net niet uit, het is een beetje heiig.
We zijn al een paar keer eerder in de stad geweest (voor
de website-tijd) en er valt heel veel over te vertellen. We zullen het
hier houden bij de wandeling die wij maken, want de meeste informatie
is tenslotte toch wel op internet te vinden. Wat ons op het terras opvalt
is de grote hoeveelheid pakken: mannen (en vrouwen) die waarschijnlijk
voor 'dure' instanties werken, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen
of één van de vele Europese instellingen die hier gevestigd
zijn. En nu hebben ze even lunchpauze. We horen ook allerlei talen spreken,
vooral het steeds populairder wordende Lëtzebuergesch, een mengelmoesje
waar je heel vaak bijna verstaanbare Nederlandse woorden in lijkt te
herkennen. Het is naast het Frans en Duits een officiele taal van het
land.
Door de oude binnenstad lopen we naar het oosten waar we
het mooiste uitzicht over de omgeving hebben. In het noordoosten zijn
een aantal hoge torens te zien die het Europees centrum vormen, een
apart stadsdeel dat zomaar op de heuvels lijkt te zijn aangelegd en
niet echt passend bij de rest van de stad. En we zien bruggen, overal
bruggen over de diepliggende valleien heen. Er schijnen ruim 100 grote
en kleine bruggen te zijn waaronder een paar hele hoge en grote.
Over de verdedigingsmuren lopen we stukje
langs de kazematten. Een kazemat is een onderaardse pantserde ruimte
waar geschut kan staan. De kazematten in Luxemburg boden niet alleen
onderdak aan het geschut, soldaten en paarden, maar ook aan bakkerijen,
slagerijen en zelfs ateliers. Het ondergrondse netwerk was maar liefst
23 kilometer lang waarvan 17 kilometer bewaard is gebleven.
Nu is de hele binnenstad op de Bockrots inclusief de kazematten door
de UNESCO op de lijst van wereldcultuur opgenomen. Twee kazematten zijn
voor het publiek toegankelijk: die van de Bock (gedeeltelijk in 1745
uitgegraven) en die van het Pétrusse-dal (vanaf 1644).
Als we aan de zuidkant van de muren terug lopen kijken we
op de benedenstad en de wijk Grund uit waar ook weer de nodige historische
monumenten staan. Dit was het dorp waar de werklieden woonden die de
versterkte stad bouwden, nu zijn er veel populaire restaurants en terrasje.
Vanaf de muren zie je pas hoe verdeeld de stad eigenlijk
is: de oude binnenstad hoog op de rots, een benedenstad in de diepte
en een Europese wijk veel verderop. Persoonlijk vinden we uitzichtjes
zoals op deze foto wel het mooist en we zijn niet de enigen die ervan
genieten. Voor het eerst komen we wat meer toeristen tegen met boekjes
en camera's gewapend.
Langs de achterkant van het Groothertogelijk paleis, een
gebouw in renaissancestijl uit de 16e eeuw, lopen we weer de binnenstad
in. In augustus is het paleis te bezoeken, we zijn weer eens wat te
vroeg. Schuin tegenover de ingang van het paleis vinden we wel een leuk
winkeltje met allerlei trollen-, heksen- en elfenfiguurtjes. We nemen
een paar mooie heksen mee, de grootste van ruim 50 centimeter hoog kost
maar € 10.
Het paleis wordt nog steeds bewoond door de groothertog
(Henri op dit moment) en dus staan er ook bewakers voor de deur. Twee
soldaten waarvan de één af en toe z'n geweer van schouder
verplaatst en de ander loopt uitgemeten passen heen en weer. Het lijkt
ons een hondenbaan. Als we ze recht in de ogen willen kijken staren
ze snel weer een iets andere kant op.
Op Place Guillaume II staat een ruiterstandbeeld van Koning
Willem II die tevens Groothertog van Luxemburg was. Na de val van Napoleon
in 1815 werd Luxemburg een onafhankelijk Groothertogdom en kwam onder
persoonlijk bestuur van de Nederlandse vorsten. Maar dat mochten alleen
mannen zijn, dus toen in 1890 Emma regentes werd voor de troonopvolgster
Wilhelmina werd het bestuur overgenomen door de familie Nassau-Weilburg
(in plaats van Oranje-Nassau).
Op de drukke Place d'Armes strijken we neer op één
van de terrasjes om wat te eten. Luxe restaurants staan hier tussen
de MacDonalds en de Burgerking. Het plein lijkt behoorlijk vol door
de grote muziektent waar 's zomers altijd wel wat te belevn is. Morgen
en zaterdag is er een optreden van allerlei folkbands om het Ierse Sint-Patrick's
Day te vieren. Luxemburg is culturele hoofdstad van Europa in 2007 (naast
Sibiu in Roemenië), vandaar misschien dit Ierse feestje.
We kunnen maar moeilijk van het terras wegkomen, zo lekker
zit het in de zon met een drankje erbij. Maar we hebben even genoeg
van de stad gezien en langzaam wandelen we terug naar de parkeergarage.
Vlak erachter zien we een hele leuke speelplaats, een grote zandbak
met een houten schip waar ouders met hun kroost van genieten. Zoiets
bij ons thuis voor de deur lijkt ons ook wel wat (leuk voor onze kleindochter!).
Als we Luxemburg-stad uit zijn gaan we nog een aantal kastelen
bij langs, gewoon om ze even van buiten te bekijken. Er zijn nog bijna
100 burchten bewaard gebleven in het land, en binnen een uur gaan we
er nu 7 langs, waaronder die van Bourglinster (links) en Hollenfels
dat nu een jeugdherberg is. We zijn nu in de Vallée de sept Châteaux
(Vallei van de 7 kastelen) maar dit zijn wel de 2 mooiste.
In Useldange staat ook een kasteel, maar we vinden dit
moderne huis eigenlijk veel mooier. We hebben het ons al vaker op de
website afgevraagd: waraom staan er niet meer van dit soort huizen in
Nederland?
Maar goed, eerst gaan we terug naar ons eigen leuke huisje om weer een
ontspannen avond door te brengen. We zijn nog lang niet door onze boeken
heen, dus we vervelen ons geen minuut!