We zijn vandaag ietsje vroeger dan gisteren, maar niet
veel. Alweer hebben we lang uitgeslapen en worden met een helder zonnetje
wakker. Buiten kan de trui al bijna uit en aan alles merk je dat het
echt voorjaar is, de vogels fluiten er lustig op los en de bomen beginnen
al uit te botten.
Ook vandaag komen we weer heel wat kastelen tegen, zoals
hier bij Bourscheid. Al vanaf de Romeinse tijd heeft hier een fort gestaan,
en de oudste delen van het huidige kasteel zijn al meer dan 1000 jaar
oud. De burcht wordt langzamerhand gerestaureerd en je kunt al bijna
niet meer zien dat het enkele tientallen jaren geleden niet meer dan
een ruïne was.
Het heuvelachtige landschap met af en toe hoge rotsen
leende zich natuurlijk uitstekend voor edelen om er kastelen op te bouwen;
er zijn veel strategische plekken met een goed uitzicht over de omgeving
en gemakkelijk te verdedigen. Het leuke vinden wij dat je kan zien dat
het echte middeleeuwse, dus oude, kastelen zijn. Veel kastelen in Nederland
zijn toch net 'te nieuw' voor onze smaak, hier lijken ze meer op kastelen
uit sprookjes. Het is wel opvallend dat men veel kastelen aan het restaureren
is, soms als tientallen jaren lang. Niet in ieder land wordt er zoveel
geld aan restauratie uitgegeven.
Langs het kasteel van Brandenbourg (een vervallen ruïne)
rijden we door naar Vianden waar we vanaf een plateau een prachtig uitzicht
hebben over de majestueuze burcht dat in de 15e eeuw in handen viel
van het huis van Nassau. Ook dit kasteel is gebouwd op eerdere vestingwerken.
De bovenstad van Vianden doet nog middeleeuws aan met de
oorspronkelijke stadswallen en vele wachttorens. Ook hier zijn vrijwel
geen toeristen te vinden, maar gelukkig wel een terrasje in de zon.
's Zomers kan het hier ontzettend druk zijn, Vianden is een echte toeristische
trekpleister, vooral door het kasteel en de mooie ligging maar er zijn
ook meerdere musea en je kunt prima wandelen in de omgeving.
Bij de rivier de Our staat een huis waar Victor Hugo nog
gewoond heeft (hij was helemaal verrukt over de stad) en hebben we uitzicht
op het kasteel en in de verte ook de enige kabelbaan van het land die
naar de Belvédère leidt, een restaurant met een mooi uitzicht
over Vianden en de omgeving. De stoeltjeslift is nu nog gesloten, dus
dat bewaren we voor een andere keer.
Iets buiten Vianden komen we langs een stuwdam die verbonden
is met één van de grootste waterkrachtcentrales van Europa.
Er is een ondergrondse turbinecentrale die je gratis kan bezoeken.
Wij rijden verder door het glooiende landschap waar ook de kleinste
dorpjes vaak tegen een heuvel zijn opgebouwd. De meeste dorpen in Luxemburg
tellen maar een paar honderd inwoners.
Dan naderen we het gebied dat ook wel La petite Suisse,
oftewel Klein-Zwitserland, wordt genoemd. Steile rotsparijen en nauwe
kloven trokken al vroeg toeristen en met deze benaming wilde men in
de 19e eeuw nog meer mensen lokken.
Ook in Beaufort wordt hard gewerkt aan de 12e eeuws burchtruïne,
maar we zijn al eens binnen geweest en blijven aan de buitenkant. Het
lokkertje van het kasteel is de middeleeuwse martelkamer waar de diverse
pijninstrumenten zijn uitgestald die waarschijnlijk ook allemaal wel
eens gebruikt zijn. En wij kastelen maar sprookjesachtig vinden...
We rijden nog wat door de mooie omgeving en besluiten
dan dat we morgen weer naar dit gebied toe gaan om wat wandelingen te
maken. Door allemaal kleine dorpjes touren we nu eerst naar het oosten,
richting Duitse grens. In Wasserbillig parkeren we de auto en voor het
eerst moeten we parkeergeld betalen. Wasserbillig is een druk plaatsje
langs de Moezel en van oudsher een handelscentrum. De rivier de Sûre
komt hier in de Moezel uit en vanaf hier tot het zuiden is er druiventeelt
zoals ook in de Moezelvallei in Duitsland.
Achter een spoortunneltje zien we de Moezel liggen, de natuurlijke
grens met Duitsland en langs de oever staan prachtige bloeiende bomen.
We ploffen op een terrasje neer waar het vrij druk is en we uitzicht
hebben op het pontje dat op en naar naar de Duitse oever vaart. Eigenlijk
is dit de eerste keer deze vakantie dat we in een plaatsje in Luxemburg
zijn waar het levendig is op straat; tot nu toe was er veel gesloten
(ook horeca) en waren er weinig mensen op straat ondanks het mooie weer.
We weten niet precies wat voor bomen dit zijn, maar ze geven
de oever aan de Luxemburgse kant in ieder geval een mooi kleurtje. We
wandelen nog een tijdje in het zonnetje voordat we weer terug gaan ons
huisje aan de andere kant van het land.
We nemen de route via Luxemburg-stad, maar dat hadden
we beter niet kunnen doen aan het einde van de middag: files! We slaan
zo snel mogelijk af en nemen landelijke weggetjes terug naar Bigonville.
We zijn wel wat langer onderweg, maar we hoeven in ieder geval niet
stil te staan en rijden nu door stukjes Luxemburg die we nog niet gezien
hebben.
's Avonds volgen we weer hetzelfde ritueel: wat eten,
de hele avond lezen en vroeg naar bed. Dit is pas echt een ontspannen
vakantie!