Na een lekker ontbijt verlaten we rond
10 uur het Stag hotel. Nog snel een foto van het hotel nemen en dan
naar een garage. Bij de tweede hebben we het al door: er zijn vrijwel
geen garages te vinden in dit deel waar men zelfs maar naar een gasmotor
durft te kijken. We kunnen het even in Oban proberen, maar Glasgow of
Inverness zijn waarschijnlijk de enige plekken waar we hulp kunnen vinden.
Daarom rijden we eerst naar Oban, we hebben niet zoveel
zin om terug te gaan naar Glasgow en daar vast te zitten. In het Victoriaanse
stadje lopen we een beetje rond, bezoeken de haven en drinken koffie
op een terras. De regen is, net als de afgelopen dagen, de hele nacht
gevallen en rond half 10 opgehouden. De zon komt alweer door en we zitten
heerlijk in de zon.
Ook hier bezoeken we daarna een aantal garages en iedereen
adviseert ons naar Inverness te gaan, daar weten ze meer van gasinstallaties
dan in Glasgow. We dubben wat we gaan doen en we bellen met Iain, onze
vriend in Beauly, vlakbij Inverness.We zouden pas over een week naar
ze toe gaan, maar als we vertellen van onze autoproblemen zegt hij dat
ze een kamer voor ons hebben en dat hij een goede gasmonteur in de buurt
weet.
We lopen nog even door Oban en zien van afstand McCaig's
Folly, een imitiatie van het Romeinse Colosseum van waar je een geweldig
uitzicht moet hebben over de omgeving. Er zijn wel meer van dit soort
gebouwen in Schotland, gebouwd in de 19e eeuw met de bedoeling de werkelozen
werk te verschaffen. Een soort van werkverschaffing, betaald door mensen
met geld, in dit geval een lokale bankier. Maar Oban echt verkennen,
dat doen we een andere keer wel, ons hoofd staat er niet echt naar.
We gaan naar Beauly, maar we hebben alle tijd en we kunnen
nog gewoon op benzine rijden dus willen we ook nog een paar dingen bekijken
die we nog niet eerder hebben gezien zoals Loch Etive. De doorgaande
weg loopt er vlak langs, maar je moet gewoon even een doodlopend weggetje
inslaan, tot het eind rijden en je hebt een mooi uitzicht over het loch
dat we anders zouden missen. Bergen omlijsten het meer en de lucht en
de wolken bepalen de kleur.
We zien nu Loch Etive vanuit het zuiden maar vanuit het
noorden loopt er een weg door Glen Etive naar het loch, een weg waar
we later graag door heen willen rijden. Dit is een stukje Schotland
waar je zo gemakkelijk aan voorbij rijdt, omdat het net even buiten
de doorgaande wegen ligt. Dit zijn de pareltjes die nog vrijwel onontdekt
zijn en daar zijn er gelukkig nog heel wat van in Schotland. Met de
auto kun je alleen de noord- en de zuidkant ervan bezoeken, nog mooier
is het natuurlijk om zo'n stuk per boot te verkennen en het loch echt
te leren kennen. We zijn nu al zo vaak in Schotland geweest, maar we
hebben eigenlijk nog maar een fractie van het land gezien, er valt nog
zo veel te ontdekken!
Door Glen Orchy rijden we naar het noorden. Het is druk
op de weg en iedereen lijkt op weg naar de watervallen in de rivier
om te picknicken. De rivier de Orchy komt vanuit de hoge bergen in het
noorden en loopt met diverse stroomversnellingen door de 20 kilometer
lange en mooie glen.
Daarna komen we in het woeste gebied van de Black Mount en Glen Coe
met majestueuze bergen. De toppen zijn vaak verscholen in de wolken.
Glen Coe betekent letterlijk Vallei van het Wenen en herinnert aan de
dag dat Campbell of Glenlyon en zijn mannen een slachting aanrichtten
onder de MacDonald clan door wie ze gastvrij waren onthaald.
In dit gebied zijn prachtige wandelingen te maken die
wel pittig zijn. Ook kun je er uiteraard aan Munro-bagging doen, het
beklimmen van één van de 284 bergen die hoger zijn dan
3000 voet (ongeveer 915 meter). Het is een ware rage geworden maar wij
zijn daar allang niet fit genoeg meer voor. Wij genieten vanaf de weg
van het mooie gebied, de groene hellingen en hoge watervallen die vanuit
de verte goed te zien zijn.
Bij Ballachulish zien we Loch Linnhe liggen, een lange
inham van de zee (en dus een zoutwaterloch) die het begin vormt van
de Great Glen die helemaal doorloopt tot Inverness in het noorden. Het
is een indrukwekkende vallei die een geologische breuklijn volgt. Pas
10.000 jaar geleden verdwenen de laatste gletsjers uit dit gebied. De
4 lochs die hier liggen (Linnhe, Oich, Lochy en Ness) worden door het
Caledonian Canal met elkaar verbonden en zorgt voor een veilige route
tussen de Noordzee en de Atlantische oceaan.
Iets voorbij Fort William, bij Torlundy, nemen we een zijweggetje
dat ons door een heel rustig gebied brengt met een paar kleine dorpjes.
De zon laat zich regelmatig zien, maar de wolken zijn volop aanwezig
om voor mooie luchten te zorgen. Zien we daar rechts nou de kaart van
Groot-Britannië in de wolken?
Bij Fort Augustus nemen we de oostkant van Loch Ness, met rustiger
wegen dan de A82 aan de westoever. Ook heb je vanaf deze kant een veel
beter en mooer uitzicht op het beroemde loch. Van een monster geen spoor,
maar met wat inzoomen zien we Urquhart Castle wel aan de overkant liggen.
We zoeken speciaal naar wat weggetjes die we nog nooit gereden hebben
en daarna gaan we snel via Inverness langs de Beauly Firth naar Beauly.
Iain en Cathy staan ons al op te wachten en we zijn blij
dat we hier weer zijn, het voelt toch een beetje als thuiskomen bij
deze twee goede vrienden. En al snel komen er meerdere mensen langs
(in de pub, niet speciaal voor ons dus) die we ondertussen al redelijk
goed kennen. Andere gasten vragen of we soms locals zijn en we kunnen
met een gerust geweten zeggen dat we dat een klein beetje zijn. Het
wordt behoorlijk laat alvorens we ons bed op kunnen zoeken. Als we toch
autopech hebben dan kunnen we nergens beter zijn dan hier!