Alweer regent het pijpenstelen als we wakker worden, net
als de hele afgelopen nacht trouwens. Iedere keer als we wakker werden
hoorden we het getik van de druppels op de vensterbank. Oh, wat is een
droge hotelkamer toch lekker! Als we om 10 uur in de auto stappen is
het nog maar 13 graden en we worden meteen overvallen door een fikse
stortbui. Maar la gauw klaart het op en loopt de temperatuur op tot
18 en soms zelfs 20 graden.
We rijden eerst door de Kilmichael Glen die iets ten oosten
van Kilmartin loopt. Glen Kilmartin is al mooi, maar deze glen is echt
fantastisch. Een smal weggetje, waarbij we af en toe een hek moeten
opendoen als vervanging voor een wildrooster, brengt ons door een eenzaam
maar fantastisch mooi gebied. Af en toe komen we een huisje tegen, meer
vee dan mensen en er zijn wat prehistorische bezienswaardigheden hoewel
je daar wel naar moet zoeken.
En het is er groen, regengroen noemen we dat maar. Er
ligt een meer in de vallei, Loch Leathan met een crannog, een versterkt
eiland uit de ijzertijd, en er zijn wat zijrivieren maar het meeste
groen zal echt door de regen gevoed worden. Wij hebben weer geluk en
koesteren ons in de zon. Deze weg (12 kilometer lang) sla je al snel
over maar is zeker de moeite waard als je hier wat langer in de buurt
bent.
We komen weer op de A816 uit en rijden naar het noorden
en nemen iedere zijweg die we zien. Langs Loch Craignish gaat een doodlopende
weg naar Ardfern waar we in de verte ook een kasteeltje zien staan die
niet op onze kaart staat. Vanuit Ardfern kun je een boot regelen naar
één van de vele, vaak onbewoonde, eilandjes voor de kust.
Wij rijden door naar de zuidpunt van het schiereiland
waar een paar huizen het dorpje Aird vormen. Het is aardig druk op de
smalle weg en we moeten regelmatig even achteruit om een tegenligger
te laten passeren. Op een volgende weg komen we niemand tegen en we
maken een grapje over de vuilcontainers die langs de weg staan: de vuilnis
wordt zeker vandaag opgehaald. En nog geen 2 minuten later staan we
oog in oog met de brede vuilniswagen en moeten we manouvreren om elkaar
te passeren.
De weg naar Craobh Haven hebben we al eens eerder gereden,
in 2000. De weg naar dit popperig dorpje met 30 huizen is niet echt
goed onderhouden en bij het begin van de weg staat een uiterst smerige
en vervallen busje reclame te maken voor de haven, niet echt aantrekkelijk
dus. Maar het is wel de uitvalsbasis voor een bezoek aan de vele eilandjes
in de buurt en er liggen aardig wat boten in de haven.
In Kilmelford stoppen we bij een hotel even voor een bak koffie die
niet smaakt en veel te duur is (5 pond, dus € 7,50 voor 2 bakjes
koffiewater!) en daarna nemen we de single track road naar Denish. Het
is vrij druk op de weg en wat ons opvalt is dat de mensen hier erg nors
reageren als je elkaar tegenkomt. Bijna overal in Schotland wordt een
hand omhoog gestoken als je elkaar passeert maar hier kijken ze voornamelijk
stuurs voor zich uit en we zijn er helemaal verbaasd over, dat hebben
we nog maar zelden in Schotland meegemaakt! Het landschap en de mooie
luchten maken alles gelukkig weer goed.
Op de weg naar Loch Scarnadale komen we vrijwel niemand
tegen, maar hier liggen ook geen dorpen, alleen wat verdwaalde huizen.
De lucht betrekt wel helemaal, het wordt kouder en de motor begint ook
ineens te hikken, haperen en te pruttelen. We schakelen over naar benzine
end at gaat prima, terug naar gas en de motor hapert weer.
Terwijl we zo'n 30 km. per uur rijden slaat de motor ineens
helemaal af. Vlak voor de vakantie is onze koppakking lek gegaan maar
die is voor € 850 vervangen (tja, meneer, dat heb je als je met
lpg rijdt, dan slijt de motor sneller...). De motor werd ook te heet,
dus we vullen de radiateur met wat loch-water bij, en even lijkt het
probleem verholpen te zijn. We hopen nog op vervuiling in de lpg, maar
een paar kilometer later slaat de motor weer af. We hebben de afgelopen
maanden al zoveel autoproblemen gehad dat dit er ook nog wel bij kan...
We rijden verder op benzine en proberen het probleem te vergeten, we
gaan morgen wel naar een garage, maar het voelt toch niet helemaal lekker.
Bij Ardmaddy komen we een 15e eeuws kasteeltje tegen met een toren
die los staat van het woonhuis, uiteraard privé-bezit. We mogen
wel door de tuinen wandelen. En vandaar rijden we het Easdale schiereiland
op, weer één van die korte uitlopers naar het zuiden zoals
je dat hier zo veel hebt.
Easdale zelf ligt op een klein eilandje, een paar honderd meter van
de kust, in zicht van het dorp Ellanbeich. Het dorp werd in 1881 weggespoeld
door een storm en is er nooit meer helemaal bovenop gekomen. De leisteengroeven
waren ondergelopen en er wonen nu nog geen 50 mensen; de meeste huizen
worden verhuurd als vakantiehuisjes. Zelfs het eiland als eiland te
behouden is een klus want de zee die de dorpen scheidt moet voortdurend
worden uitgebaggerd.
Vanaf Seil gaat een ferry naar het eiland Luing waar ooit
ruim 600 mensen woonden. Tegenwoordig zijn er nog 2 kleine dorpjes en
is het eiland vooral afhankelijk van toerisme en kreeftenvisserij. Wij
bewaren het eiland voor een andere keer en gaan verder met onze ontdekkingstocht
van afgelegen wegen op het vasteland, voorzover je daarover kan spreken
natuurlijk want het is één groot eiland waar we nu zijn,
natuurlijk.
Door de prachtig groene Glen Lonan rijden we dan naar het oosten richting
Loch Awe en komen we een paar grote kuddes Schotse Highlanders tegen
die lui aan het grazen zijn. De Highlanders vormen een vrij oud rundergeslacht,
geven weinig melk en het vlees is eigenlijk te vet voor de hedendaagse
consument maar het zijn uitstekende beesten om een gebied af te grazen
en daarvoor worden ze in Nederland ook steeds vaker voor uitgezet. Ze
zijn bijna nooit agressief maar zijn grote jongens (en meiden) dus we
blijven wel voorzichtig. Altijd weer een prachtgezicht!
We rijden een stuk langs Loch Awe waar de lucht nu heel wat helderder
is dan eergisteren en nemen dan de hele mooie weg langs Loch Avich.
Deze weg zullen we ooit nog een keer moeten rijden want we zijn met
ons hoofd toch weer bezig met het autoprobleem. We zijn weer even overgeschakeld
op gas en de auto lijkt een tijdje goed te rijden. Tot de motor weer
afslaat... op benzine gaat het goed maar we maken ons zorgen of verder
rijden wel verantwoord is, we kunnen het niet goed inschatten.
We rijden, gelukkig probleemloos op benzine, terug naar
Lochgilphead, gooien de benzinetank dit keer vol (€ 75 voor 50
liter, wat een hoop geld!) en vragen naar garages in het dorp. Morgenvroeg
gaan we daar eens heen maar waarschijnlijk kan niemand ons helpen, want
auto's op lpg vindt men hier maar eng.
Tot overmaat van ramp horen we dat we ook niet langer in het hotel kunnen
blijven want alles is gereserveerd voor morgen. Dat wordt dus naar Glasgow
of naar Inverness. Als we mogen kiezen dan maar het laatste. De regen
valt alweer met bakken uit de lucht, maar ondanks de autopech hebben
we weer een hele mooie dag gehad met allemaal nieuwe gebieden die we
hebben gezien.