De ochtend begint grijs en grauw en de regen valt gestaag
naar beneden, dus we haasten ons vanochtend niet. Vandaag willen we
allerlei voor ons nog onbekende weggetjes langs de kust rijden en we
gaan eerst naar Crinan. Als we er aankomen breekt ineens de zon door
en kunnen we meteen de truien uit doen.
In Crinan begint (of eindigt) het Crinan Canal, een 14 kilometer
lang kanaal dat de Sound of Jura verbindt met Loch Fyne zodat schepen
niet een gigantische omweg hoeven te maken rond de Mull of Kintyre waar
het aardig kan stormen. Het landschap rond het kanaal ziet er bijna
Hollands uit, behoorlijk on-Schots. Er zijn 15 sluizen die de schippers
zelf met de hand moeten bedienen en het is met dit plotselinge mooie
weer een genot om naar te kijken.
Bij de vuurtoren zien we aan de overkant een kasteelachtig
gebouw, het blijkt Duntrune Castle te zijn. Een doedelzakspeler die
gedood werd door de inwoners om dat hij de belegeraars waarschuwde dat
ze waren ontdekt, waart er nog steeds als een spook rond.
Crinan is maar een klein dorpje maar heeft wel een eigen
vissershaven en -vloot. En het kanaal heeft ook gezorgd voor toerisme,
er zijn nu ook heel wat bootjes onderweg die we regelmatig terugzien
als we vanaf een zijweg weer terugkeren naar het kanaal. Het overbruggen
van die 14 kilometer kost toch een hoop tijd, misschien wel een hele
dag.
De westkust van Schotland zit vol lange schiereilanden
en Knapdale is er één van. Er loopt maar 1 weg met een
paar korte aftakkingen. Maar bijna overal liggen bootjes in Loch Sween,
zoals hier bij Tayvallich. Ook dit is weer een prachtig gebied met bossen,
de zee en de lochs, zeker als de zon schijnt.
Daarna rijden we weg langs de oostoever van Loch Sween
en passeren onder andere Castle Sween, het oudste stenen kasteel van
Schotland. Jammer dat er een groot caravanpark tegenaan ligt met teksten
die de bezoekers nogal afschrikken. En ook op het campingterrein waar
we overheen moeten lopen kijkt men ons nors aan. We gaan maar gauw weer
terug en hebben het kasteel zelf niet bezocht terwijl dat misschien
best wel mogelijk is.
Ook dit is weer een 'terugkerende' weg, oftewel doodlopend en we rijden
weer terug naar het Crinan kanaal. We zijn nu al 3 uur onderweg en zien
dezelfde boten die we in Crinan hebben gezien. Via Lochgilphead rijden
we nu verder naar het zuidwesten en bij Kilberry bekijken we een aantal
grafstenen met opmerkelijke gravures. Het kasteel dat er vlakbij moet
zijn krijgen we echter niet te zien en bordjes verbieden ons het erf
te betreden. Net als het verkeersbord dat we een tijdje later zien bij
Glenralloch. Verboden voor auto's 'except for access'. Dus als je erheen
wilt mag je wel!?
Wanneer we Lochgilphead vanuit het zuiden weer naderen
begint de lucht alweer helemaal dicht te trekken en af en toe miezert
het wat. Ook de trui moet weer aan want de temperatuur komt niet meer
boven de 16 graden. We hebben toch weer mazzel gehad dat we ook weer
urenlang volop zon hebben gezien!
Iets ten zuiden van Lochgilphead staat Kilmory Castle, hoewel
het op de website van het plaatsje niet eens als kasteel staat vermeld!
Wel de tuinen eromheen en die zijn bijzonder mooi, ook al zijn ze niet
zo groot als bij sommige andere kastelen. Het is een beetje een wilde
tuin waar toch wel goed voor gezorgd wordt met ook veel aparte planten,
struiken en bomen. En houten paddenstoelen. Het kasteel zelf wordt gerenoveerd
en het lijkt erop dat het is aangekocht door een firma die een passend
hoofdkantoor wil hebben.
Tenslotte nemen we nog een kijkje bij Achnabreck, waar
een steile wandeling door het bos (dat is glibberen over die natte modderpaadjes!)
ons beloond met diverse prehistorische rotstekeningen, voornamelijk
cirkels en spiralen. Men denkt dat ze zo'n 5000 jaar oud zijn en men
kan verschillende stijlen herkennen, maar wie ze gemaakt heeft en waarom
hier weet niemand.
Het miezeren verandert weer in regen en we besluiten weer
naar het hotel terug te rijden. Nog even tanken en wat boodschappen
doen en dan zitten we voor 7 uur alweer in onze kamer met uitzicht op
regen, regen en nog meer regen... Geen nood want wij zitten droog en
hebben heel wat boeken bij ons om de tijd door te komen. Maar we zijn
toch wel blij dat we nu niet in een tentje op Arran zitten zoals eerst
de bedoeling was!