We slapen alweer lang uit, hebben we een slaapziekte of
zo? Het is vakantie, dus het maakt niet zoveel uit en sinds we ieder
jaar naar Schotland gaan hebben we toch iets minder haast om alles te
willen zien. Wat we nu missen doen we een volgende keer wel. Na ons
klassieke ontbijt (Lies gebakken ei met toast en ik scrambled eggs met
toast) is de regen bijna opgehouden, het miezert af en toe nog wat.
We duiken eerst de kringloopwinkel naast het hotel in, want er staat
een bordje met 'Dutch books for sale'. De helft ervan is Zweeds, en
de andere helft is totaal oninteressant maar we vinden er wel een paar
leuke Engelse boeken. Daarna rijden we naar Kilmartin, midden in de
Kilmartin Glen, het gebied met de meeste prehistorische vindplaatsen
in Schotland.
In totaal zijn er zo'n 350 prehistorische vindplaatsen
in het gebied, maar ook uit de latere geschiedenis zijn veel dingen
bewaard gebleven. Watertanden dus, voor wie van geschiedenis houdt.
We zullen de komende dagen een aantal van die plekken bezoeken, maar
we beginnen vandaag met het Kilmartin House Museum dat naast de dorpskerk
staat. Zo ontvluchten we de regen en kou even.
Het museum vinden we echter nogal tegenvallen. Na een
15-minuten durend filmpje (vooral achter elkaar getoonde foto's) zijn
we nog niet heel veel wijzer over het gebied en de 4 zalen die we daarna
mogen bezoeken zijn klein en, tja, een beetje gewoontjes, maar geven
in ieder geval wat meer informatie over het gebied. We hoeven er in
ieder geval niet weer heen.
Interessanter is de begraafplaats ernaast waar verschillende middeleeuwse
grafstenen uit de omgeving bij elkaar zijn verzameld, de Kilmartin Crosses.
Vanuit Kilmartin rijden we naar het noorden waar we kasteel
Carnasserie bezoeken, een ruïne op een heuveltop. Als we eenmaal
boven zijn kunnen we een paar foto's van de buitenkant maken en dan
zijn de batterijen leeg en volle liggen nog in de auto. Wel jammer,
want het kasteel geeft een mooi beeld van de overgang van de 'ouderwetse'
echte versterkte kastelen naar de latere kasteel-landhuizen. De paar
foto's die we wel hebben komen later op de kastelenpagina.
Het weer toont niet echt een verbetering af en toe valt
het water weer met bakken uit de lucht dus besluiten we een rondrit
te gaan maken rond Loch Awe, grotendeels nieuw gebied voor ons. We nemen
eerst de smalle weg langs de oostkant van het langste zoetwatermeer
van Schotland. Het meer is, zoals zoveel in Schotland, verweven in vele
mythen en gemaakt door de heks Beira. Iedere dag haalde ze water uit
bron op de berg Ben Cruachan, maar op een keer vergat ze het deksel
terug te leggen op de bron en die nacht kwam het water als vanzelf omhoog
en de volgende zag ze ineens het nieuwe meer dat erdoor gevormd was,
Loch Awe.
Ze had ook een aantal meiden die zorg droegen voor andere
bronnen (ook met deksels die je vooral niet moest vergeten terug te
leggen op de bron) en eentje ervan heette Nessa die vlakbij Inverness
een keer het deksel vergat; en ja, zo is Loch Ness ontstaan, uiteraard.
Het is lekker rustig op de weg, we komen niet veel mensen tegen en af
en toe hebben we door de bomen heen zicht op het langgerekte loch waarin
een veel verschrikkelijker maar onbekender monster huist dan in Loch
Ness. Wij krijgen er geen glimp van te zien, het monster zal ook liever
onder water blijven met dit weer.
Aan de noordkant van Loch Awe gekomen zien we het fotogenieke
Kilchurn Castle (rechts) mooi in de nevel verscholen staan, op een eiland
in het loch, en aan de overkant zien we een kasteelachtig iets. Later
vinden we uit dat dit een kasteelhotel is, maar natuurlijk vergeten
we de naam op te schrijven! De nevel die nu over het land ligt geeft
iets mystieks aan Schotland en ons het gevoel dat er nu zomaar iets
magisch tevoorschijn kan komen uit die mist.
En dat gebeurt ook, plotseling rijden we langs een heel mooi gebouwtje.
We zijn nog niet helemaal ingelezen in het gebied en ineens zien we
St. Conan's Church, een kerkje dat met veel fantasie gemaakt is in een
Normandisch-gotische stijl, maar dan rond 1900 en pas in 1930 voor het
eerst gebruikt! Het is een plek waar je de rust van Schotland goed op
je kunt laten inwerken en een genoegen om even rond te lopen. En zeg
eerlijk, waar anders vind je een konijn als waterspuwer!
We moeten dan helemaal langs de River Awe omrijden om de weg naar
het loch aan de westkant weer te vinden. Er zijn een paar doodlopende
wegen die we natuurlijk ook willen rijden en aan het eind ervan vinden
we weer kasteelhotels, zoals hotel Ardanaiseig waar een trouwpartij
aan de gang is met een pipeband en allemaal mannen in kilt. We draaien
op de parkeerplaats met een gebaar van, sorrie, maar we waren even verdwaald...
De lucht klaart inmiddels steeds meer op en we kunnen in Kilchrenan
zelfs even buiten zitten op een terras voor een kop soep en wat drinken,
wel met de trui aan. Vervolgens rijden we de lange weg langs de westoever
van het loch terug richting Kilmartin. De weg is smal maar het is rustig.
Op diverse plekken zijn mooie wandelroutes aangegeven, maar omdat het
zo koud is blijven we de meeste tijd van het landschap genieten vanuit
de warme auto. We rijden ondermeer door Newyork, maar we passeren het
ongemerkt, geen bordje of wolkenkrabber te zien.
Terug bij Kilmartin gaan we langs een aantal bekende en wat onbekendere
steencirkels. We zullen ze hier niet allemaal opnoemen maar er zijn
hele interessante bij, vooral ten zuiden van het dorp, en sommigen zijn
wel 5000 jaar oud hoewel latere bewoners van het gebied er ook gebruik
van hebben gemaakt zoals diverse vondsten uitwijzen. Bij Temple Wood
(rechts) zijn op de staande stenen ook nog wat vage gravures te vinden,
hoewel je dan wel heel goed moet zoeken.
Wanneer we over de B8025 naar het zuiden rijden herkennen
we ineens een leuk huisje waar we in 2000 ook al langskwamen, de East
Lodge van Poltalloch House. Het staat te koop en er worden net kijkers
rondgeleid. Wanneer we later op de website van de makelaar kijken zien
we dat je kunt bieden boven de 325.000 pond, dus ruim 5 ton in euro's.
Net iets teveel voor ons hoewel we nog even zin hadden om ook interesse
te tonen...
Iets verderop zien we in de verte ook nog een echt kasteel
of groot landhuis liggen, maar we hebben geen idee hoe het heet of wat
het precies is. Frankrijk uitgezonderd kennen we eigenlijk geen land
waar de kastelen/landhuizen-dichtheid zo groot is als in Schotland.
En soms zijn de wachtershuisjes erbij nog mooier dan de landhuizen die
vaak veel verder op het landgoed staan. In ieder geval gemakkelijker
om schoon te houden, want moet je nou met zo'n groot landhuis?
We rijden de eenzame weggetjes af tot aan Loch Crinan
hoewel we regelmatig fietsers tegenkomen. De zon is weer verdwenen en
het voelt buiten erg koud aan. Maar het landschap blijft gewoon schitterend.
Toen ruim 7000 jaar geleden de eerste mensen zich hier vestigden moeten
zij waarschijnlijk hetzelfde idee gehad hebben... Hard werken maar iedere
dag een mooi uitzicht!
We hebben vandaag al heel wat gezien maar op weg naar
het hotel komen we ook nog langs Dunadd, op het eerste gezicht een heuvel
met een huisje er tegenaan gebouwd. Maar in werkelijkheid stond hier
een fort dat enige tijd de hoofdstad was van het koninkrijk Dalriada,
gesticht door Ieren in de 6e eeuw. Het schijnt dat de zogenaamde 'echte'
Schotten vooral Iers bloed hebben en de oorspronkelijke Picten (die
natuurlijk andere inheemse volkeren hadden verdrongen) van hun plek
hebben verdreven. The beroemde Stone of Destiny, die tegenwoordig na
en eeuwenlang verblijf in de Westminster Abbey in Londen weer in Edinburgh
ligt, is volgens de verhalen hier al gebruikt voor kroningsrituelen.
Er is nu alleen nog een ruïne over van het fort dat we langs
glibberige paden kunnen bereiken. Het begint langzaam steeds harder
te regenen en we kunnen het beroemde silhouet van een wild zwijn dat
hier te zien is niet vinden, wel wat inscripties en gravures. Het is
een mooie strategische plek en werd allang voor de Ieren door Picten
gebruikt als fort.
We hebben vandaag heel wat geschiedenis gezien en mooie
natuur maar het gaat steeds harder regenen en hoezeer we ook bewondering
hebben voor de magische plekken uit het verleden, het comfort van het
heden trekt ons toch ietsje meer aan. We rijden terug naar Lochgilphead
en na wat boodschappen te hebben gedaan in de grote supermarkt gaan
we lekker naar onze warme kamer om wat te eten en te lezen. Voor vandaag
hebben we genoeg gezien!