Het is nog niet echt warm als we vanochtend wakker worden,
maar de grond is al een stuk droger. Het is behoorlijk koud geweest
vannacht, maar we hebben er geen last van gehad. Ook de konijnen hebben
de nacht weer goed overleefd want tientallen zwerven over de hele camping
heen. Er staan wel wat caravans en campers op de camping, maar we zien
helemaal geen andere kampeerders.
Vlakbij de camping is een klein weggetje die Glen Massen
inloopt en meteen zien we al een prachtig huisje dat vanaf de camping
wel een kasteeltje leek, want we zagen alleen wat torentjes. Het is
redelijk druk op de smalle, doodlopende weg, vooral met fietsers en
we moeten regelmatig even stoppen om ze te laten passeren (of omgekeerd
natuurlijk).
Door Glen Lean (Brede vallei in het Gaelic) loopt een
prachtige weg met zeer afwisselende natuur (en af en toe flink steile
stukken) en we rijden door naar Colintraive waar we de boot naar het
eiland Bute nemen. De overtocht duurt maar een paar minuten maar een
retourtje kost toch 16 pond (€ 24). Vooral de auto maakt het duur.
Vanaf Rhubodach op Bute rijden we in een rij naar het zuiden, maar bij
de eerste afslag gaan wij naar rechts, de rest rijdt door richting Rothesay,
de grootste plaats van het eiland.
Bute is al lange tijd bewoond geweest, want er zijn aardig
wat steencirkels en staande stenen die wijzen op prehistorische activiteiten.
Bij Ettrick Bay stoppen we even om op het strand te lopen. Het is heerlijk
warm geworden en er zijn mensen die al aan badderen in de zee denken.
Bute was 100 jaar geleden al een aantrekkelijke toeristenplaats voor
de rijkere mensen uit Glasgow.
De uitzichten vanaf de kust zijn prachtig, zeker nu het
weer zo goed mee werkt. De Kyle of Bute is een zee-engte (kyle betekent
'engte' in het Gaelic) die uitloopt in de Sound of Bute. Eigenlijk had
Bute net zo goed een schiereiland kunnen zijn, zoals veel andere gebieden
nog net wel aan het vasteland vast zitten. De afstand tussen Bute en
Cowal is op sommige plekken maar een paar honderd meter.
Langs de kust rijden we eerst naar het zuiden, maar als we wat willen
wandelen krijg ik ineens een vreselijke pijn in mijn onderrug. Ik heb
er al een aantal dagen een beetje last van, maar nu wordt het wel heel
erg. Snel een paracetemol slikken en hopen dat het wat wegtrekt.
Maar de pijn trekt niet weg en het maken van foto's laat ik nu maar
over aan Teije. Jammer, want Bute is echt een pracht van een eiland
en ik kan er niet optimaal van genieten nu. Ik kruip maar een beetje
weg in de stoel op zoek naar een gemakkelijke houding, maar die vind
ik niet echt.
Vanaf de zuidkust van het eiland hebben we wel mooi uitzicht op de hoge
bergen in het noorden van Arran.
Bute heeft aardig wat strand maar de meeste mensen lijken
vandaag meer interesse te hebben in het plukken van bramen. We komen
langs diverse wegen waar we maar nauwelijks de auto's kunnen passeren
die geparkeerd staan in de bermen van de smalle single track roads.
Op de kustweg is het rustiger en aan de oostkant van het eiland hebben
we een goed uitzicht op Ayrshire.
En uiteraard komen we de nodige leuke huisjes tegen, soms met palmbomen
in de tuin. Het milde klimaat van de Golfstroom zorgt er voor dat hier
een aantal subtropische planten en bomen goed kunnen overleven. Het
vriest hier zelden en als het wel vriest is het maar een heel klein
beetje en sneeuw is meestal binnen een paar uur verdwenen, als het al
valt.
Langs de oostkust rijden we naar Rothesay, de enige stad op het eiland
en typisch Victoriaans. De Victoriaanse toiletten op de pier zijn zelfs
een nationaal monument, maar ik heb er vandaag even geen oog voor. Ook
andere bezienswaardige dingen op Bute, zoals Mount Stuart met zijn prachtige
tuinen en St. Blane's Chapel slaan we over.
In Rothesay lopen we nog even langs de goed bewaarde ruïne
van het 12e eeuwse kasteel dat tot tweemaal toe door de Noormannen werd
veroverd en we gaan in de zon nog even op een terrasje zitten. Maar
ik kan bijna niet meer zitten van de pijn en we weten niet zo goed meer
wat te doen.
We rijden nog even naar Ardscalpsie aan de westkust naar
Seal View. Dit is een favoriet plekje voor diverse zeehonden, maar vandaag
hebben ze blijkbaar even vakantie, we krijgen ze niet te zien. Maar
toch een mooi uitzicht.
Het lukt niet meer en we besluiten naar de camping terug
te gaan. Teije kan dan zelf nog wat rondrijden en ik kan gaan liggen
in de hoop dat de pijn wat afzakt. Al met al zijn we nog ruim een uur
onderweg voordat we weer terug op de camping zijn. We maken alleen geen
duidelijke afspraak als we eenmaal daar zijn en tot overmaat van ramp
vergeten we de tweede mobiele telefoon uit de auto te halen dus we kunnen
elkaar helemaal niet bereiken. Ik voel me hondsberoerd en moet steeds
overgeven en plassen wat heel erg pijn doet. Na een kwartiertje ben
ik zover dat ik alleen nog maar naar een dokter wil, maar ik kan geen
stap verzetten.
Teije is ondertussen weer rustig aan het rondtoeren en
is de weg door Glen Lean weer teruggegaan om nog wat kleine weggetjes
te rijden waar we samen niet aan toe gekomen zijn. Voorbij Colintraive
vanwaar de ferry naar Bute gaat is nog een kustweggetje naar de oostkant
van het schiereiland met zicht op de zuidkant van Loch Striven.
De zon schijnt prachtig op de natuurlijke haventjes die de vele baaien
en inhammen hier bieden. Dit schijnt één van de beste
zeilgebieden van Schotland te zijn, waarschijnlijk omdat de open zee
beschermd wordt door de vele (schier-)eilanden in het westen.
De zuidelijke helften van de schiereilanden lijken hier vlakker te
zijn dan de noordelijke gedeelten, net als ook bijvoorbeeld op Bute
en Arran, en er zijn meer landbouwgebieden. Dit gebied is veel mooier
dan we van tevoren hadden verwacht, terwijl we toch al zoveel moois
in Schotland hebben gezien en weten dat er nog heel wat onontdekte plekjes
(voor ons, tenminste) zijn. Ik wil hier graag nog een keer rondkijken
als ik me wat beter voel.
Als Teije weer bij Stronafian aan het begin van Glen Lean
is moet hij beslissen: terug naar de camping in een half uurtje, of
nog een uurtje extra rondrijden. We kunnen elkaar niet bellen, dus hij
heeft geen idee dat ik eigenlijk alleen maar zit te wachten tot hij
terugkomt, de telepathie werkt niet... En hij besluit mij nog maar een
uurtje extra 'rust' te geven, en maakt nog een extra rondje.
Een steile en spannende klim naar het westen, naar Otter Ferry aan
Loch Fyne. De weg is erg smal en soms steil en er zijn niet veel plekken
met uitzicht over de omgeving omdat alles dicht bebost is. Wanneer de
schemering een beetje begint te vallen verschijnen de fazanten weer
massaal op de weg en er liggen ook al een aantal platgereden, want ze
springen nauwelijks weg wanneer er een auto aankomt. Op deze foto staan
er zo'n 19.
Langs de kust van Loch Fyne, met een steeds lager staande
zon die een gele waas over het meer legt, rijdt Teije naar het noorden
en dan pas terug naar de camping. Het moet een mooie rit zijn geweest
als ik de foto's later terugkijk, ik heb heel wat gemist. Maar ik ben
vooral blij als hij weer terug komt naar de camping en een dokter probeert
te regelen.
Het wordt het ziekenhuis van Dunoon en al binnen een kwartier
zijn we er en worden direct geholpen. Ik heb al wat urine verzameld
en het blijkt dat ik een acute blaasontsteking heb. Waarschijnlijk heb
ik er al een week mee rondgelopen en is het nu echt acuut geworden.
Ik krijg antibiotica mee en in de winkel kopen we nog een paar liter
rode bessensap dat erg goed moet zijn om de pijn wat te verlichten.
Na een paar uur liggen durf ik me ineens helemaal niet meer te bewegen
want ik voel de pijn wegtrekken. Gezien het aantal foto's dat we gemaakt
hebben en het mooie weer was dit waarschijnlijk de mooiste dag van de
vakantie, alleen heb ik er niet veel aan gehad, en dat op mijn verjaardag!
Dit was echt afzien.
Wanneer we terug zijn in Nederland blijven de klachten
echter nog bijna 3 weken aanhouden en uiteindelijk lijken er ook nog
1 of meer niersteentjes geweest te zijn die ik later heb uitgeplast.
Ik kan dit niemand aanbevelen, het was erg pijnlijk en ik kan geen rode
bes meer zien!