Na uitvoerig afscheid te hebben genomen verlaten we Beauly
pas tegen de middag. Het is iedere keer weer lastig wegkomen, want wat
Iain en Cathy betreft kunnen we nog wel een tijd blijven. Op zich willen
wij dat ook wel, maar er is nog zoveel meer dat we willen zien in Schotland!
Langs de A82 rijden we naar het zuiden en al snel zijn we
Fort William voorbij. Arran laten we schieten dit jaar, we gaan nog
2 dagen de buurt van Dunoon bekijken. Het is mooi weer dus we zouden
eventueel kunnen kamperen, maar eigenlijk vinden we 2 dagen te kort
voor Arran
Wanneer we voorbij Ballachulish de Glen Coe willen inrijden
komen we echter in een korte file te staan en al snel wordt ons duidelijk
gemaakt door agenten dat we een andere weg zullen moeten kiezen, de
kustweg richting Oban, omdat er een ernstig ongeluk heeft plaatsgevonden
en de weg nog uren afgesloten blijft. De westkust is eigenlijk de enige
optie want de eerstvolgende weg naar het zuiden gaat via Pitlochry en
is een groot eind omrijden. Er zijn in het westen maar eigenlijk 2 wegen
die het noorden met het zuiden verbinden.
Met deze route komen we weer langs allemaal bekende kastelen
zoals Castle Stalker hiernaast, ook wel bekend als Castle Aarrrggghhh
uit de film Monty Python and the Holy Grail waar de graal volgens de
film waarschijnlijk nog steeds in Franse handen is. Rechts achter het
kasteel staat een kleine vuurtoren, Port Appin Lighthouse, die enkele
jaren geleden helemaal roze was geverfd door een vandaal. Volgens het
informatiebord is de hele vuurtoren zelfs vervangen door een nieuwe
.
We rijden door een fantastisch mooi landschap, zoals op
zoveel plekken in Schotland. Het maakt ons hier niet zoveel uit of we
een bepaalde plek vaker zien of niet, iedere keer genieten we weer volop
van de ruige natuur, zeker als het zulk lekker weer is als nu. We kunnen
eindelijk weer met t-shirt buiten zitten en waar kan dat beter dan aan
een loch met uitzicht op de bergen.
Bij de noordpunt van Loch Awe rijden we langs Kilchurn Castle, een
gerestaureerde ruïne op een eilandje in het meer en al bijna 250
jaar geleden verlaten nadat de bliksem een brand had veroorzaakt. Verder
naar het zuiden zijn nog 3 kastelen te vinden, maar die zijn niet zo
toegankelijk als deze. In het hoogseizoen vaart er een stoombootje naar
toe.
Door de Glen Aray rijden we naar het zuiden, langs Inveraray en Loch
Fyne. We gaan nu rechtstreeks naar Dunoon want we moeten ook nog een
slaapplek vinden. Dunoon ligt op het schiereiland Cowal langs Loch Long,
een zoutwaterloch. Veel tijd voor sightseeing hebben we niet want we
proberen een hotel te vinden maar dat lukt nog niet zo snel. De meeste
zitten vol, of, als er al een plaats is, we mogen niet op onze kamer
roken.
Dat laatste argument brengt ons uiteindelijk naar een
camping in de buurt, het Invereck Countryside Holiday Park. Een norse
mevrouw onthaalt ons en vertelt dat de grond nogal nat is omdat afgelopen
dinsdag de hele camping overstroomd werd door de vele regen. En inderdaad,
we zakken helemaal weg in het gras en zitten bijna vast met de auto.
Zelfs het droogste plekje is nog zompend nat. Net voor het donker wordt
hebben we de tent eindelijk opgezet en een beetje ingericht. Buiten
stikt het van de midges, de venijnige Schotse muggetjes, maar na een
half uurtje zijn ze ineens ook weer weg.
Het wordt 's avonds best wel koud en Lies gaat vroeg de
tent in, ik zit nog een tijdje in de auto te lezen. De thermometer in
de auto geeft om 11 uur nog 7 graden aan en op het nieuws wordt gezegd
dat er hier en daar wat vorst aan de grond kan zijn. Gelukkig hebben
we aardig wat isolatiemateriaal voor onder het luchtbed en warme dekbedden
mee.