We slapen vandaag lekker uit en tafelen na het ontbijt
nog lang na met Iain en Cathy op het balkonnetje dat ze speciaal hebben
gemaakt voor de rokers, omdat er een algemeen rookverbod in Schotland
van kracht is sinds 26 maart voor pubs en restaurants. Het is alweer
droog en niet al te koud en we pakken de kaart er bij om te bedenken
wat we vandaag verder willen doen. Tussen de Moray Firth en Cromarty
Firth, twee zeearmen die diep het land in gaan, ligt het schiereiland
Black Isle, zo genoemd naar de vruchtbare zwarte aarde die ook 's winters
vaak zwart blijft omdat er nauwelijks sneeuw valt.
Onze kaart vertoond nog heel wat witte plekken in dit
gebied dus we rijden de weggetjes die we nog niet kennen en komen af
en toe leuke dingen tegen zoals dit kerkje vlakbij Milbuie. Maar vooral
op de kleine wegen buiten de dorpen valt ons op dat er ontzettend veel
nieuwe en grote huizen gebouwd worden, terwijl in de dorpen zelf veel
huizen te koop staan.
Het lijkt alsof er een welvaartsgolf heeft toegeslagen,
maar wanneer we ernaar informeren blijkt dat het vaak buitenstaanders
en niet-Schotten zijn die hier goedkoop land kopen, er een huis op zetten
en het na niet te lange tijd weer te koop zetten tegen behoorlijke prijzen
om snel geld te verdienen. Of dit echt waar is hebben we niet kunnen
checken.
In de Hooglanden heeft men het nooit echt breed gehad, maar de Black
Isle was altijd wel één van de welvarendste streken omdat
de grond zo vruchtbaar is. Het gebied is heuvelachtig met veel boerderijen
en landbouwgrond tussen de bossen en lijkt daarmee meer op een Engels
landschap dan deel van de ruige Hooglanden.
Bij het Black Isle Wildlife en Country Park maken we een
wandeling tussen de dieren door. Het is net een kleine dierentuin met
wat exotische (witte kangoeroes, wat zebra's en lama's) en veel inheemse
dieren en vogels. We kunnen er een paar mooie dierenfoto's maken, maar
de toegangsprijs (£ 5,50 per persoon) vinden we wel erg aan de
hoge kant.
We rijden langs Munlochy Bay, een geliefde plek voor vogelspotters
en hier en daar zien we mensen in auto's zitten met een verrekijker.
Er vliegen erg veel roofvogels rond, wat wil zeggen dat hier ook voldoende
kleiner wild zit om de roofvogelpopulatie te voeden.
De hooibalen op de glooiende velden, met een mistige zee
op de achtergrond leveren mooie plaatjes op en we kunnen niet kiezen
welke we nou mooier vinden van deze twee. Het lijkt of ze zo de zee
in kunnen rollen!
Vlakbij Rosemarkie zien we ineens een borje met Fairy Glen
erop en Teije realiseert zich dat die naam al heel lang op ons verlanglijstje
staat, maar we wisten nooit precies waar het was. Hier dus. We parkeren
de auto en wandelen zo'n anderhalve kilometer door een prachtige vallei
met een klein stroompje. Het is alleen jammer dat de weg vlak boven
het dal loopt waardoor het niet zo rustig is als het in zo'n feeërieke
omgeving zou moeten zijn.
Aan het einde van het pad zijn twee watervallen, kleintjes,
maar in een heel lieflijke setting. Geen wonder dat het hier Fairy Glen
heet, het is een ideale plek voor elfjes en andere mythische figuren
die zich in het bos op hun gemak voelen. Bij de waterval ligt een boomstronk
die vol munten zit, ze zijn voor de helft in het hout geslagen. We stoppen
ook een penny in een lege gleuf waar iemand anders blijkbaar een munt
uit heeft gehaald. Waarschijnlijk zijn het giften voor de elfjes die
je hopelijk dan wat geluk brengen. Ik heb wat last van m'n rug dus ik
kan dat wel gebruiken. De wandeling is op zich niet al te zwaar, maar
met rugpijn toch niet aan te raden. Maar wel een prachtige plek!
We willen nog wel meer zien in deze buurt, zoals dolfijnen
kijken bij Chanonry Point (het schijnt één van de beste
plekken in Europa te zijn), maar ik zit en sta niet meer lekker dus
we besluiten terug naar Beauly te rijden. En dan zien we ineens allemaal
halfvergane kleren in de bomen hangen langs de weg.
Dit is Clootie Well bij Munlochy. De bron hier zou genezend
water hebben en het verhaal gaat dat je het zieke lichaamsdeel in de
bron moet hangen en daarna afdrogen met een kledingstuk. Dat kledingstuk
hang je in de bomen en terwijl het kledingstuk (een cloot is een piece
of cloth) vergaat zou de ziekte ook mee genezen. Een mooi verhaal, maar
ik geloof er niet in. Maar gezien de kwalen die nog gaan volgen had
ik, achteraf gezien, beter toch maar wel wat bronwater kunnen nemen...
Het is druk in de pub als we terugkomen, zaterdagavond
en dat wordt gevierd. Teije krijgt bijna ruzie met een aangeschoten
heerschap als het over politiek gaat, toch al een gevoelig onderwerp.
Maar gelukkig zitten er ook genoeg verstandige mensen en druipen de
dronkaards af. Vooral met Tony, een wat oudere man die oorspronkelijk
uit Dunoon in Argyll komt hebben we leuke gesprekken. Hij is bijna een
Engelse heer, zo correct gedraagt hij zich. Als voormalig marine-officier
heeft hij veel over de wereld gezworven en daarbij aardig wat opgestoken.
Hij woont nu 15 jaar in dit gebied, maar wordt door de locals nog steeds
als buitenstaander gezien. Rare jongens, die Schotten...