Omdat we er toch zo dicht bij zitten, maken we vandaag
een ritje door de Côte d'Azur en Monaco (kunnen we dit jaar toch
nog een nieuw land aan ons lijstje toevoegen!). We zijn verrast dat
we nog zo lang in bergachtig gebied blijven rijden, we hadden niet het
idee dat de uitlopers van de Alpen zo ver doorgingen. Maar eigenlijk
wordt het pas vlak dichtbij de kust. En hoe dichter we de kust komen,
des te drukker wordt het op de weg.
We gaan eerst naar Cannes, waar we bij de oude haven snel
een parkeerplek vinden. Nou ja, snel, we rijden er zo op af, na eerst
een half uur stapvoets door de voorsteden te hebben gereden. Westelijk
van ons ligt de oude haven, volgepropt met dure jachten en zeilschepen
en op de achtergrond zien we de Suquet heuvel waar het middeleeuwse
Cannes ligt, een knusse wijk die heel anders is dan de rest van de mondaine
stad, oostelijk van de haven.
Het is ideaal strandweer, eigenlijk te warm om wat te
doen, maar wij wandelen een eind langs het strand. Het schijnt dat je
als professionele strandligger wel het 'juiste' strand moet kiezen,
anders tel je niet mee. Die beschrijving in een reisgids zegt ons al
genoeg over de sfeer in de stad en wat we zoal om ons heen zien bevestigt
dat wel, Cannes is een stad om je beter en mooier voor te doen dan je
bent. Waarschijnlijk geldt dat alleen voor de bezoekers en niet zozeer
voor de inwoners.
Dit zandkasteel kan ons dan ook meer boeien dan de stad zelf.
Bij het gigantische Palais des Festivals kunnen
we weer eens een foto van ons samen maken in het spiegelglas. Tijd om
wat te gaan drinken, maar de ene gast is nog bekakter dan de andere
en we zijn redelijk snel weer weg, we hebben het wel gezien. We vinden
de Suquetwijk met zijn pleintjes en smalle straatjes duidelijk het leukste
gedeelte van Cannes..
We nemen de N7 die langs de kust naar Nice leidt, een megastad
die we verder links laten liggen. Nice is een grote stad waar veel te
zien is, maar niet vandaag. We rijden verder langs de mooie kustroute
met hier rechts uitzicht op Cap Ferrat, een schiereiland dat niet volgebouwd
is met betonnen toeristenhotels.
In de verte zien we nu Monaco al liggen en ook hier lopen
de bergen tot aan de kust. En was het al druk rond Cannes, hier is het
nog veel erger en we schieten niet erg op. Er is veel verkeer, er zijn
redelijk veel stoplichten en we moeten goed opletten. Ondanks de schoonheid
van de natuur hoeven we hier niet nog een keer heen, en we rijden zo
snel we kunnen naar Monaco.
We komen geen grensbordje tegen, of zien dat in de drukte
over het hoofd, maar ineens zijn we in het prinsdom Monaco en rijden
we zo een parkeergarage aan de kust binnen in het stadsdeel Monaco-Ville.
Na het Vaticaan is Monaco het kleinste onafhankelijke land ter wereld
met een oppervlakte van 2 km². Begonnen als een kleine Genuaanse
kolonie wordt het sinds 1297 geregeerd door de familie Grimaldi. Sinds
1861 is Monaco onafhankelijk en sinds 1993 is het volledig lid van de
Verenigde Naties.
Tot halverwege de 19e eeuw was Monaco een straatarm landje,
tot de toenmalige vorst Charles III een gokkersparadijs opbouwde. Nu
is Monaco een rijke en erg dure staat. Een klein studiootje met 28m²
kost al gauw € 350.000! En als we zo op de haven uitkijken zijn
we benieuwd voor hoeveel kapitaal daar ligt.
Het Grimaldi Forum dat we in de verte zien liggen is een
megacentrum met 70.000m² ruimte voor tentoonstellingen, congressen
en andere culturele zaken. De rest van de stad bestaat vooral uit casino's
en hotels en ook nog wat winkels. De meeste mensen die hier wonen (32.000
waarvan maar 5.000 inheemse Monagasken) wonen wat meer tegen de bergwand
op. De hele stad ademt een sfeer van rijkdom en macht uit en je ziet
meteen het verschil tussen de arme, nieuwsgierige toerist en diegenen
die hier thuis horen.
In de brandende zon klimmen we naar Fort Antoine, een
rustig plekje in deze hectische stad. We hebben een mooi uitzicht over
de zee en de stad, maar het is bijna niet uit te houden in de zon, zo
heet is het. We besluiten terug te gaan naar de auto en gewoon een rondritje
te maken door de verschillende wijken, wij schamen ons niet voor onze
auto tussen al die bentleys en porsches! Natuurlijk nemen we ook een
stukje van het Formule I circuit mee, maar dan iets minder hard.
Al rijdend krijgen we een aardige indruk van de rijkdom
in dit land. En toch worden er geen inkomstenbelastingen geheven, ideaal
dus als je wel veel inkomen hebt. Het geld komt voornamelijk van de
kansspelbelasting in de casino's en dit is een gokkersparadijs, dus
er zal heel wat vergokt worden. Ongetwijfeld zullen hier ook mensen
hun hele hebben en houden kwijt gespeeld hebben, maar daar hoor je eigenlijk
nooit iets over.
Na 2 uur laten we de pracht en praal van Monaco achter
ons. Het is leuk om een keer te zien, maar iets te druk naar onze smaak.
En rijk worden doen we een andere keer wel.
We rijden richting Peillon als onze tomtom aangeeft dat we op een bepaald
moment rechtsaf moeten zitten we ineens op een 30% steil weggetje omhoog,
eenbaans lijkt het, maar al snel komen we tegenliggers tegen. De klim
duurt zeker een halve kilometer en we komen bijna stapvoets bovenaan.
Maar goed dat onze remmen het goed doen, de motor is wel bijna aan de
kook.
Door diepe valleien en over steile wegen rijden we naar
Peillon dat gedrongen bovenop een berg ligt. Omdat de motor toch wel
gauw te heet wordt rijden we het laatste steile gedeelte van de toegangsweg
maar niet en nemen genoegn met het uitzicht op het versterkte dorp.
Het dorp zelf is trouwens autovrij, er is een parkeerplaats buiten de
ommuring. Sinds de middeleeuwen is er maar weinig veranderd hoewel steeds
meer huizen in het bezit komen van buitenstaanders die naast hun huisje
aan de Cote d'Azur ook een rustig plekje willen hebben.
We nemen de N202 terug naar Barrême, een lange maar
mooie route die ons door talloze kleine gehuchtjes voert, soms tegen
een bergwand aangebouwd, soms in het dal. Dit is ook de route van het
pijnappeltreintje, de Train de Pigne. Regelmatig kruisen we het spoor
en waarschijnlijk komen we niet veel sneller vooruit dan de trein die
de 150 kilometer naar Digne in iets meer dan 3 uur aflegt.
Onderweg stoppen we nog bij de citadel van Entrevaux , een
versterkte stad die onlangs helemaal gerestaureerd is. Een ophaalbrug
leidt over de rivier de Var de burcht in, er tegenover ligt het moderne
dorp met een gezellig plein en leuke terrasjes. Het is al erg laat in
de middag dus we besteden er niet zoveel tijd aan als we zouden willen.
Maar tja, we willen ook weer zoveel op 1 dag zien en doen!
We begrijpen heel goed dat deze route per trein ontzettend
mooi moet zijn, en in ieder geval ontspannender dan in de auto want
de weg draait en keert en, vooral in het begin, is er nog veel verkeer.
Op het laatste gedeelte zien we niet al te ver van Barrême een
meer dat er aantrekkelijk uit ziet. Misschien iets voor morgen, onze
laatste rustdag.
We hebben er weer een hele lange dag van gemaakt met eigenlijk wat te
veel op het programma. Maar we willen nu eenmaal zo veel mogelijk zien
van het gebied. We zijn blij als we op de camping zijn en warm eten
en een koud drankje kunnen bestellen. Even flink uitpuffen!