We beginnen de nieuwe warme dag met een vers ontbijt en
vertrekken eigenlijk veel te laat, maar we zijn tenslotte op vakantie.
We proberen het stipte pijnappeltreintje dat achter onze tent langs
rijdt nog te fotograferen, maar vanmorgen zijn de foto's alweer niet
gelukt! Na een bak koffie op het campingterras gaan we weer op pad.
De tweede koffiestop hebben we in Castellane,
na een mooie route door de steeds smaller wordende vallei. Op het laatst
moeten we een pas over en kijken we neer op de imposante rots in het
dorp waarop de Capelle Notre Dame du Roc staat. Eerst moeten we nog
een heel eind dalen, maar dan zijn we in het zonovergoten dorpje en
kijken we op tegen de hoge rots.
Castellane is een middeleeuws bergstadje en nu een geliefd
toeristisch oord voor de vele bezoekers die de Gorges du Verdon willen
zien. Er zijn heel wat mensen op pad, vooral toeristen en veel motorrijders,
maar in het oude centrum van de stad is het toch redelijk rustig en
we kunnen er een paar leuke souvenirs kopen. We willen ook graag naar
het sirenen- en fossielenmuseum (heel benieuwd hoe die twee onderwerpen
gecombineerd worden), maar we hebben pech, op zondagmiddag is het museum
gesloten.
Al we het stadje uitrijden duurt het niet lang voor we
de keuze moeten maken tussen de noordelijke of de zuidelijke kant van
deze kloof die ook wel de Grand Canyon du Verdon wordt genoemd. Helaas
hebben we van dit gebied geen goede reisgids en kunnen ons niet heel
goed voorbereiden dus we nemen maar op de gok de noordelijke kant.
Dit schijnt de grootste kloof in Europa te zijn, met een
lengte van 25 kilometer, uitgesleten door de rivier Verdon. De rotswanden
gaan soms wel 700 meter loodrecht omhoog (of omlaag, net hoe je het
bekijkt). Bij Point Sublime, de naam zegt genoeg, kunnen we de auto
parkeren en een eind de kloof inlopen. Je kunt zelfs een wandeling maken
tot de zuidroute van de kloof, maar daar beginnen wij niet aan, te weinig
conditie.
Iets voor Palud-sur-Verdon slaan we af om de 'Route des
Crêtes' te volgen, een smalle en soms steile weg, die tot vlakbij
de canyon leidt en adembenemende vergezichten biedt. De eerste paar
kilometer valt het nog wel mee, maar op al gauw stoppen we om de paar
honderd meter om even te kijken of een foto te maken.
Dit is vast ook het stuk waar die loodrechte hellingen van
700 meter diep moeten zijn. Er staat een harde wind en gelukkig staat
er op de gevaarlijkste plaatsen een hek. Lies heeft allang geen last
meer van echte hoogtevrees, want ze durft toch gewoon naar beneden te
kijken ook al moet dat niet voor al te lange tijd. We snappen prima
dat de Fransen dit de mooiste plek van Europa durven te noemen (hoewel
we in ons achterhoofd snel nog een paar andere plekken herinneren die
hier zeker mee kunnen wedijveren, zoals de fjordenkust van Noorwegen).
Hier en daar zijn ook waaghalzen die naar beneden willen
afdalen. maar de jongen op de linkerfoto keert na een paar meter toch
weer naar boven terug. Het is grappig om te zien dat meer mensen hetzelfde
hebben als wij: ze willen wel doorrijden, maar als er weer een parkeerplaats
komt (en die zijn er overvloedig) dan stoppen ze toch weer om te kijken
en foto's te maken. Zo komen we steeds weer dezelfde mensen tegen, geen
Nederlanders trouwens dit keer!
Op een bepaald moment wijzen we elkaar zelfs plekken aan
en net toen we 1 keer een parkeerplaats wilden overslaan, wenkten anderen
ons dat we toch moesten stoppen, vlak voor een tunneltje. Een kudde
wilde geiten had er zijn tijdelijke thuis gevonden. Tegen de zon in
hadden we ze van een afstandje niet gezien.
Deze Route des Cretes kunnen we iedereen aanbevelen, hoewel
we een volgende keer ook graag de zuidroute nog eens zouden willen nemen,
want we hebben van anderen gehoord dat die ook erg spectaculair is.
We hebben nu een behoorlijk aantal kloven in Frankrijk gezien, maar
hier hebben we echt de meeste stops en foto's gemaakt, dus zonder meer
de mooiste en indrukwekkendste!
We komen bijna geen tegenliggers tegen en op het laatste
stuk dat weer van de canyon wegleidt houdt een Nederlandse tegenligger
ons aan. We openen het raam (ja, we hebben de airco weer aan...) en
ze vragen ons of dit soms een eenrichtingsweg is en of ze de verkeerde
kant uit rijden. Er staan inderdaad borden met een witte pijl erop wat
in Nederland waarschijnlijk eenrichtingsverkeer zou aangeven, maar we
kunnen ze geruststellen dat er echt beide kanten op gereden mag worden.
Of denken ze soms dat wij de spookrijders zijn?
Voor Moustiers-Sainte-Marie slaan we af naar het zuiden
en krijgen al snel zicht op het Lac de Sainte Croix, één
van de stuwmeren in de Verdon rivier. Het water ziet er van deze afstand
heerlijk blauw en aantrekkelijk uit en van dichterbij nog meer. Al gauw
zien we de rijen auto's die langs de oever geparkeerd staan.
Het is er druk, heel erg druk, vooral bij de ingang naar
de Gorges du Verdon. Het zal wel komen omdat het zondag is en prachtig
weer, maar we kunnen bijna geen parkeerplaats vinden. We stoppen even
voor een foto, maar hier gaan we nu even niet de toerist uithangen,
veel te veel mensen en de politie rijdt aandachtig rond, waarschijnlijk
belust op het uitschrijven van boetes voor foutparkeerders. Maar wat
een heerlijke plek, ook iets om op een veel rustiger tijdstip naar terug
te keren.
En dan hebben we de keuze: gaan we langs de zuidkant van
de kloof terug of gaan we een omweg maken aan de westkant? We hebben
even genoeg kloof gezien dus rijden we eerst naar het zuiden over de
D957, naar het westen over de D30 en dan weer naar het noorden, de D11.
Maar op gigantische lavendelvelden na komen we eigenlijk weinig interessants
tegen en het landschap is redelijk vlak. Alleen bij Quinson is een groot
openlucht museum met een nagebouwd prehistorisch dorp over de mensen
dier hier ongeveer een miljoen jaar geleden leefden. Een grot waar overblijfselen
zijn gevonden hoort ook bij het park.
En als we daarna in Riez aankomen zijn we heel hard toe
aan een pilsje en een potje thee, allebei bedoeld om wat af te koelen.
Misschien was vandaag wel de warmste dag, we vinden de temperatuur in
ieder geval heerlijk en zijn stiekem toch ook wel een beetje blij met
de airco in onze auto. Dat hadden we de voorgaande jaren niet.
We zijn redelijk laat weer terug op de camping, want we
moeten via Digne (zoals Digne-les-Bains meestal wordt aangeduid), binnendoor
kunnen we niet. Maar de zon schijnt nog steeds en we zijn nog net op
tijd voor de laatste trein die vandaag achter onze tent voorbij zal
schieten, een bijzondere trein en we staan weer klaar met de camera.
Vanaf 1891 rijdt er al een trein van Nice naar Digne,
een traject van 151 kilometer met 70 stationnetjes waar ook echt gestopt
wordt. Tegenwoordig doet de trein er ruim 3 uur over, maar vroeger ging
de trein zo langzaam dat men door het raam pijnappels konden plukken
voor de lekkere geur die het thuis in de open haard gaf, vandaar de
naam pijnappeltreintje. Vier keer per dag gaat de trein en hij komt
iedere dag op bijna exact hetzelfde tijdstip langs. En iedere keer staan
wij weer met de camera klaar, maar de trein rijdt op dit punt gewoon
te hard om een goede foto te maken. De trein overbrugt een hoogteverschil
van precies 1000 meter en rijdt ook 's winters wanneer hier toch aardig
wat sneeuw kan liggen. Het moet een hele mooie treinreis zijn en morgen
komen we met de auto langs een deel van de route.
Wat een prachtige dag, alhoewel we best moe zijn van de
lange autorit. Maar na een uurtje nietsdoen en daarna nog een uurtje
op het terras en we zijn weer helemaal bijgetrokken. Wat een ongelooflijk
mooi gebied, we snappen eigenlijk niet dat we hier niet eerder naar
toe getrokken zijn. Als de zon weg is wordt het gauw weer aangenaam
fris en we gaan dit keer niet al te laat naar bed, morgen hebben we
weer een heel programma.