Het is vandaag minder warm (24 graden) en de lucht aan
zee ziet er grijs uit en het is erg vochtig in de lucht. We hopen dat
het in het binnenland wat beter is en daarom gaan we vandaag weer op
stap, naar Carcassonne.
We rijden eerst door het gebied van de Montagne de la Clape,
een ruig kalkmassief tussen de kust en Narbonne met voornamelijk slechte
wegen. Het is een mooi en rustig gebied, maar ook zijn er veel stukjes
met druiventeelt te vinden. Van de kust af zien we de lucht alweer blauw
worden, terwijl de nevel boven de zee en de kust blijft hangen.
Als we bij de Cité van Carcassonne aankomen staat
de thermometer al op 34 graden. Carcassonne wordt in twee helften verdeeld
door de rivier de Aude, er is de benedenstad en de Cité. De Cité
is een grote ommuurde middeleeuwse stad, een superburcht die geheel
gerestaureerd is in de 19e eeuw. Er wonen nog enkele tientallen burgers,
maar verder is het één grote toeristische attractie geworden.
Het is de grootste vesting van Europa en was ooit een belangrijke katharenstad.
Het ziet er indrukwekkend uit en staat niet voor niets
op de werelderfgoedlijst van de Unesco, maar er is ook nogal kritiek
geweest op de architect Viollet-le-Duc, die zich nogal wat vrijheden
had veroorloofd bij het bepalen hoe bepaalde onderdelen van de burcht
er uit gezien moesten hebben in de Middeleeuwen. En eerlijk gezegd ziet
het er net iets te perfect uit. Op internet en in reisgidsen is nog veel
meer informatie over Carcassonne en de geschiedenis ervan te vinden,
dus dat zullen we hier niet allemaal herhalen. In juli en augustus worden
ook festivals binnen de burcht gehouden, ongetwijfeld speciaal voor
toeristen.
Er zijn een aantal musea in de Cité en meerdere gebouwen
die van binnen bekeken kunnen worden. Er is een dubbele verdedigingsmuur
en je kunt er tussendoor langs de hele vesting lopen. Vooral 's avonds,
wanneer er schijnwerpers op de stad staan gericht, moet dat een erg
mooi gezicht zijn als je hier loopt. Wij vinden het zo ook al erg fascinerend.
De thermometer geeft inmiddels aan dat het 34 graden is, maar gelukkig
zijn overal wel beschaduwde terrasjes te vinden waar we af en toe even
kunnen neerploffen.
Na een paar uur rondlopen hebben we het wel gezien, hoewel
je hier ook zo een hele dag kunt ronddwalen. Je kunt ook met een gids
diverse rondleidingen krijgen, maar wij vinden het toch leuker om zelf
onze weg te zoeken. Je krijgt dan misschien wel minder informatie, maar
van wat zo'n gids vertelt vergeten we ook al gauw weer de helft. We
zoeken nog een plekje langs de Aude om een foto van de buitenkant te
maken en gaan dan verder het katharenland in naar het zuiden.
Ten zuiden en zuidoosten van Carcassonne ligt Corbières,
één van de meest woeste en onherbergzame delen van Frankrijk.
Dit was één van de gebieden waar de Katharen, die zich
in de 13e eeuw afzetten tegen de corruptie van de katholieke kerk, veel
aanhangers hadden. De inwoners van dit gebied waren (en zijn?) altijd
al wat tegendraads en eigenzinnig geweest, op zich helemaal geen slechte
eigenschap. Ze werden er in de 13e eeuw echter genadeloos voor afgestraft
in 2 kruistochten die tienduizenden het leven kosten, allemaal omwille
van het zogenaamde ware geloof...
Alet-les-Bains, al een kuurbadplaats vanaf Romeinse tijden,
schijnt een eigen micro-klimaat te hebben, maar wij vinden het momenteel
gewoon warm, erg warm. Er is geen café in het dorp dus we bekijken
de ruïne van de kathedraal. Op internet hadden we een website gezien
waarop werd beweerd dat Nostradamus hier was geboren, maar daar vinden
we geen spoor van terug. Volgens de meeste officiële biografieën
kwam hij uit Saint-Rémy in de Provence.
We trekken nu de bergen weer in waar imposante katharenburchten
zijn gebouwd die soms helemaal opgaan in de rotsen en vanuit de verte
nauwelijks herkenbaar als kastelen. Maar uiteindelijk hebben ze allemaal
het onderspit moeten delven. We zien er meerdere, maar het Château
de Peyrepertuse is wel heel moeilijk te herkennen van een afstand, een
tijdlang twijfelen we of we nou tegen een kasteel of alleen een rotswand
aankijken. De weg er naartoe is niet gemakkelijk te berijden, maar de
plek is zeker de moeite waard.
Iets verderop rijden we door het dorpje Cucugnan (100
inwoners). Dit wijndorp is beroemd door de Franse schrijver Alphonse
Daudet en zijn verhalenbundel "Lettres de mon moulin" en we
denken dat we die molen hier op de foto hebben staan. Door tijdgebrek
moeten we de Gorges de Galamus, dat een prachtig kloofdal schijnt te
zijn, overslaan.
We willen nog naar het volgende kasteel, Château
de Quéribus, de laatste vluchtplaats van de Katharen na de val
van Montségur dat onoverwinnelijk werd gewaand. Op 730 meter
hoogte (en een steile weg er naartoe), gelegen op een rots, lijkt ook
deze plek moeilijk te veroveren, maar in 1255 wordt het kasteel veroverd
om de verdedigingslinie tegen Spanje kompleet te maken. De kruistochten
tegen de Katharen zijn al afgelopen en de laatsten die hier hun toevlucht
hebben gevonden verdwijnen en over de belegering is bijna niets bekend.
Hier begint het raadsel van de Katharen, zijn er toch nog leden ontsnapt,
hebben ze iets met de Tempeliers te maken, enzovoorts. Een mysterieuze
zaak, maar dat is de steile, laatste wandeling naar het kasteel niet,
dat is een serieuze zaak.
We komen nog meer kastelen tegen op onze weg richting
de kust en af en toe zien we meerdere tegelijk liggen op de verre rotspieken.
Bij Tuchan zien we nog het kasteel van Aguilar en rijden we door een
mooi, woest dal terug. Langzamerhand wordt de streek weer wat minder
ruig, maar nog steeds komen we maar weinig grotere dorpen tegen. Inderdaad
een heel apart gebied dat zeker de moeite van het verkennen waard is.
We gaan langs het zuiden van Narbonne over een binnenweg
naar Gruissan en onze camping en komen nog langs een grappig kasteeltje,
Petit Mandirac, uiteraard behorend bij een wijngaard. Ondanks de ruigheid
van het gebied wordt hier veel wijn gemaakt, bijna alle bebouwbare stukken
grond is ingenomen door wijnranken.
En hoe dichter we bij de kust komen, des te meer kouder
wordt het en de bewolking dichter. De hitte van de dag zijn we alweer
vergeten, het is nog maar 24 graden. Nog altijd heel lekker om 's avonds
buiten bij de tent te zitten...