In de loop van de ochtend, na een rustig ontbijt en wat
lanterfanteren, rapen we onszelf weer bij elkaar en gaan op pad. Eerst
maar eens even kijken bij het kasteel hier vlakbij dat we al een paar
keer gezien hebben, bij het plaatsje Boyne.
Een smal, steil weggetje brengt ons naar het dorp en we
zijn blij dat we geen tegenliggers tegenkomen. de ruïne is zo op
de rots gebouwd dat je van afstand het kasteel niet van de rots kunt
onderscheiden. In de 13e eeuw begon men eraan te bouwen, maar in 1633
werd het verwoest op last van kardinaal en staatsman Richelieu.
We gaan het kasteel niet naar binnen (we hebben
even genoeg kastelen gezien), maar rijden door de Gorges du Tarn naar
het noorden en dan ziet het er toch weer anders uit dan toen we aankwamen
en naar het zuiden reden. Ook staat de zon nu anders en dat maakt toch
veel uit wat de kleuren en tinten van het landschap betreft.
Deze kloof is toch echt de meest indrukwekkende van alle
kloven die we in dit gebied gezien hebben en dat vinden vele andere
toeristen, voornamelijk Nederlanders, ook. Zonder toeristen zouden hier
waarschijnlijk alleen de postbode en wat goederenvervoerders doorheen
rijden, maar het is echt druk op de weg.
Halverwege de kloof, in Les Vignes stoppen we om een paar
foto's van de natuur, de rivier en het dorpje te maken en we nemen een
bak koffie op het hete terras. Het is de afgelopen dagen steeds warmer
geworden en dat merken we goed als we even stil zitten in de zon. Een
gebied als dit ziet er het mooiste uit in de zon, dus ons hoor je niet
klagen, we vinden het heerlijk!
Vanuit Les Vignes rijden we via de D995 naar het westen,
richting snelweg en hier komen we ook weer door een gebied met af en
toe prachtige stukjes en meer bergachtig landschap dan we verwachten.
Wanneer we op de snelweg zijn merk je daar toch minder van ook al zien
we aan de bordjes langs de weg die de hoogte aangeven dat we steeds
flink dalen en stijgen. We rijden noordwaarts naar St. Flour.
De oude stad ligt op een 100 meter hoge basaltrots en
we kijken er kort rond. We wilden eerst naar de Monts du Cantal, een
oude vulkaanketen waarvan we de besneeuwde toppen in het westen zien
liggen, maar we hebben al wel door dat we daarvoor vandaag niet genoeg
tijd hebben. Alweer een slechte planning, dit gebied hadden we beter
kunnen bekijken toen we vlakbij Clermont-Ferrand zaten.
Daarom rijden we nu terug naar het zuiden, eerst door
de vallei van de Truyere, een rivier waarin meerdere stuwdammen zijn
aangelegd. We komen ook een paar leuke kasteeltjes tegen zoals het Chateau
d'Alleuze dat op een eenzame heuveltop in het rivierdal ligt.
De weg is best wel mooi en we komen hele mooie plekken tegen,
zeker langs de stuwmeren, en de Gorges de la Truyere zijn zeker de moeite
waard. Maar het is erg warm en we moeten nog weer een heel stuk terugrijden,
eigenlijk een veel te grote afstand voor 1 dag. En daardoor stoppen
we wat minder vaak om een foto te maken of om gewoon even van het landschap
te genieten.
We zijn dan ook pas vrij laat op de camping terug; er
is nog veel te zien in dit gebied, maar dan moeten we op een wat centralere
plek gaan kamperen. We hebben nu eerst in het noorden van het Centraal
Massief bij Clermont-Ferrand gezeten en nu in het zuiden. Een volgende
keer maar in het midden of we moeten gewoon kleinere gebieden gaan verkennen.
Misschien willen we ook wel veel te veel zien. Op een kaart van Frankrijk
ziet dit gebied er wel overzichtelijk en 'te doen' uit, maar Frankrijk
is groot en dit gebied duidelijk ook. Daarnaast loopt er eigenlijk maar
één snelweg van noord naar zuid doorheen en op de overige
wegen moet je er toch rekening mee houden dat je veel reistijd kwijt
bent.
Dan nog maar even een pilsje op het terras en naar bed, morgen trekken
we naar het volgende gebied!