Het is warm als we wakker worden en Lies heeft wel zin
om een dagje op de camping te blijven. Ik wil er graag op uit dus ga
een dagje alleen op pad. Ik wil in ieder geval de grot Aven Armand zien,
maar eerst moet ik op zoek naar gas, want de tank is alweer bijna leeg.
Ik probeer tussendoor bij Aguessac via een steil weggetje
over de bergen naar de snelweg te rijden, maar halverwege is de weg
opgebroken en moet ik weer terug. Het uitzicht is vanaf hier wel ontzettend
mooi, maar ik zal echt een andere route moeten kiezen. Ik ga eerst maar
naar de grot Aven Armand en daarna wel op zoek naar autogas en zo kom
ik weer door de Gorges de la Jonte.
Een Aven is een soort koepelgrot die ontstaan is in kalksteenhoudende
grond. Zuur regenwater lost de kalksteen langzaam op en erosie en het
instorten van wanden die instabiel zijn doen de rest. Op den duur ontstaat
een koepel met een vaak een opening helemaal bovenin naar de buitenlucht.
De Aven Armand is één van de bekendste van Frankrijk.
Met een treintje gaan we eerst tot halverwege de grot naar
beneden en stappen daar een reusachtige grot binnen, ruim 100 meter
hoog en minstens net zo breed. In de diepte beneden ons zien we een
reusachtig versteend woud, stalagmieten tot wel 30 meter hoog. Jammer
genoeg is de zaal veel te groot en te donker om een mooie overzichtfoto
te maken, want het is echt imponerend.
De druipstenen pilaren hebben uiteraard weer allemaal aparte
vormen aangenomen en veel daarvan hebben hun eigen namen gekregen. Dat
is ook zo leuk aan druipsteengrotten, het prikkelt de fantasie om vormen
te herkennen net zoals je dat ook met wolken kan doen. Maar in de zaal
van duizend-en-één-nacht, zoals de grote hal wordt genoemd,
is niet veel fantasie nodig. We lopen helemaal naar beneden en daar
gaat een tweede schacht ruim 80 meter de diepte in. Het is heel anders
dan een grottenstelsel met gangen en hier en daar een zaal, zo'n Aven.
Heel indrukwekkend.
Het landschap buiten is minstens zo indrukwekkend, vooral
als ik vlakbij Sainte Enimie kom dat ik van bovenaf benader. Maar ik
rijd door naar Mende waar een tankstation met gas is. Langs de Mont
Lozère rijd ik weer naar het zuiden richting Florac. Deze berg
heeft een kale afgevlakte top van bijna 50 vierkante kilometer, waarvan
het grootste gedeelte op een hoogte van meer dan 1600 meter ligt!
Daarna volgt een lange weg die nu eens interessant is,
dan weer wat minder. Achteraf ontdek ik dat ik een andere route had
willen nemen, namelijk de Corniche des Cevennes, nu rijd ik noordelijker
op de D13, die toch iets minder schilderachtige landschappen te zien
geeft.
Toeristen zijn hier nauwelijks en ook is er weinig lokaal
verkeer op de weg, wel af en toe een kudde schapen die breeduit over
de weg lopen met een aantal mannen eromheen om de auto's tot stoppen
te manen. De weg kronkelt, daalt en stijgt, hoewel de bergen hier al
duidelijk wat afvlakken en de kloven niet zo diep zijn. Vanaf St.-Hippolyte-du-Fort
is het zelfs helemaal vlak. Toch kost het meer tijd dan ik verwacht
had dus om 6 uur bel ik (leve de mobiele telefoons!) Lies maar even
op dat het nog wel een paar uurtjes kan duren voordat ik terug ben.
Ik kan natuurlijk een snellere weg terugrijden, maar ik
wil ook graag tegen de Col de Serreyrède op, een hele lange en
vrij steile klim met uitzicht op Mont Aigoual. De berg ziet er nu helemaal
overdekt met groen uit, maar er is heel wat herbebossing voor nodig
geweest in de laatste 130 jaar. Het is heet buiten en de banden kleven
af en toe aan het zachte asfalt. Als ik eenmaal boven ben heb ik een
zere nek van het om de bochtjes proberen te kijken.
Tegen 8 uur rijd ik door Meyrueis en van hier af word de
weg weer bekend. Al met al heeft de rit veel langer geduurd dan ik had
gepland terwijl ik ook veel minder heb gezien en gedaan. Als ik later
de kaart nog eens bestudeer kan ik zo een kortere, nog veel mooiere,
route uitstippelen. Een iets te enthousiaste planning dus, maar tja,
dat is achteraf.
Om half 9 ben ik weer terug op de camping waar Lies een
heerlijke en rustige dag heeft doorgebracht met een paar boeken. Ze
heeft ook al een aardig kleurtje opgedaan in de zon. Het is nog steeds
erg warm en op het terras van de camping genieten we nog een tijdje
van de dag na.