Hoe mooi het hier ook is, we willen verder
naar het zuiden richting Millau maar we gaan dat doen met een grote
omweg. We doen het echter rustig aan en pas om kwart over 11 zijn we
gepakt en klaar om te vertrekken. Allereerst nemen we een stuk snelweg
en vervolgens de N102 naar Le Puy-en-Velay, door weidse dalen met langgerekte
heuvels eromheen.
Al vanaf ver zien we de vulkanische rotspieken van basaltsteen
die de stad domineren. Op de ene rots (La Rocher Corneille) staat een
23-meter hoog rood beeld van de Notre-Dame-de-France, gesmeed uit het
ijzer van kanonnen die Napoleon op de Russen had buitgemaakt.
Op een iets lagere rots staat de kapel St-Michel-d'Aiguilhe
die een belangrijke plaats inneemt in dit bedevaartsoord. In de middeleeuwen
kwam men vooral voor de Zwarte Madonna, een beeld uit Egypte, maar dat
is al lang geleden verbrand. Ook is Le Puy-en-Velay, net als Vezelay,
een startplaats voor een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela.
En een beetje pelgrim moet natuurlijk de 80 meter omhoog klimmen (wij
dus niet...).
In de oude binnenstad is ook veel te zien, zoals de kathedraal
en het klooster en als het zo warm is als vandaag (rond de 30 graden)
kunnen wij niet anders dan een leuk terrasje opzoeken. Het is gezellig
druk en er wordt uitgebreid geluncht door hele gezinnen.
Na deze pauze gaan we zuidwaarts en de bergen
worden weer wat hoger. Vanaf Langogne nemen we een smalle weg tot aan
Villefort. Vandaar nemen we de weg door het dal van de Altier en we
worden weer getracteerd op prachtige vergezichten. We verlaten nu de
Auvergne en kruisen het noordelijk deel van de Languedoc-Roussillo,
het gebied dat helemaal doorloopt tot aan de Middellandse Zee en de
Pyreneeën.
Vlakbij Villefort ligt één van de vele Franse
stuwmeren waar electriciteit wordt opgewekt, na kernenergie de belangrijkste
energiebron van het land (goed voor 20%). Kleine dorpjes liggen verscholen
tegen de hellingen aan en we komen er meerdere tegen in de vallei.
En kasteeltjes natuurlijk, die zijn overal wel te vinden.
Chateau du Champ bijvoorbeeld, prachtig gerestaureerd en uiteraard privé-bezit.
We rijden nu weer naar het westen richting Mende. Daar rijden we toevallig
langs een tankstation waar ze autogas verkopen. Mooi, want onze tank
is vrijwel leeg en volgens de lpg-gids en de tomtom zou er in 40 kilometer
afstand verder geen gas te koop zijn.
We zijn nu in de Causses, een streek tegen het Centraal
Massief aan met kalkstenen hoogvlakten, maar vooral ook prachtige kloofdalen.
Bij Sainte Enimie gaan we steil het smalle gedeelte van de Gorges du
Tarn binnen, de mooiste kloof in het gebied en bijna 60 kilometer lang.
De weg er doorheen is in ieder geval prachtig en af en toe ook spannend,
vooral door het drukke vakantieverkeer..
Sainte Enimie wordt door velen één van de
allermooiste plaatsjes van Frankrijk genoemd; de ligging is in ieder
geval fantastisch. Het oude dorp is een wirwar van smalle middeleeuwse
straatjes maar het is er wel wat toeristisch. De rivier de Tarn heeft
de rotsplateaus hier diep uitgesneden en de Causses in tweeën verdeeld
(Causse Mejan oostelijk en de Causse de Sauveterre westelijk).
We volgen dan een kronkelige weg met uitsparingen in de rotsen waar
de weg doorheen loopt terwijl de rivier meestal ver onder ons zigzagt
door het dal. Halverwege de kloof komen we door het leuke dorpje Les
Vignes waar vooral kano- en kayakverhuurbedrijven zitten. Met 4,5 inwoners
per km² is het waarschijnlijk dat er vrijwel altijd meer toeristen
dan inwoners in het gebied zijn.
We zijn nu weer ter hoogte van de rivier die ondermeer
wordt gevoed door zo'n 40 onderaardse rivieren vanuit de Causses aan
weerszijden. Doordat kalksteen vrij zacht is heeft het water hier in
de loop van de eeuwen de rotsen flink geërodeerd en zijn er grillige
vormen onstaan waar we de komende dagen nog meer van hopen te zien.
Bij Le Rozier zijn we dan het dal uit. We hebben 1½ uur gedaan
over de laatste 40 kilometer en het wordt tijd om een camping te zoeken.
De camping die we vooraf op het internet hadden uitgekozen
lijkt wel heel erg rustig te zijn, en ligt er inderdaad net zo mooi
bij als we hadden begrepen. Na een paar minuten rondlopen komen we er
helaas achter dat de camping alleen in juli en augustus open is, dus
we zijn gewoon te vroeg... Een aardige Fransman (ja, die zijn er genoeg
als je maar de moeite neemt zelf ook wat Frans te praten!) helpt ons
verder op weg door wat tips te geven.
Er zijn voldoende campings langs de rivier, maar de eerste
die we bekijken heeft op 120 plaatsen nog 3 vrij. We lopen er eens overheen
en al snel weten we dat we hier niet willen staan! De tenten en caravans
staan vrij dicht op elkaar en 95% is Nederlands. Daarvoor zijn we niet
naar Frankrijk gekomen... Op Camping de Peyrelade is het stukken rustiger
en vinden we een leuk plekje. We zijn net voor 7 uur op het terrein
waardoor we nog met de auto naar binnen kunnen, ook hier is de receptie
om 7 uur gesloten. Voor € 14 per nacht kunnen we onze tent opslaan,
maar voordat we dat doen gaan we eerst maar eens uitgebreid uitpuffen
op het terras want het is nog bloedheet, veel te warm om een tent op
te zetten. Er is een klein kiezelstrandje bij de camping maar het echte
strand zoeken we later in de vakantie wel op langs de Middellandse Zee.