We worden wakker met een stralend zonnetje, die gelukkig
nog net niet op de tent schijnt want dan wordt het wel heel snel te
heet binnen. Om 9 uur staan we met een hele grote groep te wachten op
het bakkertje dat iedere ochtend langs de camping komt met vers brood,
maar de beste man heeft blijkbaar een uitslaapdag, dus dan maar een
beetje met elkaar praten. En wat blijkt, 95% van de kampeerders is Nederlands.
Er is een enkele verdwaalde Duitser of Engelsman, maar voor de rest
vutters, gepensioneerden en gezinnen met hele jonge kinderen. Kunnen
ze dat niet verbieden??? Nederland schijnt redelijk vol te zijn, maar
waar je ook komt ter wereld, er lopen altijd wel een paar of heel veel
Nederlanders rond, dus waarschijnlijk is Nederland heel wat leger dan
we denken!
We zijn pas laat op pad en dwalen eerst wat rond het dorpje
Orcet waarvan het centrum op een heuvel ligt zoals zoveel dorpjes hier.
In het dal oostelijk van de Monts Dômes ligt de stad Clermont-Ferrand
(vooral bekend van de Michelin-banden en dus ook het mannetje). We trekken
ten zuiden en westen van de stad langs richting Puy de Dôme, een
hele mooie route . In eerste instantie verdwalen we nogal, maar we kunnen
altijd onze tomtom aanzetten, daar zijn we toch best blij mee!
Gisteren hadden we de pukkel al vanuit de verte gezien,
nu overheerst hij bijna alle wegen waar we langs rijden, de Puy
de Dôme, waarschijnlijk de bekendste berg van de Auvergne.
De Monts Dômes is een klein gebied
(30 kilometer lang) met meer dan 100 vulkanen die geologisch gezien
erg jong zijn (minder dan 100.000 jaar oud), de laatste uitbarsting
is pas van een paar duizend jaar geleden. De vulkanen zijn gedoofd,
maar het schijnt dat er nog steeds af en toe zwakke aardbevingen plaatsvinden.
Maar we rijden eerst even aan de Puy
de Dôme voorbij want we willen eerst eens naar Vulcania
om wat te weten te komen over vulkanen. Het is een educatief themapark
met veel films en demonstraties over vulkanen en speciaal natuurlijk
over de vulkanen in dit gebied. Vanaf hier tot ver naar het zuiden zijn
diverse vulkaangebieden verenigd in één groot nationaal
park, het grootste van Frankrijk.
Het is behoorlijk uitgestorven in het park en we worden
nogal sjacherijnig ontvangen, dat vinden zelfs een stel Fransen met
wie we samen naar binnen gaan. Het oppervlak is nogal groot, maar we
zien vanzelf het hoofdgebouw dat gebouwd is als een vulkaankrater. De
entreeprijs is ook niet mis, € 19,50 per persoon (je kunt een combinatieticket
kopen voor meerdere dingen dan ben je een paar euro goedkoper uit).
Maar met alle geweldige films en informatie is het toch wel de moeite
waard, we lopen al gauw een paar uur rond en hebben dan nog niet eens
alles gezien.
De groepen kinderen die we tegenkomen zijn in ieder geval
razend enthousiast hoewel wij toch wel vermoeid raken van al die informatie
die op je afkomt. Dan maar even bijkomen in de vulkanische tuin waar
een vulkanisch gebied is nagebootst zoals dat in de tropen zou liggen
met veel plantengroei.
Wat ons het meest wordt ingeprent is iets dat we eigenlijk
allang wisten: vulkanen zijn levensgevaarlijk, maar mensen wonen er
graag omheen omdat de lava uiteindelijk zorgt voor een geweldig vruchtbaar
gebied. Nederland ligt voor een deel onder zeenivo, wat nog erger zal
worden al de aarde opwarmt en de zeespiegel stijgt, maar we blijven
er toch wonen. Blijkbaar denken we, als geheel, nog steeds dat we de
natuur te slim af kunnen zijn of wagen we gewoon onze kans.
Na dit urenlange bezoek rijden we weer terug naar de Puy
de Dôme, met 1465 meter de hoogste vulkaantop in dit gebied.
De weg omhoog is een tolweg (€ 4,50 voor een auto) en gaat 4 kilometer
lang met 12% omhoog. Waarschijnlijk rijden we (met de auto) niet heel
veel harder dan de wielrenners die hier af en toe in de Tour de France
langskomen. Er is ook een wandelpad vanaf beneden maar dan mag je wel
een paar uur voor de klim uittrekken met hellingen van 40%.
Wij doen de beklimming dus lekker lui met de auto maar de
laatste paar honderd meter tot de top moeten we alsnog lopen. We worden
wel beloond met een fantastisch uitzicht als we bezweet boven aankomen.
Met echt helder weer schijn je hier 300 kilometer verder de Mont Blanc
te kunnen zien, maar wij vinden het zicht op de tientallen vulkanen
rondom al heel wat.
Het is warm in de zon, maar nog altijd 7 graden koeler
dan in het dal beneden. het schijnt dat de temperatuur met 1 graad per
honderd meter hoogteverschil daalt. Maar 's winters schijnt het hier
bovenop de top huist vaak weer warmer te zijn dan in het dal. We hebben
een geluksdag want het is redelijk helder vandaag en dat schijnt lang
niet altijd het geval te zijn. Het weerstation op de top van de berg
is internationaal van groot belang en de luchtdrukwaarde Pascal (gelijk
aan 1 milibar) die nog steeds gebruikt wordt, is ooit ontwikkeld door
Blaise Pascal (17e eeuw) die deze berg gebruikte in zijn theorieën.
Dat er lekkere luchtstromen rond de berg waaien is in ieder
geval wel duidelijk uit het aantal zweefvliegers dat we zien. Clermont-Ferrand
lijkt zowel veraf als erg dichtbij als we de stad op de achtergrond
zien van de zweefvliegers. Wat een heerlijk gevoel moet dat zijn, zo
in je eentje daar in de lucht.
Op de berg staan een paar mensen een zweefvliegtocht (parapenten)
te verkopen en wij worden ook gevraagd. Het kost maar € 90 of iets
in die buurt om zo een uurtje rond te vliegen. Maar hoe doen die mensen
dat? Hoe weten ze dat ze niet te pletter vliegen tegen de Puy
de Dôme zelf, want sommigen komen akelig dicht in de buurt
van de wanden. Wij zien toch maar af van zo'n tochtje...
Maar het levert wel hele mooie plaatjes op en alleen al door het kijken
ernaar wanen wij ons ook een beetje daar in de lucht, vrij als een vogel
en afhankelijk van waar de wind je drijft. Iets anders is het voor dit
kind rechts. Haar opa duwt haar naar de rand en wil haar zelfs een beetje
naar beneden hebben om een spectaculaire foto te maken, maar het meisje
vindt het maar niets. En terecht, het arme kind is helemaal overstuur.
Wat voor opa ben je dan als het alleen om de foto gaat en de angst van
een kind blijkbaar niet belangrijk is. Gelukkig houdt ze voet bij stuk
en doet ze niet wat opa zegt.
Pas in de 18e eeuw ontdekte men dat de bergtoppen hier
uitgedoofde vulkanen waren, maar de Romeinen wisten al dat het een bijzondere
plek was en bouwden hier een tempel voor Mercurius. Dat wil zeggen dat
de slaven stenen naar boven moesten sjouwen... In de middeleeuwen wantrouwde
men de berg waarvan men dacht dat het heksen aantrok.
We drinken nog wat in de zon op de top, terwijl we ons
niet teveel proberen aan te trekken van de opdringerige obers, ze hebben
waarschijnlijk te weinig klandizie vandaag, Daarna rijden we rustig
terug temidden van de vele ronde heuveltoppen die allemaal ooit eens
vulkanen waren, naar de camping waar we nog heel even in de zon kunnen
zitten. Wat een heerlijke dag.