Ons laatste uitstapje vorige maand naar Noord- en Zuid-Holland
smaakte naar meer en voor eind april en begin mei hebben we een paar
dagen gepland dat we naar Noord-Brabant gaan. Begin april kunnen we
echter al een voorproefje nemen omdat Teije een afspraak heeft in Etten-Leur,
daarom hebben we deze dag ook maar aan het reisverslag vastgeplakt.
We gaan de komende jaren proberen wat vaker een weekje uit te trekken
om iedere keer één provincie wat beter te bekijken. Dit
mede omdat we in onze reisverslagen regelmatig (flinke) kritiek hebben
over het gebrek aan natuurschoon, vrijheid en leuke architectuur in
Nederland vergeleken met andere landen. Uiteraard hebben we hier vele
(honderden) mailtjes op gehad, soms zelfs zeer boze reacties, dus eigenlijk
hebben we geen keus en moeten Nederland wat beter gaan ontdekken.
En dat levert ook resultaat op, zo hebben we al gemerkt
dat Noord- en Zuid-Holland en specifiek ook de Randstad veel groener
en op vele plekken rustiger is dan in onze vooroordelen en dat de historische
stadscentra uit de Gouden Eeuw echt heel erg charmant kunnen zijn.
Maar vandaag moeten we in Etten-Leur zijn, bijna 3 uur
rijden vanaf Groningen. Het dorpje ligt redelijk in het westen van Noord-Brabant.
Een Zuid-Brabant is er niet, dat gebied heet gewoon Brabant en ligt
in België.
Ooit waren er twee dorpen, Etten en Leur, en eigenlijk is het verwonderlijk
in het drukke Nederland dat er niet veel meer plaatsnamen uit de namen
van twee of meer voormalige dorpen bestaan.
Het nieuwe centrum is een combinatie van oud en nieuw,
maar kan ons niet echt inspireren tot het maken van hele mooie foto's.
Na een kop koffie op het oude marktplein en het afhandelen van de afspraak
van Teije rijden we richting Breda. Het weer is verrassend mooi en de
jas kan zomaar uit. Onderweg komen we langs het Liesbos en daar moeten
we natuurlijk even eruit; het is een mooie, bosrijke omgeving hier.
Als we Breda binnenrijden zien we al gauw de torenspits
van de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk (97 meter hoog) die het centrum van de
stad markeert. We kunnen de auto redelijk dichtbij het centrum parkeren
en lopen dan in de richting van het kasteel. Men is hard aan het werk
langs de Gedempte Haven, op internet lezen we dat het is om de rivier
de Mark (ook wel Dintel genoemd) weer in het hart van de stad terug
te brengen.
We komen de binnenstad in langs het Spanjaardsgat, de
waterpoort vlakbij het kasteel. De naam verwijst naar het gat dat de
Spanjaarden in hun verdediging zouden hebben laten vallen in 1590 tijdens
de 80-jarige oorlog, namelijk de plek waar het turfschip van Breda binnenvoer,
maar in werkelijkheid zou dit niet de juiste plek zijn. Breda werd in
ieder geval door prins Maurits weer heroverd op de Spanjaarden en daarmee
vestigde hij zijn naam als krijgsheer waardoor ook de Oranjes meer macht
kregen.
Het is niet ver lopen naar de binnenstad en het wordt zo
lekker warm in de zon dat we op een terrasje neerploffen en de truien
bijna uit doen. De eerste dag dat het lekker weer is dit jaar en wij
hebben het weer voor elkaar net nu op pad te zijn!
In de Grote of Onzelievevrouwe Kerk liggen diverse leden van de Oranjes
voordat die koninklijk werden. Willem van Oranje was de eerste van de
familie die in Delft werd begraven omdat Breda bij zijn dood door de
Spanjaarden was bezet.
We lopen nog wat door de stad heen en genieten vooral
van het mooie weer. Er zijn meerdere leuke plekken in de stad zoals
bijvoorbeeld het Begijnhof en de Grote Markt met historische gebouwen.
Na een lange slenterpartij lopen we weer richting auto en gaan terug
op huis aan. Over een paar weken blijven we 5 dagen in Noord-Brabant
en dit is alvast een leuk voorproefje.