Vandaag belooft alweer een prachtige dag te worden en we
hebben helemaal geen haast met weggaan. Na een ontspannen ontbijt nemen
we eerst nog een paar foto's van de omgeving en ook van de Pipo-wagen
waar we een volgende keer misschien wel in willen slapen.
Maar we zullen toch echt op pad moeten, en we rijden noordwaarts.
Bij Cuijk laten we ons door een pontje de Maas over zetten en hebben
dan een mooi uitzicht op de torentjes van de Sint Martinuskerk. Naar
het schijnt wil men hoge woontorens gaan bouwen, zodat dit fraaie uitzicht
zal verdwijnen. Hopelijk weten de bewoners van Cuijk dit tegen te houden.
Omdat we nog zeeën van tijd hebben
gaan we vandaag een omweg maken langs Urk. We hebben een heel verlanglijstje
van plaatsen die we nog wel eens in Nederland willen bezoeken en Urk
staat hoog genoteerd; op zo'n mooie dag als vandaag is het ideaal om
er eens langs te gaan, ook omdat het vrijwel op de weg naar huis ligt.
Urk was ooit een eiland in de Zuiderzee en van oudsher al een vissersplaats.
Maar na het sluiten van de Afsluitdijk (1932) verandert de Zuiderzee
in het IJsselmeer en langzamerhand wordt Urk steeds meer omsloten door
ingepolderd land en in 1948 is het niet langer een eiland. Nu hoort
het dorp bij de provincie Flevoland.
We parkeren de auto in de zonovergoten haven, vlakbij de
visafslag. Vanaf de 17e eeuw is de visserij de belangrijkste bron van
inkomsten en nog steeds is het één van de grootste vissersplaatsen
van ons land. De grootste schepen van de Urkervloot kunnen echter het
IJsselmeer niet meer op en leggen aan in andere havens waarna de vis
met vrachtauto's naar de visafslag in Urk wordt gereden.
We lopen vanaf de haven het dorp in en komen ook langs het
Vissersmonument. Het is een vissersvrouw die nog eenmaal achterom kijkt
naar zee, na vergeefs gewacht te hebben op haar geliefden. Rond het
standbeeld is een muur met 33 marmeren platen, met de namen van slachtoffers.
Er staan zelfs kinderen van 10 en 11 jaar oud bij. Als we over de muur
heen kijken zien we het strand van Urk en zonaanbidders hebben daar
vandaag hun plek gevonden, aan de rand van het kalme IJsselmeer waar
de zee weinig meer heeft in te brengen. In de verte, richting Lemmer,
is een windmolenpark te zien.
Vlakbij staat de vuurtoren uit 1844, op de hoogste punt
van het toenmalige eiland. Maar al eeuwenlang daarvoor werden er vuurbakens
opgericht om het scheepsverkeer 's nachts te waarschuwen. Door afkalving
van het eiland moest dit baken regelmatig verzet worden. 's Zomers kan
de vuurtoren beklommen worden, maar wij zijn er natuurlijk net weer
op een dag dat het niet kan.
We lopen terug naar de haven via de hooggelegen dorpsstraatjes
die ooit de dorpskern vormden. Het is een combinatie van oude geveltjes
en nieuwe of gerestaureerde huizen, en we voelen ons er wel prettig
tussen, het dorp is lekker zichzelf gebleven zonder overdreven toeristenlokkende
ambities.
Toerisme is natuurlijk wel een belangrijke bron van inkomsten
geworden, maar de visserij blijft bovenaan staan en misschien is dat
wel de reden waarom we het er zo prettig vinden. Het verleden is hier
behouden gebleven en leeft voort, de mensen hoeven niet te leven van
de glorie die ooit was en nooit meer terug komt zoals op zoveel andere
toeristische plaatsen. Zo'n oud verkeersbord als op de foto hiernaast
geeft duidelijk aan wat er bedoeld wordt, daar hoeft dus helemaal geen
modern en nieuwerwets verkeersbord te hangen! Urk is een mooie mix van
oud en nieuw en gaat gewoon lekker z'n eigen gang.
En hoe kunnen we ons bezoek aan Urk afsluiten zonder een
visje te eten? Nee, dat kan inderdaad niet en tegen een fikse prijs
eten we een Urkse haring en wat gebakken vis. 'De vis wordt duur betaald'
is een zin uit een toneelstuk van Heijermans dat in 1900 voor het eerst
werd opgevoerd in Amsterdam en later overal ter wereld. Uiteraard ging
het om het verlies van levens dat de visserij met zich meebracht. Volgens
ons wordt de vis tegenwoordig vooral duur betaald door de consument
en om allerlei andere oorzaken, maar daar zullen we het nu niet over
hebben. Wij genieten van de vis en spoeden ons daarna terug naar huis.
We hebben een heerlijke week achter de rug, alleen jammer
van het regenachtige weer op de eerste dagen. We hebben lang niet alles
gezien wat we wilden zien, maar we zijn weer heel wat vooroordelen over
Nederland kwijtgeraakt. De komende tijd zullen we zeker wat vaker op
pad gaan in ons eigen verrassende landje!