Het is nog steeds erg koud wanneer we 's ochtends buiten
komen, het kan wel gevroren hebben en we zijn blij dat we nu niet verkleumd
in een tentje zitten. We vinden kamperen heerlijk, maar we zijn toch
wel een beetje mooi-weer kampeerders. Gelukkig is het wel droog als
we op pad gaan.
We volgen allereerst de weg langs het langgerekte meer Wast
Water naar Wasdale Head. Een ruig gebied waar we ondermeer uitkijken
op Scafell Pike, met 978 meter de hoogste berg van Engeland (Wales heeft
de Snowdon die iets hoger is en Schotland heeft de allerhoogste berg
van Groot-Britannië met de Ben Nevis).
Aan het einde van het dal zien we de camping waar we gisteren
heen hadden gewild: een open grasveldje met een paar tenten en dik ingepakte
mensen. Maar wel een prachtig uitzicht! Ook staat er een klein kerkje,
de kleinste van Engeland beweerd een bordje.
Deze weg is doodlopend dus we rijden het stuk terug en
gaan dan over smalle en steile wegen via Broughton in Furness en Coniston
naar Ambleside. Onderweg zien we niet alleen veel schapen, watervallen
en bergen maar ook horden toeristen. Zelfs op de smalste en meest afgelegen
weggetjes is het druk. In Engeland is het nog vakantie en het Merengebied
is een uiterst populaire bestemming onder de Engelsen. En terecht, want
het is een mooi gebied.
De dorpen en stadjes die we onderweg aandoen zien er pittoresk
uit, een beter woord hebben we er niet voor. In Ambleside willen we
even pauzeren maar het kost ons heel wat moeite om een plekje in een
café te vinden waar we wat kunnen eten en drinken. Niet alleen
vanwege de drukte maar ook omdat steeds meer pubs rookvrije zones aan
het worden zijn. Gelukkig vinden we een plek vlak voordat het begint
te plensen.
Vanuit Ambleside nemen we de B5343 die ons langs de Dungeon
Ghyll Force brengt, een 21 meter hoge waterval en daarna nemen we de
weg naar de Wrynose Pass. Het landschap wordt ruiger en de hellingen
steiler, regelmatig 25%. Af en toe zijn er parkeerplaatsen waar we even
kunnen stoppen voor een foto, of om een andere auto te laten passeren.
En dan komt de Hardknott Pass. Veel stukken hebben al
een hellingspercentage van meer dan 25%, maar het laatste topje spant
de kroon met 30%. Onze motor is niet zo sterk dus we laten andere auto's
voorgaan en dan vol-gas naar boven. Gelukkig is het niet zo heel lang
maar de weg is nat en de auto slipt regelmatig. We rijden stapvoets
als we boven zijn. De afdaling is minstens zo spannend, afremmen op
de motor alleen is niet voldoende en de remmen ruiken naar versgebakken
brood als we weer beneden zijn. Door de spannende weg missen we helemaal
het Romeinse fort dat hier moet staan.
In Boot gaan we even kijken bij het treinstation. Je kunt
namelijk met een stoomtrein van Ravenglass de bergen door tot hier en
we willen zo'n echte stoomtrein dan wel eens zien. Tot onze verbazing
blijkt het een mini-stoomtreintje te zijn, met bijbehorende mini-wagons.
Volwassenen zitten met hun hoofd tegen het dak. Wel heel erg leuk voor
kinderen. Het is te laat om zelf nog een tochtje mee te maken, dus dat
doen we een andere keer.
Omdat het nog een tijdje licht blijft, rijden
we nog wat rond en de omgeving is prachtig om gewoon maar wat rond te
touren. We komen zo ook langs het kasteel in Ravensglass, Muncaster
Castle. Dat ziet er wel leuk uit en er is een uilenopvangcentrum, dat
kunnen we morgenvroeg wel eens uitgebreid te bezoeken. We gaan nu eerst
terug naar het hotel en we zijn blij dat de kachels op de kamer aan
zijn, want het is de hele dag erg koud geweest.