We zijn niet zo heel ver bij het Lake District vandaan,
ons eerste reisdoel in Engeland, dus we kunnen ook nog wat van Schotland
bekijken. Door Dumfries rijden we naar de zuidkust om het Caerlaverock
kasteel te bekijken. De dag begint met lekker zonnig en warm weer, dus
we kuieren op ons gemak over het terrein met hiernaast een blijde, een
soort katapult waarmee zware stenen tegen of over de muur van een kasteel
konden worden geworpen bij een belegering.
Het kasteel zelf ziet er indrukwekkend uit met z'n driehoekige
vorm, heel apart. Het lijkt niet zo heel groot, maar van binnen zie
je dat er heel wat kamers geweest moeten zijn. Het kasteel is in 1290
gebouwd, in de 17e eeuw verbouwd maar ook weer verwoest zoals zoveel
kastelen in het grensgebied met Engeland.
Tekeningen geven aan hoe de indeling in de verschillende
tijdperken geweest is en daaruit blijkt dat in 400 jaar tijd er misschien
iets meer luxe is bijgekomen, maar dat er verder niet eens zo'n groot
verschil was. Ons leven is dan toch heel wat geriefelijker, al was het
maar door de centrale verwarming, stromend water en afvoer (denk aan
de wc en douche!).
Na dit uitgebreide bezoek rijden we langs de
kust verder naar Gretna waar deze kathedraal staat. Iets zuidelijker
ligt Gretna Green, een grensplaatsje met Engeland. Ondanks het feit
dat Schotland en Engeland gefuseerd zijn in het Verenigd Koninkrijk,
heeft Schotland op een aantal gebieden zijn eigen wetgeving behouden,
waaronder die van het huwelijk. In Engeland golden strenge regels: je
moest toestemming hebben en in de kerk trouwen terwijl dat in Schotland
helemaal niet nodig was en meisjes op hun 16e al in het huwelijk mochten
treden.
Daardoor ontstond een soort van huwelijkstoerisme naar
Gretna Green en andere dorpen langs de grens. De dorpssmid voltrok de
huwelijken zoals hier in de Old Blacksmith's Shop, nu een bezoekerscentrum.
We mogen echter even niet naar binnen omdat er net een huwelijk wordt
vertrokken.
Dan verlaten we Schotland en gaan Engeland binnen, het
Cumbria distict. De meeste mensen zullen beter de naam kennen van het
gebied dat hier in het centrum ligt: het Lake District. Via Carlisle
rijden we naar Keswick waar we weer gas moeten tanken. Alleen op de
eerste dag hebben we 80 kilometer op benzine gereden, maar dat was meer
luiheid dan noodzaak. Zowel in Schotland als Engeland zijn er tegenwoordig
veel meer tankstations waar autogas verkocht wordt. Vroeger moest je
nog vaak een verlaten industriegebied opzoeken, tegenwoordig verkopen
ook veel normale benzinestations gas. Dat is ook geen wonder met een
benzine- en dieselprijs van rond de € 1,50 per liter. Soms staat
het op een groot bord met de literprijzen, maar lang niet altijd. Er
zijn in ieder geval minstens 3x zoveel tankstations met gas dan de Europa
lpg-gids van de ANWB aangeeft. Ook is het niet meer nodig een Europa-nippel
mee te nemen, alle aansluitingen passen op de Nederlandse bajonet-aansluiting.
De prijs varieert van 45 tot 75 eurocent (30 tot 50 pence).
Wanneer we Keswick uitrijden, gaan we eerst langs de Castlerigg
steencirkel die bovenop een heuvel ligt met mooi uitzicht op het omringende
landschap, aan de noordkant van het merengebied. Deze foto is van een
cirkel binnen een grotere cirkel, een soort speciaal heiligdom. Wat
ons vooral opvalt is dat er zoveel mensen rondlopen, het is hier veel
drukker dan in Schotland.
Daarna trekken we verder het Lake District in, door de Cumbrian
Mountains richting Wasdale. De afstanden zijn allemaal niet zo groot,
maar het schiet niet op: het is ontzettend druk op de weg, het weer
wordt slechter en de wegen steeds gladder terwijl we de eerste hellingen
met een stijgingspercentage van 25% oprijden. Op een bepaald moment
begint het zelfs te hagelen en de temperatuur zakt onder de 10 graden.
Het landschap is prachtig, maar we blijven toch liever even in de auto
die het ondertussen ook niet meer zo gemakkelijk heeft met de hellingen.
Maar we vinden het landschap prachtig en we willen graag
kamperen aan het Waste Water, tussen de hoogste bergen van het Lake
District. Maar na een paar uur door het steeds slechter wordende weer
rijden, besluiten we toch maar een hotelletje op te zoeken, want het
is wel heel erg koud en nat. Uiteindelijk komen we aan in Nether Wasdale,
aan de zuidwestkant van de bergen. Het hotel is niet supergoedkoop maar
in ieder geval droog en warm en een mooi uitgangspunt voor de komende
dagen. En als het warmer wordt kunnen we altijd nog de tent opzetten.
We nemen een warme maaltijd in het hotel en we zijn blij
dat er een kacheltje is, dat is wel nodig... In Schotland was het toch
stukken warmer!