In tegenstelling tot de vorige keer hebben we nu een buitenhut,
met uitzicht op de eindeloze zee. Geen gebonk van motoren maar wel het
geluid van een klotsende zee en het aanwakkeren van de wind. En veel
meer geschommel, want benedendeks zit je ergens in het midden en nu
zitten we hoger en aan de buitenkant. We slapen allebei wel, maar toch
wat onrustig en we worden regelmatig wakker. Gelukkig kunnen we 's ochtends
nog een uurtje doorslapen nadat een luide stem ons om half 7 heeft gewekt
om te zeggen dat we over 2,5 uur gaan landen.
Om 9 uur, Engelse tijd, rijden we het schip af en zitten
al gauw op de kustweg naar het noorden, richting Schotland. Iets voorbij
Berwick-upon-Tweed passeren we de grens. Dit stadje schijnt officieel
nog steeds in oorlog te zijn met Frankrijk, hebben we ergens gelezen,
omdat men vergeten was de stad uit te nodigen bij het tekenen van het
vredesverdrag in 1747.
Deze vakantie is vooral bedoeld om meer van Engeland en
Wales te zien, maar toch zijn we blij als we weer in Schotland zijn.
Kastelen in het Engelse deel, als in Alnwick (heel groot en majestueus
en gebruikt in de Harry Potter films) slaan we vandaag dan ook over.
De komende weken zullen we nog genoeg van Engeland te zien krijgen.
Zodra we de grens over zijn duiken we een dorp in (Lamberton)
voor een bak koffie. Een nog wat suffe barman helpt ons graag, ook al
is hij de troep van het feestje van gisteravond nog aan het opruimen;
what a night, verzucht hij. Als we vragen of we een bierviltje met een
leuke tekst mogen meenemen, brengt hij ons een heel pak! Wij gaan lekker
in het zonnetje buiten zitten met onze koffie en viltjes.
In Ayton, niet zo ver van de grens komen we ons eerste Schotse
kasteel tegen, met een leuk poortwachtershuis. En al snel daarna zien
we de eerste heuvels en bergen, uitgedoofde vulkanen, rond Edinburgh
verschijnen. We rijden in de volle zon, totaal in tegenspraak met alle
voorspellingen die regen en 15 graden in het vooruitschiet hadden.
Als we in Birnam stoppen voor een kop soep, net als 3
maanden geleden, staat de thermometer op 25 graden en zitten we te zweten.
We hebben alle tijd, dus doen we het rustig aan en maken ook nog even
een omweggetje langs de de ruïne Ruthven Baracks. Maar vlak voor
we de Highlands binnenrijden begint de regen al te vallen en het stopt
niet meer tot we in Beauly, ten westen van Inverness, zijn aangekomen.
De laatste kilometers zijn trouwens behoorlijk hilarisch: we kennen
de wegen hier nu behoorlijk goed, maar we hebben sinds kort (dankzij
een leuke klus) een navigatiesysteem met o.a. John Cleese als wegaanwijzer.
Hij doet het perfekt behalve de laatste 15 kilometer naar Beauly. Hij
raakt in de war, noemt afslagen die er niet zijn en tenslotte raken
wij ook in de war. Uiteindelijk komen we met een omweg aan. Altijd lachen
met die man!
In het Caledonian hotel worden we weer feestelijk onthaald
door Iain en Cathy en later ook andere oude bekenden. Een Engelsman
in de pub vraagt ons zelfs of we locals zijn of in ieder geval hier
wonen! Dat voelt toch wel als een kompliment... ja, we voelen ons hier
inderdaad thuis.
Na een warm maal en gezellige praat met allerlei bekenden
en onbekenden gaan we tevreden naar bed. We zijn weer op reis!