Als we naar beneden gaan voor het ontbijt is de kokkin
al druk aan het kokerellen en ze laat zich niet zien. Volgens mij is
ze gewoon een full English breakfast voor ons aan het maken, Lies twijfelt,
dat zal toch wel niet. Maar inderdaad, even later komt ze (een andere
vrouw dan gisteravond) met twee dampende borden vol bonen en ander lekkers
dat wij toch niet zo erg lekker vinden. We vertellen toch maar dat we
eigenlijk alleen een gebakken ei willen en de verontschuldigingen gaan
over en weer: zij dat ze niet eerst aan ons gevraagd heeft en wij dat
we niet even ons gezicht in de keuken hebben vertoond om te zeggen wat
we wel wilden. En zo krijgen we alsnog een heerlijk ontbijt, Lies de
gebakken eieren en ik de gescrambelde (om maar een mooi nieuw nederlands
woord te verzinnen voor scrabble).
De dag begint zonnig, maar fris is het wel en de lucht
wordt helaas ook al snel grijs als we naar de kust toerijden. We beginnen
met wat kleine weggetjes maar al snel komen we erachter dat we vanaf
de grote weg veel meer uitzicht hebben op het landschap.
Tintagel is onze eerste stop, alweer een plaats die nauw
verbonden is met de Arthur-legende. Het dorpje aan de kust van Cornwall
vaart er wel bij en de parkeerplaatsen zijn redelijk vol. Er zijn veel
restaurants en we beginnen met een kop koffie. Het oudste gebouwtje
in het dorp is het oude postkantoor (links op de foto) uit de 14e eeuw
dat druk bezocht wordt.
Zoals bijna overal aan de westkust van Groot-Britannië
(en ook Ierland) vind je hier palmbomen dankzij de warme golfstroom.
Het schijnt dat het bij ons kouder gaat worden als het broeikaseffect
erger gaat worden. Het wordt dan wel gemiddeld warmer op aarde, maar
de warme golfstroom zou verdwijnen waardoor het klimaat in westelijk
Europa juist zou afkoelen.
We zijn hier natuurlijk voor het Tintagel kasteel waar koning
Arthur zou zijn geboren. Het stamt uit de 12e en 13 eeuw en is nu een
indrukwekkende ruïne op twee afzonderlijke rotsen. Eén rots
ervan ligt in zee en we moeten een steile trap af en op om de kloof
te overbruggen, een flinke klim.
De rots is 90 meter hoog en is zo een natuurlijke vesting
wat het voor de Middeleeuwers wel aantrekkelijk maakte om er een kasteel
neer te zetten. Opgravingen hebben overigens uitgewezen dat er in de
6e eeuw (waarin de verhalen van Arthur vaak geplaatst worden) een klooster
stond.
Onderaan het kasteel zijn een aantal grotten in de rotsen
uitgeslepen waaronder Merlin's Cave, een natuurlijke tunnel die alleen
te bezoeken is bij eb. De geest van Merlijn zou er nog steeds rondwaren
wat te merken is als de wind door de grot fluit. De aanblik op de zee
en de grillige kust onderaan de rots is in ieder geval de moeite waard.
Na al het geklim gaan we met een jeep weer naar boven
want ik heb behoorlijk wat spierpijn overgehouden aan de beklimming
in Cheddar, gisteren. We zijn blij als we weer in de auto zitten, even
rust voor onze benen. We rijden dan verder langs de westkust, met af
en toe prachtige uitzichten op zee, en dan naar de zuidkust. Land's
End, het meest westelijke puntje slaan we over, maar we rijden wel naar
de zuidelijkste punt van het eiland, Lizard Point.
Het noordelijkste punt hebben we ook al eens gezien, John
O' Groats in Schotland, maar dit is leuker. Nu alleen maar hopen dat
we de auto weer los krijgen uit het mulle zand op de redelijk steile
parkeerplaats. Er zijn er meer die problemen hebben om er weer uit te
komen.
De kust bestaat hier uit prachtige, grillige rotsen. Langs
de kust van het schiereiland liggen veel verborgen grotten en baaien
die door de kracht van de wind en de zee zijn gevormd. Onze reis duurt
echter nog te kort om dit gebied beter te verkennen, maar het is zeker
de moeite van een wat langer bezoek waard.
De auto krijgen we gelukkig vrij gemakkelijk los en we
beginnen aan de terugreis. Halverwege komen we erachter dat we onze
uitgebreide Zuid-Engeland reisgids waarschijnlijk hebben laten liggen
op het winderige terras op Lizard Point. Jammer, daaruit haalden we
veel tips over dingen die we willen zien.
Tijdens het tanken (gas) maken we uitgebreid een praatje met een chauffeur
van een lpg-tankwagen die ons vertelt dat hij hier tegenwoordig bijna
dagelijks gas moet leveren tegen maar 1x per week een aantal jaren geleden.
Ook de Britten krijgen door dat op gas rijden stukken voordeliger is.
Dat is ook te merken aan het groeiende aantal tankstations waar lpg
verkocht wordt, en we hebben pas 1x even op benzine moeten rijden.
Om half 7 zijn we terug in het hotel, krijgen
weer een heerlijke maaltijd en babbelen wat met het vriendelijke barpersoneel.
Daarna bellen we even met het thuisfront en horen onder andere de stem
van ons kleinkind weer eens. De reismoeheid begint een beetje toe te
slaan, we voelen dat we wel zin hebben om over een paar dagen weer naar
huis te gaan. Maar echt heimwee, nee, zo erg is het nog niet, eerst
nog een paar dagen weer nieuwe dingen ontdekken.