We kunnen de tent vanochtend weer droog inpakken om verder
te trekken. Het voelt ook wat warmer dan de afgelopen dagen en in het
zonnetje rijden we naar het westen, richting Cheddar, dat volgens de
reisgids wel een leuk plaatsje moet zijn.
We hebben ook wel iets gelezen over een kloof, maar we zijn
toch niet voorbereid op het fantastische landschap waar we ons ineens
in bevinden. Zo bergachtig en zulke steile hellingen hadden we zover
naar het zuiden totaal niet verwacht. Klimgeiten grazen langs de gigantische
lege parkeerplaatsen onderaan de helling. De wanden rijzen soms wel
meer dan 100 meter steil omhoog. Apart dat er hier één
zo'n indrukwekkende kloof is en verder niet.
We verbazen ons over de vele en grote parkeerplaatsen
in de kloof die nu gelukkig helemaal leeg zijn. Blijkbaar wordt het
nu toch echt rustiger en zijn de vakanties echt voorbij. Tot we op een
kilometer bij het dorp vandaan zijn, daar worden de parkeeplaatsen alweer
voller. En het dorp is barstensvol. Dus niet zo rustig als we hoopten.
Cheddar is natuurlijk bekend van de kaas met dezelfde naam (het is de
meest geïmiteerde kaas ter wereld, lezen we), maar er zijn ook
een paar prachtige grotten. We kopen een ticket van £ 10,90 per
persoon, flink prijzig dus, maar daarvoor kunnen we 2 grotten bezoeken,
de Crystal Quest doen, een busritje door de kloof maken, 400 tredes
beklimmen naar de top met een uitkijktoren en een museum met prehistorische
vondsten in het dorp bekijken.
We beginnen met een bezoek aan de Cough's Cave waar we
een audiogids in handen gedrukt krijgen en zelf mogen rondwandelen.
Aan het begin van de grot ligt een replica van de Cheddar Man, die hier
in de prehistorie gewoond heeft en nu het oudste geheel bewaarde skelet
van Groot Britannië is. DNA-testen hebben uitgewezen dat een schoolmeester
in het dorp een rechtstreekse afstammeling van Cheddar Man is.
Normaal groeit er weinig in grotten, maar door het kunstlicht
weten de algen ook precies waar ze moeten zijn. Een ander verschijnsel,
dat we nog niet eerder in een grot hebben gezien, zijn de muntjes in
het plafond. De grotonderzoekers stopten (ruim 100 jaar geleden) een
soort cement tussen spleten en drukten daar muntjes in. Zo konden ze
bij een volgend bezoek zien of de munten er nog waren of dat ze eruit
waren gevallen doordat de spleet groter was geworden en ze dus het risico
liepen dat rotsblokken naar beneden konden komen.
We zijn wel een tijdje zoet in de grot en hard toe aan
wat verfrissingen als we weer buiten komen. De zon straalt helder en
het is t-shirt weer, heerlijk. Al komen we niet voor het weer, het is
allemaal toch wat gemakkelijker en prettiger als je gewoon in t-shirt
buiten kunt lopen.
Dan gaan we het kleine museum in waar vondsten uit Cheddar te zien zijn
vanaf de prehistorie. Hier heeft men ook bewijs gevonden dat men ooit
aan kannibalisme deed.
Cox's Cave is kleiner dan Cough's Cave, maar wel mooier
en veel gekleurder. Vooral de kleine vijvertjes waarin het plafond prachtig
weerspiegeld wordt waardoor wonderbaarlijk mini-landschappen en -dorpjes
onder water te zien zijn. Jammer dat het op de foto niet zo goed te
zien is als in het echt.
Eigenlijk is dit de eerste echt mooie grot die we zien in
Groot Britannië, ontdekt in 1837. Daardoor kwam in de 19e eeuw
het toerisme naar Cheddar al op gang. Cough's Cave werd in 1890 gevonden
en we kunnen ons voorstellen hoe druk het hier tegenwoordig in de vakantie
wel moet zijn, dan kun je waarschijnlijk op de koppen lopen.
Ook doen we de Crystal Quest, een reis door een magische
wereld en heel mooi gedaan met licht, geluid en allerlei monsters. Als
we de laatste zaal betreden stapt ineens een wezen in een monnikspij
op Teije af om hem bij z'n arm te pakken, en hij doet verschrikt een
paar stappen terug. Niet geschikt voor kinderen onder de 12, zie ik
later als ik bij de uitgang zit te wachten; er zijn er te veel die huilend
naar buiten komen, zo griezelig is het blijkbaar.
Ik moet wel een tijdje wachten, want Teije wil de Jacobsladder
met 274 treden nog beklimmen en daarboven nog de uitkijktoren. In totaal
telt hij 320 treden en wat ben ik blij dat ik morgen zijn spierpijn
niet hoef te voelen. Vanaf de top kun je een wandeling maken, maar ik
zit liever hier beneden. Al met al zijn we heel wat uurtjes zoet geweest
in dit leuke dorpje. Ook nemen we wat souvenirs mee, waaronder een hele
mooie draak die zich kronkelt rond een kristallen bol waarin een kasteeltoren
te zien is. In de bol zitten glasvezels die lichtgeven. Meestal zijn
dit soort dingen nogal kitscherig, maar deze vinden we ontzettend mooi.
En dan gaan we naar het zuidwesten richting Devon, waar
we ergens, we hebben nog geen idee waar, een slaapplek willen zoeken.
We beginnen onze speurtocht in Dunster, een aardig plaatsje waar parkeren
in het centrum nog gratis is, dat is ook een unicum! We pauzeren even
en kijken in een krant naar de weersvoorspellingen. Oei, dat ziet er
niet mooi uit: regen en kou, dus we gaan zoeken naar een hotel en niet
naar een camping.
We rijden door het Exmoor National Park waar het landschap
erg mooi schijnt te zijn, maar wij zien er niet veel van vanuit de auto
door de hoge heggen. In verschillende plaatsen stoppen we om naar kamers
te informeren maar zelfs in grotere plaatsen als Barnstaple en Bideford
hebben niets voor ons of zijn veel te duur. Uiteindelijk vinden we in
Great Torrington, als de schemer al valt, een nette kamer boven een
pub. Maar we zijn al met al wel weer 2 uur aan het zoeken geweest.
Als we 's avonds in de pub wat eten, worden we aangenaam
verrast: het eten is hier meer dan verrukkelijk! De groente is niet
nog halfrauw maar gaar, de aardappeltjes niet te vet, de patat normaal
en het vlees ook precies goed. Zou hier een buitenlandse kok zijn? Als
we het aan de uitbaatster vragen kijkt ze ons verrast aan en zegt dat
ze zelf altijd kookt. Nou, van ons een groot compliment!