De lucht is grijs als we uitgerust wegrijden uit het hotel.
Via Brecon rijden we de ochtend door het Brecon Beacons nationale park.
Met ruim 1300 vierkante kilometer te groot om op 1 dag te bekijken,
maar we rijden er van noord naar zuid doorheen. Veelal rijden we over
hoogvlaktes maar af en toe zit er een venijnige klim in de weg en hebben
we een mooi uitzicht over het af en toe woeste, en dan weer lieflijke
gebied.
Maar het is geen weer om mooie foto's te maken en als
we het nationale park uitrijden besluiten we om hier niet te blijven
hangen, maar door te rijden naar Engeland. We hebben al zoveel moois
gezien in Wales, dat we hier maar wat achterwege moeten laten. Via Cardiff,
de hoofdstad van Wales, rijden we de Servern rivier over en gaan naar
Bath.
Hoewel het nog wel bewolkt is, voelt de temperatuur hier
stukken aangenamer aan en we wandelen in t-shirt naar het centrum met
de paraplu op de arm. De reisgidsen vertellen allemaal dat Bath één
van de mooiste steden van Engeland is, maar wij kunnen het daar niet
helemaal mee eens zijn. Het oude centrum, bij de kathedraal en de Romeinse
baden, is charmant, maar om het nou supermooi te noemen... nee.
Maar de plek oefent al lange tijd aantrekkingskracht uit
op de bevolking, te beginnen bij de Kelten die hier Sul aanbaden, de
bronnengodin. Ruim een miljoen liter warm water komt hier dagelijks
naar boven en al vanaf 500 v.chr. staan de bronnen bekend als geneeskrachtig.
De Romeinen, die al zulke meesters waren wat baden betreft, maakten
van de bronnen gebruik om er een uitgebreid badhuiscomplex omheen te
zetten. De herkomst van de naam van de stad is dan ook wel duidelijk.
De warmwaterbron is door de meeste eeuwen wel bekend gebleven,
maar pas in de 19e eeuw werden de restanten van de Romeinse baden weer
teruggevonden (de buren hadden lekkage) en het is verbazingwekkend hoeveel
er nog van over gebleven is. De entreeprijs is behoorlijk (9,50 pond
p.p.) maar dit keer vinden we het zeker de moeite waard. We krijgen
een audiogids (ook nederlandstalig) mee die heel veel te vertellen heeft
over de diverse delen van de baden en vondsten die er zijn gedaan. De
temperatuur van het water uit de bron is 46 graden celsius en de lucht
in en rond Bath schijnt iets warmer te zijn dan daarbuiten. Vandaar
dat we het hier zo lekker vinden!
Waar het water onder de grond precies vandaan komt, is ons
nog steeds niet helemaal duidelijk geworden, maar het stroomt nog steeds.
Op de rechterfoto is de overloop van de warme bron naar de aangelegde
baden. Vandaar werd het over diverse badhuizen met verschillende doelen
verspreid. Links een foto met de haarstijl uit de Romeinse periode.
Dankzij de baden was Bath een behoorlijk grote en welvarende stad in
die tijd.
En Seneca, de Romeinse wijsgeer en stoicijn
uit de eerste eeuw wist het al: het hele leven is als een bad; we peddelen
maar wat rond in die grote badkuip. Het vervolg van de oorspronkelijke
spreuk is: sommingen zinken, anderen zwemmen. Ironisch genoeg werd Seneca
door keizer Nero gedwongen om zelfmoord te plegen en probeerde hij dit
door in bad zijn slagaders door te snijden, wat eerst niet wilde lukken!
Na dit leerzame en best leuke bezoek drinken we nog wat
en rijden dan verder het binnenland in, richting Salisbury's Plains.
Als we Wiltshire binnenrijden zien we al snel ons eerste 'witte paard'
in dit gebied, die van Cherhill, gemaakt in 1780. In het gebied zijn
minstens 7 van die witte paardefiguren op kalkrotsen te vinden.
Dit is ook een gebied vol prehistorische vindplaatsen
en Silbury Hill is er één van. De bedoeling van deze 4500
jaar oude heuvel is nog steeds onduidelijk, er zijn geen graven gevonden
of aanwijzingen dat het een heilige plek was. De mysterieën van
de oudheid hebben het in dit stukje Engeland heel goed overleefd.
Het is niet zo heel erg koud meer en toevallig stoppen
we bij Avon even om wat te drinken als blijkt dat de herbergier het
stuk land achter zijn hotel als camping gebruikt. Avon ligt net ten
noorden van de kale Salisbury Plains waar ook Stonehenge staat. We gaan
de komende dagen dit gebied wat verder verkennen dus zetten we de tent
op. De overnachting kost ons maar 2 pond per nacht! Maar er zijn alleen
toiletten aanwezig, geen douches.
Op de camping staan grote groepen studenten die allerlei
projecten hebben op prehistorische vindplaatsen en één
ervan is op de weide ernaast: mensen van het Timewatch Team van de BBC
proberen er iets te reconstrueren met grote boomstammen, een soort Woodhenge,
een cirkel van bomen in plaats van stenen.
Wij hebben vandaag weer een heel eind gereden en veel
gezien en als de tent staat gaan we nog even lekker op het terras van
de herberg zitten met een warme maaltijd en een drankje. Tijd om even
uit te rusten en ons voor te bereiden op een heel nieuw gebied. Wales
vonden we erg mooi en we hadden er gerust nog weken kunnen blijven omdat
er nog veel meer te zien is, maar we moeten keuzes maken en tot nu toe
hebben we meer tijd in Schotland en Wales doorgebracht dan in Engeland.
Dat gaan we de komende dagen goedmaken.