Ik ben ooit eens (op vakantie) Teije's verjaardag vergeten
en ieder jaar weer hoop ik dat hij de mijne eens vergeet. Dit jaar gaat
het goed, ik was het zelf al bijna vergeten, tot ik gisteren op een
toegangsbewijs ineens de datum zag staan. De hele dag heb ik me zitten
verkneukelen, maar helaas, nu snap ik waarom hij gisteren nog even alleen
een biertje ging drinken in de pub (tja, vertrouw zulke kerels nooit,
hij zat helemaal niet in de pub!) en vervolgens nog eens dingen uit
de auto moest halen...
Bij het ontbijt merk ik dat de hoteleigenaars ook in het
komplot zitten en ik krijg een heel mooi happy birthday toast op m'n
bord met gebakken eitjes erbij. En ook onze dochters zijn het nadrukkelijk
niet vergeten... Volgend jaar proberen we het opnieuw!
We nemen afscheid van onze gastheer en -vrouw en rijden
naar het zuiden. Veertig minuten later staan we voor een tolbrug en
als Teije geld wil pakken komt de kamersleutel van het hotel tevoorschijn.
We kunnen niet keren op de brug, maar pas vlak erna en vertellen de
brugwachter dat we over anderhalf uur weer terug zijn. Het is een onhandige
sleutel die je ook niet gemakkelijk opstuurt, dus we rijden het hele
stuk toch maar terug, eigenlijk dus voor niets. Ach, het is toch wel
een mooi gebied. Weer terug bij de brugwachter moeten we gewoon voor
de derde keer een pond betalen, die heeft een goede dag aan ons!
Ondertussen is het behoorlijk gaan regenen en dat houdt het grootste
deel van de dag aan. Het zicht is slecht en de wegen smal, niet echt
weer om van het landschap te genieten.
Met veel omzwervingen rijden we richting het zuidoosten
en tegen 4 uur arriveren we in Haye-on-Wye. Richard Booth, de excentrieke
bezitter van het kasteel, riep de onafhankelijkheid van het dorp in
1971 uit en benoemde zichzelf als soeverein. Eén van zijn doelstellingen
was om het dorp de wereldhoofdstad van het tweedehands boek te maken
en dat is aardig gelukt.
Het is gelukkig weer redelijk droog geworden en we struinen
heel wat boekenzaken af en Teije vindt eindelijk een Engelstalig boek
terug dat hij al jaren zoekt over de Engelse kathedraalbouwers in de
middeleeuwen. Jammer dat het vrijwel allemaal engels is, ik lees toch
liever in het nederlands.
Er zijn meerdere hotels in het dorp maar alles zit helemaal
vol. En wij dachten nog wel mooi op tijd iets te regelen zodat we morgenvroeg
nog even konden boekshoppen in het dorp. Dan maar naar de VVV, maar
het dichtstbijzijnde hotel waar volgens de mevrouw gerookt mag worden
is 20 kilometer ver. Er is een tandartsencongres in de buurt, daarom
zit alles vol. We moeten 2 pond betalen voor deze inlichtingen.
Op weg naar het hotel komen we vlak langs Arthur's Stone,
dus daar ook maar even kijken: een prehistorische grafkamer met meerdere
kamers. Vlak erbij zijn overblijfselen van een nederzetting gevonden.
De graftombe komt aan zijn naam door de folklore die zegt dat koning
Arthur hier een veldslag heeft geleverd.
Als we bij het hotel aankomen, blijkt er (uiteraard...)
niet gerookt te mogen worden, dus gaan we weer op pad. Na nog een dozijn
volle en overvolle hotels en anderhalf uur rijden, gaan we richting
Brecon, een wat groter stadje. We moeten ook nodig weer gas tanken want
het is net op en ineens zien we een tankstation met gas en een hotel
ernaast, in het gehucht Three Cocks. We hebben maar 2 kilometer op benzine
gereden, dus als dat geen geluk hebben is... Dan moeten we ook het hotel
maar even checken, en ja hoor, we worden gastvrij ontvangen en er zijn
kamers en er mag gerookt worden op de kamer. Gelukkig, het wordt al
bijna donker en dan vinden we toch minder prettig om te zoeken naar
accommodatie.
In de lounge staat een prachtige haard en het is bijna tijd
om het vuur te ontsteken, zo koud is het buiten geworden. We hebben
een niet al te groot, maar erg leuk kamertje, prima geschikt om te overnachten.
Maar jammer dat het alweer zoveel tijd kostte om iets te vinden. Maar
van tevoren overnachtingsplaatsen plannen is ook niets voor ons, want
nu hebben we wel de vrijheid om onze route aan te passen wanneer we
maar willen.