We krijgen een heerlijk ontbijt (heel zacht gebakken eieren
voor Lies, ik als altijd scrambled eggs) en rijden daarna al snel naar
Ingleton voor een bezoek aan de White Scar Cave.
De rondleiding duurt ruim 80 minuten, maar we hebben de
afgelopen jaren al zoveel mooie grotten gezien dat we deze niet echt
bijzonder vinden. De reisgids noemt de grot spectaculair, maar hoewel
de grot meer dan een kilometer diep is, zijn er slechts af en toe echt
bijzondere dingen te zien, zoals het heksensilhouet rechts. Het gebied
is wel mooi en je kunt o.a. langs 6 watervallen wandelen.
Na het bezoek aan de grot rijden we richting Wales en stoppen
in Chester, een alleraardigst plaatsje aan de grens met Wales. Plaatsen
als Liverpool en Blackpool slaan we over, we kunnen niet alles zien
(hoe graag we ook zouden willen). De regen houdt net op als we de auto
parkeren en uitstappen, maar een trui moeten we wel aan. Het is levendig
in het middeleeuwse centrum, alsof het nog steeds vakantie is.
Ook hier zien we weer veel huizen in die typische bouwstijl
waarbij het houtwerk aan de buitenkant zichtbaar is. Uiteraard is er
ook een grote kathedraal maar die slaan we dit keer over. Er zijn genoeg
andere leuke gebouwen te zien en we slenteren een hele tijd rond. De
middeleeuwse ommuring is nog helemaal intakt en je kunt er overheen
wandelen.
In vroegere tijden kon het wel gevaarlijk zijn in Chester,
dat grenst aan het meestal vijandige Wales. Er schijnt nog steeds een
algemene plaatselijke verordening uit oude tijden van kracht te zijn
die zegt dat inwoners van Chester het recht hebben om op beenhoogte
een pijl af te schieten als ze op zaterdagavond na 9 uur minstens 2
Welshmen tegenkomen. We hebben niet kunnen vinden wanneer dit voor het
laatst is voorgekomen.
Als we een internetcafé zien, duiken we even naar binnen om onze mail
te bekijken en het thuisfront te berichten dat alles goed gaat. Voorheen
belden we nog wel eens in via de laptop en onze mobiele telefoon, maar
na de torenhoge rekening van ons vorige uitje (Schotland in mei), doen
we dat maar niet meer.
We zien in het centrum van Chester een pracht van een
rotonde die ook goed te fotograferen is; Engeland lijkt de rotonde uitgevonden
te hebben, al tientallen jaren zijn ze hier immens populair en ze hebben
de meest vreemde en uiteenlopende vormen van een stip op de weg als
hier tot ingewikkelde, aan elkaar geknoopte, rotondes met soms wel 8
afslagen. Er is waarschijnlijk geen land met zoveel rotondes per vierkante
kilometer.
Als we Chester uitrijden komen we in de file te staan.
Er is een ongeluk geweest en op alle uitvalswegen staat het verkeer
muurvast, maar na een uurtje zijn we eindelijk de stad uit en kunnen
we de grens met Wales passeren. Vrijwel onmiddelijk verandert het landschap
weer en zien we de overgang naar heuvelrijk en zelfs bergachtig gebied.
Wel rijden we steeds tegen de zon in en hoe later het
wordt, hoe lastiger het is op de soms drukke wegen. Rond 6 uur beginnen
we naar een hotel te zoeken, want het is veel te koud om te gaan kamperen,
maar waar we ook zoeken, de hotels zijn alweer vol, heel erg duur of
er mag niet gerookt worden. Pas tegen half 9, als het al donker begint
te worden, vinden we iets in Harlech, vlak onder het kasteel dat op
een steile rotswand is gebouwd.
Het hotel heeft ook een pub en de eigenaren zijn erg vriendelijk.
Ze moeten nog een kamer op orde brengen, dus we blijven even hangen
in de kroeg. Maar als we op onze kamer zijn voelen we pas echt hoe moe
we zijn en we gaan vroeg naar bed. Nog wel kijken we even wat voor weer
het wordt en het lijkt erop dat we morgen misschien wel weer kunnen
gaan kamperen.