Vandaag is het stranddag voor ons, al laat de zon het de meeste
tijd afweten. Er hangen nevelige zandwolken in de lucht maar het is heerlijk
warm, ruim boven de 30 graden en alleen al door het licht worden we steeds
wat bruiner. We worden meteen opgevangen door onze 'vaste' beachboy, Moses.
Hij brengt ons kussens voor de ligbedden, maakt een praatje en laat ons
dan weer met rust. In tegenstelling tot de vele verkopers van zakjes water,
rolexen, pinda's, kranten, souvenirs, fruit, drankjes en noem maar op. We
slaan iedereen beleefd en glimlachend van ons af. Gambia wordt wel de Smiling
Coast genoemd vanwege de vorm van de Gambia rivier op de kaart die op een
lachende mond lijkt, maar de Gambianen zelf lachen ook continue, zelfs wanneer
je niets van ze wilt.
Honden zie je hier regelmatig rondzwerven en we hadden al
het idee dat net als in de Arabische wereld honden niet echt op prijs gesteld
worden of als huisdier gehouden, tot we opeens dit beeld zien: een Gambiaan
die uren met z'n hond aan de lijn op het strand wandelt, speelt en uitrust.
Er komt zelfs nog een andere Gambiaan langs met eveneens een hond aan de
lijn!
Af en toe duiken we even tot ons middel de zee in, maar de meeste
tijd besteden we toch aan het lezen van de vele boeken die we meegenomen
hebben of we kijken gewoon wat rond naar alles wat zich op het strand afspeelt.
We vervelen ons echt niet.
Een opvallend verschijnsel is de aanwezigheid van blanke,
oudere vrouwen die een jonge Gambiaan bij zich hebben. Ze lijken alles over
te hebben voor de vrouw in kwestie: langdurige massages van teen tot kruin,
het ophalen van eten en drinken, soms zelfs het voeren. Volgens ons zijn
de jongens allang blij dat ze iemand hebben die hen af en toe een maaltijd
geeft en misschien ook wat geld, maar volgens Moses is het allemaal True
Love en is er geen sprake van geldbejag. Wij hebben er zo onze bedenkingen
over, zeker wanneer je een 60- of 70-jarige ziet lopen met een jonge knul
van nog geen 20 aan de arm.
Voor we terug lopen naar het hotel hebben we met Moses een
heel gesprek over het milieu. Hij vindt het normaal om papiertjes en flesjes
gewoon op het strand te gooien en snapt niet waarom wij daar zo moeilijk
over doen. Pas wanneer we hem uitleggen dat er misschien wel geld te verdienen
valt met het opruimen van troep raakt hij geïnteresseerd. We vertellen
hem van de boetes die er bij ons staan op het overtreden van bepaalde milieuregels
en hij kan het nauwelijks geloven. We stellen voor dat hij eens gaat proberen
toeristen aan te spreken op de rotzooi die ze achterlaten en dat hij ze
aanbiedt om het tegen een kleine vergoeding voor hun op te ruimen. Het idee
spreekt hem wel aan, dus wie weet, misschien zijn binnenkort de stranden
weer helemaal mooi schoon.
Aan het einde van de dag gaan we nog wat drinken bij Berend
en Agnes op de veranda. Zij trekken er af en toe op uit met een jongen van
het hotel en beleven ook heel wat. Het zijn aardige mensen en we kletsen
wat af onder het genot van een lauw biertje. Je kunt hier een koelkastje
huren, maar dat kost zo'n € 6 per dag.
Vanaf hun veranda hebben we mooi uitzicht op het pad waar regelmatig
wasvrouwen langslopen in vaak kleurrijke kleding. De grote wasmanden worden
soms vastgehouden met 1 hand, maar vaak ook gewoon los op het hoofd.
Het is een wonder dat in een toch niet al te schoon land de
mensen er steeds in zulke schone kleren bijlopen. We voelen onszelf behoorlijk
uit de toon vallen in onze bestofte kloffies.
Wanneer we 's avonds de deur naar onze veranda openen zien
we ineens een grote krab die probeert binnen te komen. Als we het licht
aandoen schuifelt hij langzaam zijwaarts weg. Het is een kanjer van bijna
20 centimeter lang.
Teije gaat nog een uurtje naar Salifu om te praten. Hij vertelt
van alles over zichzelf: zoals zoveel jongens is hij geboren en getogen
in het oosten van Gambia en naar de westkust verhuisd om werk te zoeken.
Van het weinige geld dat hij verdient, spaart hij ook nog voor zijn ouders
die nog steeds een boerderijtje hebben in het oosten van het land. Hij is
van de Fula stam die zo'n 13% van de bevolking uitmaakt. Andere stammen
zijn de Mandinka (40%), de Wolof (12%) en de Jola (8%) plus nog een aantal
kleinere stammen.