Aan het ontbijt praten we met meerdere stellen die we al vaker
hebben gezien, zoals Jan en Hetty die al veel vaker in Gambia zijn geweest
en misschien wel een stuk land willen kopen, en met Berend en Agnes die
voor de eerste keer buiten Europa zijn en voor wie Gambia toch wel een cultuurschok
is. Met hun spreken we af vandaag samen op pad te gaan naar een slangenboerderij
die in de buurt moet zijn. Wanneer we echter met de taxichauffeurs gaan
onderhandelen blijkt al snel dat het minstens een uur rijden is, misschien
nog wel veel langer. Dan veranderen we ons plan, en later nog een derde
keer en ze worden een beetje gek van ons. Ach, vaak is het omgekeerde het
geval, dus dat is helemaal niet zo erg. De taxicontroller komt erbij en
zegt dat we echt veel te weinig willen betalen en we komen een prijs overeen
van 550 Dalasi (€ 15) voor een bezoek aan de markt van Serrekunda en
het Abuka nationale park. De chauffeur staat dan 6 uur tot onze beschikking.
Serrekunda is de grootste stad van Gambia (ergens tussen de
175.000 en 275.000 inwoners volgens diverse bronnen) en er zijn diverse
markten die allemaal vlak bij elkaar liggen. Het is een kleurige bedoening
en al snel worden we begeleid door twee jochies die zich ongevraagd als
gids opwerpen wanneer we de smalle steegjes induiken. Eentje voorop en eentje
achteraan, maar we kiezen zelf onze weg en regelmatig moeten ze ons weer
achterna komen wanneer we een andere weg inslaan dan zij willen. Nee, we
hoeven niet naar de batik-fabriek van je oom!
Naast groente en fruit is er vooral heel veel vis te koop, soms
helemaal overdekt met vliegen. We vragen netjes op sommige plekken of we
een foto mogen maken en sommigen vinden dat erg leuk, anderen zijn erg afkerig
of willen er geld voor. Ik mag ook met ze trouwen, dat is ook een optie
wanneer een paar vrouwen me aanmoedigen om een foto te maken. Ik leg ze
uit dat ik met 1 tevreden ben.
De geuren en kleuren zijn overweldigend, evenals de drukte
in de smalle straatjes. We worden zo nu en dan aangesproken en aangemoedigd
om iets te kopen, maar we worden totaal niet lastig gevallen. Na een dik
uur lopen komen we op een iets rustiger pleintje waar een moskee staat.
Hier houden we even pauze om bij te komen.
Op de markt is van alles te koop, maar we vragen ons af hoeveel
er werkelijk verkocht wordt. We zien zoveel viskraampjes, maar niemand die
een vis koopt. Wat zou er aan het einde van de dag met alle verse waren
gebeuren? Mee naar huis nemen om dan zelf maar op te eten?
Na anderhalf uur houden we het voor gezien, maar een belevenis
is het zeker om hier rond te wandelen. En absoluut goed zelf te doen, anders
dan wat sommige reisorganisaties zeggen. Je kunt zelfs de taxichauffeur
vragen om als gids mee te lopen die dan ook verhindert dat je al te veel
wordt lastig gevallen.
Hierna brengt de chauffeur ons verder naar het Abuko Nature
Reserve, ten zuiden van Serrekunda. Onderweg komen we een grote geitenmarkt
en slachtplaats tegen waar duizenden geiten staan. Volgende week vrijdag
is het Tobaski, de dag van de offerande die 2 maanden en 10 dagen na het
eindfeest van de Ramadan wordt gevierd. Wanneer een familie het kan betalen,
wordt er een schaap, geit of kip geslacht en met familie en vrienden opgegeten.
Abuko herbergt een stukje jungle dat er heel wat wilder en
'echter' uitziet dan Makasutu! Er loopt één pad (ongeveer
3 kilometer) door het gebied en er loopt een gids met ons mee. Hij stopt
al bij de eerste boom voor een verhaal en even denken we: nee he, niet weer...
Maar hij is heel wat beknopter dan de gids in Makasutu en al snel zien we
nu ook ons eerste wild: antilopen. En ook krokodillen die zich verstoppen
in het hoge gras en een diep poel.
Er schijnen zo'n 300 vogelsoorten in dit stukje ongerepte
oerwoud te zitten en we horen er wel veel, maar krijgen ze lang niet altijd
te zien. En natuurlijk vaag geritsel in de boomtoppen, apen volgens de gids.
Ik beloof Lies dat ze echt apen te zien krijgt maar het lijkt er in eerste
instantie niet op.
Maar daar zijn ze ineens, waarschijnlijk in de hoop dat we voedsel
voor ze hebben. Ze lijken redelijk gewend aan mensen maar schikken toch
terug wanneer je te dichtbij komt. Omgekeerd geldt hetzelfde: de meeste
apen hebben vlooien, hondsdolheid komt bij ze voor en ze kunnen behoorlijk
bijten.
Berend heeft geen pinda's bij zich maar wel wat pepermuntjes
en één aap ziet dat ook wel zitten. Voorzichtig pakt hij hem
uit de hand van Berend en gaat wat verderop zitten om op zijn aanwinst te
kauwen.
De wilde apen in dit park zijn voornamelijk fluweelapen, maar
er is ook een rehabilitatieproject voor apen die in buitenlandse dierentuinen
zijn geboren en klaargestoomd worden om weer in de vrije natuur te kunnen
overleven. De meeste worden uitgezet op Baboon Island, een natuurreservaat
dat niet toegankelijk is voor toeristen.
We lopen een holle boomstam voorbij, op nog geen 30 centimeter
en Berend zegt ineens: he, een slang! We draaien ons om en zien ineens een
cobra zich verheffen en dreigend naar ons kijken. De gids roept: a spitting
cobra, en springt meters achteruit. Het blijkt een zwarte cobra, maar die
zijn ook giftig genoeg. Het schijnt een zeldzaamheid te zijn dat we er één
te zien krijgen. Wanneer we op ruim 1 meter afstand blijven vindt de slang
het goed en gaat lekker liggen zonnen.
We vervolgen de mooie wandeling, maar nu wel iets meer op onze
hoede. Uiteindelijk komen we aan het eindpunt waar een winkeltje staat en
een kooi met daarin reuzenschildpadden en enkele apen. Tijd voor een verfrissend
drankje en een broodje voor de gids.
Er zijn ook nog enkele hyena's achter hekken te zien en heel
veel gieren die afkomen op het vlees waarmee de beesten gevoederd worden.
Er schijnen ooit ook leeuwen te hebben gezeten, waaronder één
afkomstig uit de Beekse Bergen, maar die is volgens de gids drie dagen geleden
ontsnapt en door militairen doodgeschoten omdat hij te dichtbij een vluchtelingenkamp
van Senegalezen kwam.
De vrouwen in het winkeltje lijken hier te wonen, ze hebben
een keuken buiten de winkel en we mogen weer een mooie foto van een kind
op de rug maken. Kinderen tot 3 of zelfs 4 jaar worden zo konstant meegedragen.
De taxi staat al op ons te wachten en we zijn erg tevreden
met dit uitstapje. We hebben heel wat meer gezien dan in Makasutu maar wanneer
we andere reisverhalen lezen op het internet hoeft dat niet altijd het geval
te zijn, we hebben gewoon geluk gehad en gisteren pech. En de ontmoeting
met de zwarte cobra is toch wel een hoogtepunt.
We stappen de taxi uit bij Elton, het benzinestation op de
hoek van de weg waar het hotel staat en nemen een drankje. Ook rekenen we
eens uit wat we kwijt zijn: nog geen 1200 Dalasi (€ 33) voor de taxi,
alle fooien, de drankjes en de entree voor Abuko, dus zo'n € 8 per
persoon. Een koopje vergeleken met de excursie naar Makasutu.
We eten vroeg vanavond en na een praatje met Salifu de bewaker
te maken, gaan we redelijk vroeg op bed. Morgen wordt een echte rustdag,
hebben we besloten.