Tja, vandaag valt er eigenlijk niet veel te vertellen. Na een
laat ontbijt zijn we naar het strand gegaan en zijn er het grootste deel
van de dag blijven liggen, Lies in de zon met anti-verbrandmiddelen en ik
in de schaduw. Nou ja, veel zon is er nog steeds niet te zien door de zandwolken
heen. Maar lekker warm is het wel. Dit keer liggen we wel op strandstoelen
en worden we zelfs bediend met frisdrank als we dat willen, maar we worden
er niet minder om lastig gevallen.
Toch vallen mensen je hier heel anders, veel vriendelijker,
lastig dan in Egypte of Marokko. Wanneer je nee zegt gaan ze meestal vrij
snel weer weg en dat zijn we wel anders gewend. Verkopers van 'echte' Rolexen,
vrouwen met zakjes water op hun hoofd, jongens die je aanbieden om paard
te rijden op het strand, het kan allemaal.
Aan het einde van de middag gaan we toch nog even op pad,
met een taxi naar Fajara. Zo krijgen we tenminste nog iets anders te zien
dan alleen ons hotel. Die houding gaat niet op voor veel mede-toeristen.
Uit gesprekken blijkt namelijk al gauw dat een heleboel alleen voor het
strand en het weer gekomen zijn en niet voor het land en sommige mensen
komen echt niet verder dan de bar, het zwembad en het strand.
Beseffen mensen dan niet dat dit een derde wereldland is? Waar
men toch zo inventief en creatief is om oude autowrakken weer aan de praat
te krijgen en men zuinig is op alle apparatuur zoals koelkasten en tv's
om die zo lang mogelijk aan de praat te houden! We zijn echt verbaasd dat
we buiten het hotel zo weinig toeristen treffen.
In Fajara stappen we uit bij het enige stoplicht dat het land
rijk is en we moeten even wachten tot het voetgangerslicht op groen springt.
Zelfs dan moeten we uitkijken voor het autoverkeer. We willen eens in een
ander restaurant eten en we gaan naar La Plaza. Het staat goed bekend, maar
het voedsel in ons hotel is toch heel wat beter en ook goedkoper. Ook de
officiële toeristen-taxi (groen) die ons terug brengt is stukken goedkoper
dan de geel-groene waarmee we zijn gekomen en die zogenaamd betere prijzen
heeft.
's Avonds maakt Lies nu ook kennis met Salifu de bewaker met
wie ik gisteren zo'n leuk gesprek had, en ze is het met me eens dat het
een hele lieve jongen is. Maar dit keer kost het moeite om bij hem weg te
komen, want hij wil maar door blijven praten en daar hebben we na een uur
toch wel genoeg van. We hebben wat cola voor hem meegebracht om hem de nacht
door te krijgen. We moeten er niet aan denken, 12 uur lang werken 's nachts
en altijd maar alert moeten blijven.
Ook vanavond gaan we eigenlijk weer te laat naar bed hoewel
we heel moe zijn en morgen weer vroeg op moeten voor een excursie.