Na het ontbijt (ja, we hebben lang geslapen en goed, ook al
werd ik vaak wakker van het harde bed), gaan we naar de informatie-bijeenkomst
over Gambia. Ook Teije is hier nog nooit eerder geweest dus hij kan niet
doen alsof hij alles al wel weet (zoals in Egypte en Marokko). We krijgen
veel over Gambia te horen en vooral ook over de mooie excursies die mogelijk
zijn. We willen natuurlijk ook wel wat van het land zien en niet alleen
maar aan het strand liggen, ook al hebben we erg veel zin in een rustig-aan-vakantie.
Daarnaast komt natuurlijk het thema aan bod waar iedereen mee te maken krijgt:
hoe gaan de mensen met toeristen om en hoe ga jij als toerist met de bewoners
om. Mensen hier zijn vriendelijk, zoals in de meeste landen, maar wanneer
je arm bent en je ziet die rijke lui hun geld uitgeven, dan wil je daar
graag een graantje van meepikken. En als je merkt dat de aanhouder vaak
wint bij de toerist die nog niets van het land weet, dan wordt je misschien
wel steeds brutaler.
En dat merken we als we het hotelterrein afgaan. We worden
aan alle kanten omringd door mensen die ons iets te bieden hebben, maar
het is toch heel anders dan in Marokko of Egypte, veel persoonlijker. Iedereen
wil je een hand geven, geeft z'n eigen naam en wil die van jou weten, en
daardoor komt het veel vriendelijker over. Je kunt natuurlijk geluk hebben,
maar de mensen die rond de hotels hangen proberen vooral de nog naïeve
toerist geld uit de zakken te kloppen wanneer je op hun aanbiedingen ingaat.
De wat eerlijker en 'normalere' mensen zul je hier niet snel zien, die zijn
niet brutaal genoeg.
Handenschuddend lopen wij naar een heel modern uitziend tankstation
waar ook een supermarktje zit. We kopen wat water en ploffen neer op het
terrasje dat uitkijkt over een kruispunt van enkele brede asfaltwegen. Het
jochie in de kiosk slaapt en we laten hem uit zichzelf wakker worden. En
meteen hebben we met een heel ander type persoon te maken, heel aardig en
totaal niet opdringerig en de prijs van de drankjes is meteen gehalveerd
ten opzichte van die in het hotel.
Eigenlijk wilden we vandaag aan het strand gaan liggen om
bij te komen van de drukke afgelopen weken, maar de zandstormen razen zeker
nog steeds boven de Sahara want de zon is niet te zien. We gaan dus toch
even op pad en spreken de eerste taxi aan die we zien. Hoeveel naar Banjul,
vragen we aan een jochie die z'n rijbewijs eigenlijk nog nauwelijks kan
hebben. We komen een prijs overeen die waarschijnlijk nog veel te hoog is
en rijden dan in de aftandse wagen in een slakkegang naar de hoofdstad.
De chauffeur drukt me een losse kruk in hand zodat ik eventueel het raampje
omhoog kan draaien. De ellendige stoelen in ons hotel zitten toch heel wat
beter!
In Banjul weet hij niet waar de Albert Market is, de drukke
markt van Banjul, dus we stappen zomaar ergens uit en we lopen op goed geluk
wat rond. Dat we in de wijk Half Die zijn zien we al snel aan de open riolen
en armoedige leefomstandigheden. Maar we vinden de markt uiteindelijk wel
en op een drietal vervelende jongens na worden we eigenlijk helemaal niet
lastiggevallen.
Maar foto's maken op de drukke markt durven en willen we eigenlijk
niet, daarvoor is het te armoedig. Ook speelt een beetje schuldgevoel mee,
om als rijke toeristen de kleurrijke armoede van de bewoners vast te leggen
omdat het zo verschillend is van wat wij kennen. De meeste huizen zijn van
golfplaten gemaakt.
Een taxi terug is zo gevonden en zelfs de vraagprijs is al
lager dan wat we op de heenweg hebben betaald. Zo leren we de prijzen een
beetje kennen. Wanneer we vlakbij het hotel zijn vliegt er ineens een motorrijder
ons voorbij en Teije zegt nog als grapje: een vliegende eend op de weg,
maar de chauffeur gaat snel aan de kant en langs de weg staan tientallen
mensen te zwaaien en te juichen; een heel konvooi van gepantserde wagens
passeert ons en volgens de chauffeur is het de president zelf, Yahya Jammeh,
die na een staatsgreep in 1994 als 29-jarige luitenant de leiding had en
ondertussen officieel democratisch gekozen president is! Na zoveel jaar
in Nederland hebben we de koningin nog nooit live gezien, maar na 1 dag
in Gambia de president al.
Aangezien er in Banjul nergens cafe's of restaurants te zien
waren, zelfs geen thee- of koffiehuizen, stoppen we nu weer even bij het
terras op de hoek, bij de benzinepomp vlakbij ons hotel. En dan toch nog
maar even naar het strand, ook al is de zon niet te zien door de stofwolken
heen. De beachboys lokken ons naar de strandbedden maar vandaag willen we
even op onszelf zijn. Niet dat het werkt want we worden steeds weer aangesproken
door verkopers van nutteloze goederen als horloges en nepsieraden.
Wel lief zijn de twee jonge meisjes, zes of zeven jaar, die
vragen of we uit Holland komen en dan vader Jacob zingen in algemeen beschaafd
Nederlands! Hun schooltje wordt gesponsored door een Nederlandse... Als
beloning geven we ze elk een pen. Verdacht is wel dat binnen de kortste
keren meer jonge kinderen komen vragen om een pen en eentje heeft zelfs
de pen in handen die we eerder aan een ander meisje gaven!
Veel zon hebben we niet gezien vandaag en na een maaltijd
in het hotel gaan we naar de kamer. Teije blijft 's avonds nog een hele
tijd weg wanneer hij wat drankjes gaat halen en hij blijkt een nieuwe 'vriend'
ontmoet te hebben, een heel lieve, zachtaardige bewaker die van 8 uur 's
avonds tot 8 uur 's ochtends een bepaald gedeelte van het hotel moet bewaken,
6 dagen per week voor 850 Dalasi per maand. En 1 van de eerste Gambianen
die ons niets probeert te verkopen maar gewoon heel blij is met wat aandacht
en een goed gesprek. Salifu (met de klemtoon op de laatste lettergreep)
Jallow (spreek uit asl Djalu) heet hij. Ik ben benieuwd, ik heb hem nog
niet ontmoet, maar dat zal vast nog wel gebeuren.
We zijn bekaf wanneer we in in bed liggen, maar morgen gaan
we lekker niets doen.