Het is alweer bloedheet wanneer we opstaan om te ontbijten.
Daarna gaan we snel nog twee uurtjes op het strand liggen want daar is het
weer wel geschikt voor, vandaag.
Maar 's middags gaan we met Joshko op stap omdat het onze
laatste dag hier is. Allereerst gaan we naar het eiland Pag en het kleine
stadje met dezelfde naam. Hier woont zijn moeder Marija. Het eiland is langgerekt,
ruim 50 km. lang en nooit meer dan 10 km. breed. Zodra je de brug oversteekt
die tegenwoordig het eiland met het vasteland verbindt, krijg je de indruk
van een echte woestijn, zo dor en droog is het. Hier komen beroemde Kroatische
kazen vandaan en er is een grote zoutwinningsfabriek. Zelfs in de oudheid
werd hier al zout gewonnen.
Uiteraard krijgen we bij Marija thuis eerst eten voorgeschoteld alvorens
we een rondleiding door het stadje krijgen.
We weten niet meer precies wat Lies hier aan het doen
is, een rondedansje waarschijnlijk. Rechts een tegellegger die alle keien
bedekt met een laag cement zodat het patroon onzichtbaar wordt. We snappen
het doel ervan eerst niet maar wanneer we navragen blijkt dat het cement
later weer afgeschuurd wordt zodat de keien zichtbaar worden en de grond
toch egaal is.
Pag is een klein stadje waar het toerisme nog niet tot
bloei is gekomen. Het ligt er echter prachtig bij. Gelukkig waait er een
zacht, verkoelend briesje, want het wordt steeds warmer en warmer.
In het midden van het eiland ligt een meer waarin een verzonken Romeinse
stad gevonden zou zijn. We rijden er naar toe maar door de diepe ligging
zien we niets.
Marija is een lief mens, maar ze spreekt alleen Italiaans
als buitenlandse taal en Joshko doet dienst als vertaler. Ze is erg goed
geïnformeerd over de geschiedenis en plaatselijke gebruiken en ze
heeft heel wat te vertellen. In de auto geeft zij aanwijzingen over de
route terwijl Lies en Joshko het steeds benauwder krijgen achter in de
auto met temperaturen van ver boven de 30 graden.
Daarna gaan we op zoek naar een mysterieuze driehoek die meer
naar het noorden op het eiland tussen de rotsen te vinden zou zijn. Rond
deze plek zijn veel UFO-waarnemingen geweest en schijnen meer onverklaarbare
zaken te gebeuren. We komen in een volkomen maanachtig landschap terecht
waar de rotsen zo gespleten zijn dat je er nauwelijks op kunt lopen. Het
blijkt dat we niet bij de driehoek kunnen komen tenzij we een tocht gaan
maken over de scherpe rotsen van ruim een uur, zo horen we van een paar
mensen die ervan terugkomen. Ook deze plek bewaren we voor een volgende
keer wanneer we goed schoeisel bij ons hebben en het minder warm is. De
paar literflessen frisdrank die we nog in de auto hebben, zijn snel op,
ook al smaken ze naar vieze warme zoete thee.
In Novalja stoppen we dan eindelijk voor een verfrissing die
ook echt fris en koud is. In dit havendorpje zijn heel wat meer toeristen
te vinden die van hieruit met boten de eilanden voor de kust bezoeken.
Nadat we Marija weer thuis hebben afgezet gaan we terug naar
Zadar waar de vader van Joshko ons een barbecue beloofd heeft. Na een uur
wachten gaan we echter toch maar naar een restaurant toe want hij is niet
thuis en neemt z'n telefoon niet op. Wanneer we net besteld hebben duikt
hij weer op en probeert ons alsnog mee naar huis te lokken. Maar de barbecue
zal echt moeten wachten tot ons volgende bezoek. Iedereen die ons uit de
verhalen van Joshko kent wil ons graag ontmoeten en een maaltijd klaarmaken,
dus verhongeren doen we absoluut niet; maar we zijn bevriend met Joshko
en daarom nog niet met de hele familie.
Het is alweer laat wanneer we Joshko naar huis brengen en
naar de camping rijden. Om twaalf uur zitten we nog in t-shirt buiten, zo
was het vorig jaar ook ongeveer. Maar helaas, morgen vertrekken we. Door
onze vriendschap zullen we hier echter zeker weer terugkomen en dat moet
ook wel, want er valt nog heel wat te zien en te doen.