Het regent de halve nacht kleine druppels op de tent en we
doen het 's ochtends rustig aan tot de tent goed droog is. Pas tegen half
twaalf verlaten we de camping alweer helemaal bezweet. Het is zo'n 25 graden
en heel erg vochtig in de lucht, gewoon benauwd. In het stadje Monfalcone
tanken we nog even want we hebben geen Sloveens en maar weinig Kroatisch
geld bij ons. Wanneer we moeten afrekenen weten we dat we zijn opgelicht
maar we kunnen er weinig tegen doen: € 38 moeten we betalen voor bijna
40 liter, wat zo'n beetje het maximum is van onze tank. Maar de branstofmeter
stond nog ruim over een kwart en de afgelopen weken betaalden we steeds
rond de € 25 wanneer de meter ongeveer op die stand stond. Maar hoe
leggen we dat uit aan twee glunderende Italiaanse jochies die geen woord
buitenlands verstaan? Ach, we nemen ons verlies en hopen hiermee de wereldekonomie
weer wat gesteund te hebben.
We zijn snel bij de grens met Slovenië maar daarna staat
het vrijwel stil, een lange file tot aan de Kroatische grens. En ook daarna
duurt het nog lang voordat we voorbij Rijeka en bij de kust van de Adriatische
Zee zijn. De temperatuur is ondertussen flink gezakt en er is behoorlijk
wat bewolking. Af en toe valt er ook wat neerslag.
We hebben ons voorbereid op een lange tocht en dat is
maar goed ook want het schiet echt niet op. Er rijdt vrij veel langzaam
verkeer en inhalen is meestal onmogelijk. De weg is een lange grote bocht
die de kust volgt en wanneer je al eens iemand hebt ingehaald moet je
uitkijken voor de snelheidscontroles want zelfs op zaterdagmiddag staan
overal politiewagens met laserguns!
Dat neemt niet weg dat deze weg prachtig is om te rijden,
hoewel we ons niet kunnen herinneren van vorig jaar dat de weg ook zo slecht
was. Wel zijn er veel meer vangrails geplaatst langs de gevaarlijke stukken
terwijl er toen vaak alleen maar paaltjes stonden om de 5 tot 10 meter langs
afgronden die soms regelrecht de zee inlopen.
Af en toe klaart het weer op en het lijkt ook iets warmer
te worden. Wanneer we het schiereiland naderen waarop Zadar ligt, hebben
we het eigenlijk ook wel een beetje gehad. Ruim 6 uur hebben we gedaan over
300 kilometer, bocht na bocht en vaak hangend achter andere (vracht-)auto's.
We denken zo even naar de camping te rijden waar we vorig
jaar anderhalve week hebben gestaan, maar dat valt tegen en we zoeken nog
ruim een kwartier en rijden nog ergens een zwaarbewaakt militair terrein
op. Uiteindelijk vinden we het dan toch en al gauw hebben we een plekje
gevonden.
Het is al behoorlijk druk op de toch vrij grote camping, en
de receptie denkt dat we graag dicht bij het strand tussen alle andere mensen
willen staan. Nou niet dus en we zoeken een wat rustiger plekje voor onszelf
uit. Onze vriend Josko hebben we ge-sms-d (of hoe je dat nieuwerwetse woord
ook schrijft) en we zien hem morgen.
Nu moeten we nog even terugkomen op onze Italiaanse diesel-oplichters:
sinds het tanken hebben we ruim 300 km. gereden en de brandstofmeter staat
nog steeds op het maximum. Wat is daar toch gebeurt bij dat tankstation?
Bij veel Italiaanse benzinestations is het geen self-service en helpt een
bediende. Zo ook daar, maar er is iets misgegaan, dat is duidelijk: of we
hebben te veel betaald en de vlotter in de benzinetank is blijven hangen
of ze hebben er een extra tankje bijgehangen of zo. Misschien moeten we
toch even naar een garage. Maar eerst gaan we genieten van de tijd die we
hier blijven, tot eind volgende week. (Terug in Nederland leggen we dit voor aan een garagehouder en die legt
ons uit dat er een expansievat is gekoppeld aan een tank die gevuld kan
worden door de opening ervan met de vulslang in te drukken. We zijn dus
niet opgelicht maar gevaarlijk kan het wel zijn, vooral met hoge temperaturen
wanneer de vloeistof zich uitzet)