We zijn 's nachts blij dat we niet in een tent zitten wanneer
de onweers- en stortbuien beginnen en niet meer ophouden. Buiten is alles
kletsnat wanneer we opstaan en in de auto stappen. Ontbijten doen we onderweg,
in de auto, want hoewel het niet koud is, valt er nog steeds af en toe een
buitje. Maar ook komt de zon regelmatig door de wolken en hebben we prachtige
uitzichten over de kustlijn van het schiereiland Gargamo waar we langs rijden.
De Gargamo is de spoor aan de hak van de laars van Italië
en is prachtig om doorheen te rijden: kalkstenen heuvels en bergen, witte
dorpen en brede zandstranden. En af en toe plaatjes zoals hier rechts
die we ook al in de reisgidsen zagen. Vooral rond Vieste, de noordoostelijke
hoek, is erg toeristisch gezien de hoeveelheid hotels en campings, maar
nu is het er nog rustig.
Vandaar vervolgen we de weg SS 89 die helemaal naar het westen
loopt. Bij het plaatsje Rodi Garganico stoppen we voor een drankje. De lucht
betrekt ondertussen weer maar we kunnen nog even buiten zitten op het terras.
Vanaf deze plaats wordt een grote weg aangelegd (waarvan nog
geen spoor op onze allernieuwste kaart!), maar wij volgen de oude weg die
slecht onderhouden is, maar wel een mooier uitzicht biedt omdat hij veel
hoger tegen de heuvels op loopt.
Soms denken we haast in Schotland te zijn: koeien, schapen,
geiten en honden bevolken de weg en regelmatig moeten we stoppen voor een
kudde van een bepaalde soort. De honden die de schapen begeleiden lijken
op de schapen zelf, zo wit en harig zijn ze.
Dan begint het weer te regenen, vervolgens te plenzen en de
wolken hangen laag boven het landschap wat ons alle uitzicht beneemt. We
wilden het binnenland nog even in maar dat wordt niets met dit weer dus
rijden we vanaf de snelweg maar naar het noorden door de provincie Abruzzo.
Pas tegen 6 uur zien we in de verte blauwe plekken in de lucht en een half
uurtje later zitten we weer in het zonnetje. Geen rit dus om foto's te nemen
hoewel ook het landschap hier best mooi is. De ruige bergen maken langzamerhand
weer plaats voor een glooiend maar nog hoog heuvellandschap en we rijden
Le Marche binnen.
Wanneer het tijd wordt om naar een slaapplek uit te kijken
dubben we nog steeds of we de tent op zullen zetten of een hotel opzoeken.
De weersvoorspellingen voor heel Italië zagen er gisteravond slecht
uit maar het lijkt nu zulk mooi weer dat we even stoppen en op de laptop
zoeken in de campinggids. Nog geen 10 km. verder moet een mooie camping
zijn. Wanneer de stopplaatsen langs de snelweg een motel hadden gehad, dan
hadden we dat gedaan.
De camping Mar y Sierra, vlakbij de plaats Fano, blijkt een
leuke camping met ook kamers (de bungalows zijn nog niet helemaal klaar).
Het is al na achten en heel veel zin om een tent op te zetten hebben we
niet, dus nu we de keuze hebben nemen we een eenvoudige kamer. Zo lopen
we ook geen kans op een natte tent. De camping ligt tegen een heuvel op
en we hebben een mooi uitzicht.
In twee dagen zijn we nu van de zuidelijke punt van het land
al weer behoorlijk naar het noorden geklommen. Veel van het binnenland in
het zuidelijk gedeelte hebben we niet gezien. Maar we wisten het van te
voren, we wilden proeven aan Italië, het land is veel te groot en heeft
te veel bezienswaardigheden en leuke streken om in een paar weken te bekijken.
We hebben al steden gezien, oudheden en heel veel mooie natuur. Ieder gebied
heeft z'n eigen charme. Maar we hebben besloten dat we ook nog een paar
dagen naar Zadar in Kroatië gaan om onze vriend Josko op te zoeken.
Morgen wordt dus onze laatste dag in Italië.