Ontbijten kunnen we gelukkig wel in het hotel zelf en we maken
ons klaar om op pad te gaan. Wanneer Lies in de lobby komt, ziet ze een
of ander mens op een bank zitten, loopt er voorbij en zegt 'Morgen'. Toch
nog een andere gast in het hotel? Nee, het blijkt gewoon Jennifer te zijn.
Lies' excuus is dat ze haar bril niet op heeft, maar we plagen haar er de
hele dag nog mee dat ze niet eens haar eigen dochter herkent!
Ons eerste bezoek is aan het amfitheater in Trier. Het
monument maakte ooit deel uit van de Romeinse stadsmuur maar ligt buiten
de middeleeuwse stadswal. Dat geeft al wel aan dat Trier in de Romeinse
tijd veel groter was. Deze arena is rond het jaar 100 gebouwd en er werden
voornamelijk gladiatorenspelen en dierengevechten gehouden. Onder de arena
is nog een grote kelder waar de wilde dieren opgesloten zaten en gevangenen
die ter dood veroordeeld waren.
De akoustiek in de arena is prachtig. Het geluid is
goed hoorbaar in alle richtingen tot bovenop de tribunes. In plaats van
gevechten had men er beter toneelstukken kunnen spelen. Tegenwoordig worden
hier ook wel concerten gegeven. Er kunnen ongeveer 20.000 toeschouwers
zitten.
Aan weerszijden van de arena is een opening en het amfitheater
diende in de 4e en 5e eeuw eveneens als één van de 5 toegangspoorten
tot Trier. Een mooi monument dat een bezoek zeker waard is (toegangsprijs
€ 2,10).
Op weg naar het amfitheater en op de terugweg komen we langs
deze ruïne, de keizerlijke baden (Thermae in het Latijn). Badhuizen
hadden een belangrijke sociale funktie in het Romeinse leven en er waren
nog meer badhuizen in Trier. Twee ervan, deze keizerlijke baden en de Barbara
baden waren de grootste van het Romeinse rijk buiten Rome. Het gebouw dateert
uit het begin van de 4e eeuw.
Na een bezoek aan deze oudheden verlaten we Trier om het
kronkelige Moezeldal te volgen met alle leuke stadjes en dorpen die aan
de Moezel liggen. Het dal is soms vrij smal zodat dorpen vaak enigszins
tegen de hellingen opliggen. En alle oppervlakte die over is, wordt intensief
gebruikt voor de wijnbouw. Om deze tijd van het jaar zijn alle stammen kaal,
maar 's zomers en in het najaar moet het een prachtig gezicht zijn, al die
druivenranken.
En uiteraard torenen hier en daar kastelen hoog boven het
dal uit, zoals dit kasteel bij Bernkastel-Kues dat in de 7e eeuw voor het
eerst wordt vermeld.
Het stadje ligt aan weerszijden van de Moezel en al snel
hebben we door dat we hier wat meer moeten rondwandelen.
Er staan veel gebouwen uit de late middeleeuwen en de
renaissance in die karakteristieke bouwstijl die je veel ziet in Duitsland:
de vele houten balken die aan de buitenkant van huizen te zien zijn.
In het 400 jaar oude centrum zijn de straten smal en
hellen de huizen soms over de straat heen. Toch rijdt er gewoon verkeer
doorheen. In de meeste gebouwen zijn nu restaurants, hotels of wijnhuizen
(met wijnkelders) gevestigd en we duiken ergens naar binnen voor een drankje.
Het mooiste gedeelte is wel het oude marktpleintje (begin
16e eeuw) met de St. Michael fontein. Alle huizen zijn nog in originele
staat, tenminste aan de buitenkant. Dit oude centrum van de stad heeft
een heel bijzondere sfeer en het is prettig om er doorheen te wandelen.
Zodra je het stadje uitrijdt, zijn de hellingen weer volggeplant
met druiven. De wijnsoorten uit het Moezeldal worden Riesling genoemd en
dat er al heel lang wijn wordt gemaakt, blijkt wel uit de opmerking van
de Romeinse dichter Ausonius die deze streek tweeduizend jaar geleden als
een 'met wijnranken omringd amfitheater' omschreef.
Na tientallen kleinere, maar al even schattige dorpjes doorgereden
te hebben, maken we onze volgende stop in Cochem waar de Rijksburcht over
het stadje waakt.
De burcht ligt strategisch op een heuvel van ca. 100
meter hoog midden in het stadje en biedt naar alle kanten een goed uitzicht.
Het gebouw dateert uit de eerste helft van de 11e eeuw.
Ook hier zijn middeleeuwse huizen te vinden, maar het stadje
is iets ruimer opgezet dan Bernkastel-Kues. Op het plein staat een zwerver
te oreren terwijl de bewoners zich naar huis reppen met de laatste boodschappen
voor het weekend. Het is zaterdagmiddag en de meeste winkels zijn al gesloten.
In een souvenirwinkel vinden we nog een leuke asbak met een tekening van
het stadje erin gegraveerd.
Na een hapje te hebben gegeten wandelen we terug en proberen
met de auto bij het kasteel te komen, maar dat lukt niet. Eerlijk gezegd
zijn we te lui om er naar toe te klimmen.
Dan rijden we door tot voorbij Koblenz waar de Moezel in de
Rijn terechtkomt, maar aangezien het al donker wordt, rijden we vervolgens
terug naar Trier. Om half acht worden we verwacht in het andere hotel voor
de avondmaaltijd. Volgens het arrangement zou het een candlelight dinner
worden, maar we krijgen geen kaars te zien of ze moeten de felle lampen
boven de tafel voor candles aanzien. Maar het eten is prima en dit keer
gaat het goed met het bestellen en het afrekenen. De drankjes van gisteren
hoeven we (nog) niet te betalen.
We hebben vandaag heel wat indrukken opgedaan en na de maaltijd voelen we
ons allemaal moe, maar vooral tevreden.