Groningen - Trier, een wandeling door de binnenstad
We zijn door Jennifer (onze jongste dochter) en haar vriend
uitgenodigd een weekendje mee naar Trier te gaan en iedereen die deze site
kent weet het: een mogelijkheid tot een reisje kunnen wij absoluut niet
weerstaan. Dus zitten we om 10 uur in de auto en met wat kunst en vliegwerk
omzeilen we de files aan de rand van het Roergebied en rond 3 uur zitten
we in Trier. De routebeschrijving is nogal summier dus we rijden nog een
rondje door het centrum van Trier alvorens we bij het (gemakkelijk te vinden)
hotel arriveren.
Het hotel, Hotel zür Römerbrücke, ligt
aan de Moezel. Hier werd in 16 v.Chr een Romeinse nederzetting gesticht
(met stadsrechten) waar eerst een fort van de Keltische Treveri-stam stond.
Omdat de stad tijdens de regering van keizer Augustus werd gebouwd en
in het gebied van de Treveri lag, kreeg het de naam Augusta Treverorum,
later afgekort tot Treveri waaruit de naam Trier ontstaan is.
We lijken de enige gasten in het hotel, maar de mevrouw bij
de receptie zegt dat dat absoluut niet zo is. Toch zien we deze dagen hier
niemand anders. Hoewel, heel even dacht Lies op de 2e dag nog iemand anders
te zien, maar dat lees je daar wel.
Nadat we kamers hebben uitgezocht (met Moselblick, € 4 per persoon
per nacht duurder, maar na wat zeuren voor niets) gaan we snel het stadje
in zodat we er nog wat van kunnen zien.
Trier is de oudste stad van Duitsland. Gekonfronteerd met de dreiging van
Germaanse stammen bouwden de Romeinen er in 180 n.Chr. een stadswal omheen
met 5 poorten. De Römerbrücke dateert nog grotendeels uit de Romeinse
tijd, evenals het amfitheater en de Porta Nigra. Na de verwoesting van de
stad door de Germaanse Alamannen in 275, werd de stad herbouwd en na 293
werd het één van de 3 belangrijkste steden van het West Romeinse
Rijk, naast York en Milaan.
Er wonen nu zo'n 110.000 mensen in Trier, maar in de 4e eeuw
waren dat er ook al zo'n 70.000. Nu is Trier een mix van modern en oud,
maar bijna nergens in West-Europa (buiten Italiaans grondgebied) zijn zoveel
authentieke Romeinse bouwsels bewaard gebleven in één stad.
De binnenstad, die de oorspronkelijke middeleeuwse en
een gedeelte van de Romeinse stad omvat, is gemakkelijk te belopen en
hoewel het weer wat somber is, vermaken we ons prima. De sfeer heeft wel
wat van Groningen (waar wij vandaan komen): het is een stad, maar heel
duidelijk een provinciestadje, wat kneuterig en zonder wereldambities.
Dat was in de Romeinse tijd dus wel anders!
Onder Constantijn de Grote (306-316) werd Trier het centrum
van het christendom ten noorden van de Alpen. In 330 werd begonnen met de
bouw van de Dom (op de plek waar de jaren daarvoor een paleis van Constantijn
had gestaan). Na de Germaanse stamverhuizingen en de komst van de Franken
werd Trier (toen Treveris) tot een onbeduidend stadje met een paar duizend
inwoners.
Karel de Grote verhief in 802 de bisschop tot Aartsbisschop
en Trier begon weer te groeien en meer aanzien te krijgen. Maar, net als
op zovele andere plaatsen, wisten ook hier de Vikingen de boel te verzieken
en ze vernietigden de stad in 882. En dat terwijl Trier ver landinwaarts
ligt! De stad werd weer opgebouwd, maar herkreeg nooit meer de pracht die
het eens gekend had in de Romeinse tijd.
Hoewel de Dom nu al groot lijkt, bestreek hij in die tijd
een 4x zo grote oppervlakte. Er is echter maar weinig overgebleven uit de
Romeinse tijd. Het meeste werd verwoest door de Franken in de 5e en Noormannen
in de 9e eeuw.
Zelfs wanneer je geen band hebt met de religie blijft zo'n
bouwwerk een imposant monument, vol tastbare geschiedenis. Het is alleen
jammer dat het altijd de geschiedenis van de machtigen en de rijken is.
Vanaf de Römerbrücke zijn we nu het hele centrum
doorgelopen tot aan de andere kant waar de Porta Nigra staat, de zwarte
poort uit de 2e eeuw die bijna helemaal intact is gebleven. Deze toegangspoort
was onderdeel van de verdedigingswerken van de Romeinen tegen de Germanen
en moest ook afschrikwekkend werken met z'n hoogte van 30 meter. De benaming
'zwarte' poort komt uit de Middeleeuwen toen de zandstenen kleur al niet
meer te zien was door luchtvervuiling.
Het wordt tijd voor een drankje en wanneer we de straat weer
opstappen zijn alle straatlantarens al aan. Tegen half zes valt de schemer
en het is donker wanneer we weer bij het hotel terug zijn.
We hebben halfpension geboekt, maar het diner is in een ander
hotel. We worden zaal na zaal doorgeleid en het personeel snapt niet helemaal
goed wat we daar te zoeken hebben. Na enige uitleg, wat vragen over en weer
en twee verschillende menukaarten kunnen we toch bestellen. De drankjes
moeten we zelf betalen, maar een handtekening onder de rekening lijkt voldoende.
Terug in het stille hotel (waar zijn toch al die andere gasten?) drinken
we samen nog wat en maken onze plannen voor morgen.