Gisteravond zaten we over de kaarten gebogen om te bepalen
waar we heen wilden in Tsjechië. Hongarije was ons hoofddoel, maar
het trekt ons minder dan we hadden verwacht, we hebben er gewoon weinig
'feeling' mee. Dat wil niet zeggen dat het land lelijk is of onaantrekkelijk,
maar het biedt gewoon niet wat wij zoeken. Er doorheen rijden, af en toe
een stadje bezoeken of een grot of museum is prima, maar het land ligt ons
gewoon niet. We zijn aan de noordoostkant binnengekomen, een prachtig gebied,
naar Budapest geweest en via de oostkant naar het zuiden gereden, vervolgens
naar het westen en weer omhoog naar het Balatonmeer, maar we missen iets.
Misschien waren onze verwachtingen wel te hoog, hoewel we daar meestal niet
zo moeilijk over doen. Voor ons is in ieder geval het landschap waar we
doorheen rijden heel belangrijk en het moet een beetje afwijken van het
Hollandse. Maar de puszta's bijvoorbeeld waren gewoon agrarische gebieden
met voornamelijk landbouw. Een uitgestrekte vlakte van een paar honderd
kilometer hadden we waarschijnlijk nog interessanter gevonden omdat het
zo anders is.
Tsjechië en Oostenrijk hadden we voor deze vakantie ook
nog op ons lijstje staan, maar ons Autobahnvignet voor Oostenrijk gaat pas
de 11e juli in, dus moesten we eerst maar naar Tsjechië. Maar al turend
op de kaart van Europa kregen we ineens het idee om eerst nog wat verder
naar het zuiden te gaan, voor een paar dagen strandvakantie. En zo besloten
we vlak voor we gingen slapen om naar Kroatië te gaan en via Slovenie
weer terug.
De rit naar de zuidkant van het Balatonmeer is maar 60 kilometer
maar kost ons bijna anderhalf uur. Het is een erg druk gebied, vooral door
het toerisme. Al met al zijn we bijna 3 uur kwijt voor we bij de Kroatische
grens zijn, een afstand van nog geen 150 km. En dat terwijl het om 9 uur
alweer 30 graden was. Onze armen die buiten het raam hangen worden al aardig
bruin.
Zodra we Kroatië binnenrijden zien we de bergen al in de verte liggen.
Het landschap wordt ineens heel weids door de verre uitzichten van bovenop
de toppen en overal wordt hard aan het wegennet gewerkt. Later horen we
dat dit het eerste jaar is sinds de oorlog van 1991 - 1995 dat er zoveel
nieuwe initiatieven in dit land worden ontplooid.
Het landschap spreekt ons in ieder geval meteen aan
en we zijn erg blij dat we hierheen zijn gegaan. De snelwegen zijn echter
nog lang niet allemaal klaar en de tocht door de bergen naar de zuidkust
duurt heel erg lang. Veel tweebaanswegen waarop zwaar vrachtverkeer rijdt
waardoor de gemiddelde snelheid onder de 50 km. per uur blijft. Des te
meer tijd om van het uitzicht te genieten.
Om 9 uur zijn we bij Balatonfüred weggegaan en om 5 uur
's middags zijn we eindelijk in Senj, een afstand van nog geen 400 kilometer
(waarvan 100 km. snelweg). Maar wel een hele mooie route.
Vanaf Senj nemen we de kustroute naar het zuiden: een
prachtige rit maar ook af en toe wel spannend. Veel bochten, vaak net
iets scherper dan je bij het ingaan van de bocht denkt, steile hellingen
en je kunt er niet hard rijden. Het uitzicht is echter fantastisch. Aan
de ene kant de grillige bergen die er vlekkerig uitzien door de sporadische
bomen hier en daar en aan de andere kant de Adriatische zee met zicht
op diverse schiereilanden in de verte.
Aangezien we helemaal niet van plan waren naar Kroatië
te gaan, hebben we geen reisgids en zelfs geen kaart. Bij een benzinestation
kopen we een goede kaart waar wat campings op staan vermeld, maar de campings
die we langs de weg zien zijn voornamelijk erg klein, vaak bij iemand in
de achtertuin en er is geen strand, alleen een rotsachtig stukje kust.
Gelukkig hebben we de laptop bij ons met de campinggids erop
en we besluiten door te rijden naar Zaton, iets noordelijk van het stadje
Zadar. Maar de laatste kilometers schieten niet op en we zitten de hele
dag al in een gloeihete auto, we beginnen het een beetje zat te worden.
Wanneer we dan ook nog aankomen in een supertoeristich complex hebben we
het even helemaal gehad. Dit hadden we absoluut niet van Kroatië verwacht.
Als eerste duiken we de kroeg in, de tent opzetten doen we
pas vlak voor het donker wordt. Het is bloedheet en we zijn doordrenkt van
zweet en helemaal kapot wanneer we eindelijk gesetteld zijn. Gauw weer naar
de kroeg en de komende paar dagen lekker genieten van de zon en het strand.
Om 11 uur is het nog steeds 25 graden en we gaan lekker zitten
op het terras waar we bij aankomst ook al hebben gezeten. De ober is een
ontzettend leuke jongen waar we al gauw mee in gesprek komen. We verzoenen
ons met het feit dat het hier zo toeristisch is en we zijn blij met het
leuke stamkroegje dat we gevonden hebben.