Na een kalme start van de dag met verse broodjes en koffie
en thee beginnen we met een rondrit door het achterland van het westelijk
gedeelte van het Balatonmeer. Dit gebied bestond vroeger uit vulkanen waarvan
de lava als bazaltafzetting is achtergebleven. Op veel hellingen worden
druiven verbouwd voor de wijnbouw.
Langs het hele meer zie je kegelvormige bergen, de uitgedoofde
vulkaantoppen en men heeft een groot gebied tot nationaal park gemaakt.
Rustig is het er echter niet vanwege de toeristische aantrekkingskracht
van het Balatonmeer.
Vanuit het park rijden we naar het noorden en komen ook door
Nagyvazsony waar een kasteeltoren staat. Er lijkt een nederlandse vlag op
te wapperen maar we zouden niet weten waarom. Dit was ooit het leengoed
van de militair Kiniszi die in Hongaarse legenden voortleeft als Pal, de
molenaarsknecht die zo sterk was dat hij karaffen wijn op een molensteen
serveerde in plaats van op een dienblad.
Daarna vervolgen we onze weg naar Sopron dat helemaal in
het noordwesten van Hongarije ligt, tegen de grens van Oostenrijk aan. We
hadden verwacht de uitlopers van de Alpen te zien, maar we komen bedrogen
uit. Het land is zo vlak als wat en niet echt spectaculair. Ook de dorpen
die we passeren zijn 'gewoontjes'. Of zijn we inmiddels al te veel verwend?
Sopron is nooit door de Turken bezet geweest en daardoor
zijn er nog veel gebouwen te zien uit de late middeleeuwen, hoewel vrijwel
alles in de 18e eeuw is verbouwd in de barokstijl.
Onder de brandtoren loopt een poortje naar het centrale
plein. Hierachter bevindt zich het oude centrum. Volgens onze reisgids
strijden Pecs en Sopron om de 2e plaats wat betreft mooie centra en we
hoopten een keus te kunnen maken, maar beide steden zijn zo verschillend
en beide zijn ze inderdaad mooi. Een gedeelde 2e plaats dus, misschien
wel een 1e omdat Budapest vooral indrukwekkend is door de grootte van
alles en van ons wel op de 2e plaats mag komen wat 'mooiheid' betreft.
Het oorspronkelijke centrum is kleiner dan dat van Pecs
maar er staan meer oude gebouwen op een kleine oppervlakte bij elkaar.
De Kelten en ook de Romeinen hadden hier al een nederzetting. Maar zo
druk als het bij het Balatonmeer is, zo rustig is het hier. En dat nog
wel in een van de mooiste steden van Hongarije!
We wandelen het stadje eens rustig rond en het valt ons op
dat sommige straten Duitstalige namen hebben. Op zich toch niet verwonderlijk
omdat Sopron vroeger Odenburg heette en bij Oostenrijk hoorde. Tot verbazing
van de Oostenrijkers stemden de Odenburgers voor aansluiting bij Hongarije
toen het Habsburgse rijk werd gesplitst in Oosten rijk en Hongarije.
Op een terrasje eten we nog een verlaat middagmaal en voor
het eerst het nationale gerecht: goulash. Hoewel, de naam van het gerecht
was toch heel wat anders op de menukaart, maar dat hebben we niet onthouden.
De terugweg naar de camping is toch veel langer dan we gedacht
hadden en we zijn ruim 2 uur onderweg. Het grootste deel leidt weer door
vlak land tot we in de buurt van het Balatonmeer komen en de vulkaanheuvels
zich opwerpen. Hongarije is beslist een mooi land met veel verschillende
gebieden, maar het mooist vonden we het toch de eerste paar dagen in het
noordoosten van het land. De natuur sprak ons daar het meeste aan en de
barok die je in sommige steden aantreft, is wat minder aan ons besteedt.
Al met al vinden we dat we hier lang genoeg zijn geweest, tijd voor wat
anders. Morgen vertrekken we dus.