Na een laatste kop koffie bij Joško en het onvermijdelijke
afscheid gaan we op pad. Eerst even bij de supermarkt in Nin langs en warempel,
onze portemonnee is gevonden en ligt klaar bij de kassa. Scheelt toch weer.
Dan volgt de lange rit langs de kust terug. Het is nog geen 300 kilometer
via Rijeka naar de Sloveense grens maar we doen er bijna 6 uur over.
Na een halfuur door Slovenie zitten we al in Italië,
bij Triëste, en krijgen een stuk snelweg. Voor we het weten zijn we
aan de voet van de Alpen en zien het hoge massief voor ons opdoemen. De
temperatuur is ondertussen ook al flink gezakt en er is veel bewolking.
Het gebergte rijst ineens op vanuit het vlakke landschap,
er is niet zoiets als een aanloopje. De toppen gaan ook direkt al tot
boven de 2000 meter hoogte. Via smalle kronkelweggetjes bereiken we de
grens met Oostenrijk op de Plöckenpas (1360 meter hoog).
We rijden richting Lienz, maar slaan ervoor af, het
Mölltal in. Dit dal leidt naar de Grossglockner, de hoogste berg
van Oostenrijk. Hoewel we al eerder in de Alpen zijn geweest blijft het
een machtig en indrukwekkend schouwspel.
Tegen de avond bereiken we de camping, bij Döllach. Hoewel
de zon er nog een klein beetje schijnt en we nog in t-shirt lopen is het
stukken kouder dan de afgelopen dagen. Wanneer de zon achter de bergen verdwijnt,
wordt het voor ons gevoel ijskoud. Een trui is niet genoeg en Teije duikt
de nog warme auto in, Lies de tent. Het is hooguit 15 graden. Brrr...
Buiten is het koud en vochtig, de lucht is vol insekten dus
we liggen vroeg in bed, maar ook daar is het koud. We zijn gewoon niets
meer gewend na de afgelopen week.